WeidebeekjufferElzenuilMoerasparelmoervlinderBoomblauwtje
De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellen in Nederland. Helpt u ook mee?

Dag- en nachtvlinders herkennen

Landkaartje.
Download als Pdf

Er zijn veel meer nachtvlinders dan dagvlinders; in Nederland leven 53 soorten dagvlinders en zo’n 2000 soorten nachtvlinders. Nachtvlinders zie je echter veel minder omdat veel soorten alleen ’s nachts actief zijn en onopvallend gekleurd zijn. Het is dan ook wat makkelijker om onderzoek te doen naar dagvlinders en daarom bespreken we hier alleen kort de algemeen voorkomende dagvlinders die je in een stedelijke omgeving kunt tegenkomen.
 

Kijk voor meer informatie over vlindersoorten op Vlindernet.
 


Dagvlinder of nachtvlinder?

De naam van de dagvlinders is wel toepasselijk: ze vliegen vooral overdag. De naam van nachtvlinders is een beetje verwarrend omdat niet alle nachtvlinders ’s nachts vliegen. Er zijn ook nachtvlinders die overdag vliegen. Het verschil tussen dagvlinders en nachtvlinders zit vooral in de vorm van hun sprieten en de manier waarop ze hun vleugels vouwen.
 

Hoe herken je een dagvlinder?

Dagvlinders vouwen in rust hun vleugels verticaal, recht boven hun lijf samen (met één uitzondering: de dikkopjes).
Ze hebben draadvormige sprieten met aan het uiteinde altijd een knopje.
 


 

Hoe herken je een nachtvlinder?

Nachtvlinders leggen hun vleugels horizontaal, dakpansgewijs over hun achterlijf (uitzondering: enkele spanners die in rust hun vleugels als dagvlinders houden).

Nachtvlinders kunnen draadvormige antennes hebben, of sterk geveerde, of knotsvormige antennes, maar hebben nooit een knopje aan het einde.
 


 

Wat zijn dagactieve nachtvlinders?

Er zijn in Nederland zo’n 150 soorten grotere nachtvlinders die (ook) overdag actief zijn. Omdat ze overdag vliegen, zijn dit soorten die je zonder ingewikkelde vangmethoden in het veld kunt zien.

Enkele nachtvlinders die overdag actief zijn:
 


 

Waar kun je op letten bij het op naam brengen van vlinders?

Wanneer je op vlinders gaat letten, zul je merken dat ze verschillen in de kleurpatronen en de grootte van hun vleugels. Maar er zijn meer kenmerken die je kunnen helpen een vlinder op naam te brengen.

Niet alle vlinders vliegen op hetzelfde moment; het oranjetipje zul je alleen maar in het voorjaar zien vliegen, terwijl de meeste zandogen juist in de zomer vliegen. Ook zul je merken dat je op verschillende locaties verschillende vlinders tegenkomt. De dikkopjes zijn in bermen en graslanden te vinden en het boomblauwtje fladdert op ooghoogte langs struiken en bomen. Daarnaast verschillen ze in hun gedrag; sommige vlinders vliegen behoorlijk hard (en zijn dan moeilijker van dichtbij te bekijken), terwijl andere veel rustiger fladderen en niet veel verder lijken te komen dan een paar meter.

Hoewel veel mensen de neiging hebben om alleen maar naar het kleurpatroon van een vlinder te kijken, is dus het veel makkelijker om vlinders op naam te brengen als je ook kijkt naar de plek, de tijd van het jaar dat je hem ziet vliegen en zijn gedrag.
 

Welke families zijn er?

Witjes
Witjes zijn middelgrote vlinders die meestal wit van kleur zijn. De meeste soorten zijn heel algemeen, maar op het eerste gezicht niet zo gemakkelijk van elkaar te onderscheiden.
 
Groot koolwitje
Groter dan het klein koolwitje.
Zwarte vleugelpunt valt op, het zwart loopt door tot halverwege de vleugel.
 
Klein koolwitje
Kleiner dan groot koolwitje.
Zwarte vleugelpunt is kleiner en daardoor minder opvallend dan bij het groot koolwitje.
 
Klein geaderd witje
Duidelijke aders te zien op de onderkant van de vleugels.
 
Oranjetipje
Mannetje heeft oranje vleugelpunten, vrouwtje niet.
Vrouwtje lijkt daardoor op de andere witjes, maar is te herkennen aan de groen gemarmerde tekening op de
onderkant van de vleugels.
 
Citroenvlinder
De mannetjes zijn echt geel en daardoor gemakkelijk te herkennen.
De vrouwtjes zijn lichtgeel, maar door de bolle vorm van hun vleugels wel goed van andere witjes te onderscheiden.
 
Blauwtjes en vuurvlinders
Een familie van kleine vlinders. De onderkant van hun vleugels heeft vaak een mooi patroon van opvallende stippen. De blauwtjes zijn meestal blauw of bruin, de vuurvlinders zijn rood of bruin.
 
Icarusblauwtje
Mannetje is blauw, vrouwtje is bruin.
Oranje vlekken op de onderkant van de vleugels, het boomblauwtje heeft dat niet.
Vliegt heel laag boven de grond.
 
Boomblauwtje
Mannetje en vrouwtje allebei lichtblauw.
Geen oranje vlekken op de onderkant van de vleugels, het icarusblauwtje heeft dat wel.
Vliegt een paar meter boven de grond en vliegt bomen in.
 
Kleine vuurvlinder
Kleine oranjebruine vlinder.
 
Vossen
Een familie van middelgrote vlinders die gemakkelijk herkenbaar zijn.
 
Dagpauwoog
Een roodbruine vlinder met vier grote ‘ogen’ op de vleugels.
 
Distelvlinder
Een oranje vlinder met zwarte vlekken.
De vleugeltoppen zijn zwart met witte vlekken.
Ongeveer even groot als de atalanta. Vliegen ook op dezelfde manier, waardoor distelvlinders en atalanta’s op elkaar lijken.
 
Atalanta
Zwarte vlinder met rode banden op de vleugels en witte vlekken op de vleugeltoppen.
 
Kleine vos
Bruinoranje vlinder.
Meest opvallende kenmerken zijn de rij blauwe vlekjes langs de rand van de vleugels en het ‘zebrapad’ op de schouders.
 
Gehakkelde aurelia
Oranjebruin met donkere vlekken. Duidelijk herkenbaar aan de gekartelde vleugelranden.
 
Landkaartje
Onderkant van de vleugels is bruin met veel lijnen en vlakken waardoor het net een landkaart lijkt.
In het voorjaar oranjebruin met donkere vlekken.
In de zomer zwart met witte vlekken.
 
Zandoogjes

De familie van de zandoogjes is te herkennen aan de zwarte ogen op hun vleugels.
 
Bont zandoogje
Donkere vlinder met opvallende gele vlekken.
 
Bruin zandoogje
Zwarte oogvlekken hebben meestal maar één witte stip (soms twee).
De onderkant van de achtervleugel heeft soms enkele zwarte stippen.
 
Oranje zandoogje
Zwarte oogvlekken hebben meestal twee witte stippen.
De onderkant van de achtervleugel heeft vaak enkele witte stippen.
 
Hooibeestje
Lijkt heel sterk op een oranje of bruin zandoogje, maar is veel kleiner.
Heeft een kleiner oog en een lichtere kommavlek op de ondervleugel.
 
Argusvlinder
Bruinoranje vlinder met donkere strepen over zijn vleugels als een soort netwerk. Heeft veel ‘argusogen’ op de ondervleugel.
 
Koevinkje
Donkere vlinder met veel oogvlekken met gouden randjes op de onderkant van de vleugels.
 
Dikkopjes
Dikkopjes zijn kleine vlinders met een relatief brede kop. Ze houden hun achtervleugels gespreid als ze zitten, waardoor ze heel sterk op nachtvlinders lijken.
 
Zwartsprietdikkopje
Geelbruine vlinder.
Vleugels zijn effen van kleur.
Onderkant van de knop van de voelspriet is zwart.
 
Groot dikkopje
Lichtbruine vlinder.
Vleugels hebben lichtgele vlekjes.
 
Geelsprietdikkopje
Geelsprietdikkopje
Lijkt heel sterk op het zwartsprietdikkopje.
Onderkant van de knop van de voelspriet is geelbruin.
 

| |

Laatste wijziging: 20 juli 2011
Citroenvlinder, een dagvlinder.
Kolibrievlinder, een nachtvlinder
De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen