




Algemeen terreinbeheerIn de natuurterreinen moet een beheer worden uitgevoerd dat verdroging, verzuring en vermesting zoveel mogelijk tegengaat. Kenmerkende soorten moeten daarbij behouden blijven. De Vlinderstichting geeft vaak advies op maat. Ook invloeden vanuit de omgeving worden hierbij regelmatig betrokken. Belangrijke onderwerpen hierbij zijn het maairegiem, de begrazingsdruk, plaggen, omvormen bossen, het waterbeheer, isolatie en versnippering.Meer informatie over maaien, begrazing, plaggen en het omvormen van bossen vindt u onder algemeen terreinbeheer voor vlinders. Waterbeheer![]() Libellen gebruiken wateren als verbindingswegen. Door bij de inrichting en het beheer van oevers en waterpartijen rekening te houden met de wensen van libellen, zorgt de gemeente ervoor dat er meer soorten libellen kunnen komen. Hieronder wordt aangegeven waarmee de gemeente bij de inrichting en het beheer rekening houdt. Water: schoon en op peil Voor libellen is de kwaliteit van het water belangrijk, maar ook dat er altijd genoeg water aanwezig is. Een laag waterpeil in de winter kan funest zijn voor overwinterende larven. Ook de ontwikkeling van een goede water- en oevervegetatie hangt af van een constant waterpeil. De bestrijding van verdroging kan op verschillende manieren worden aangepakt, afhankelijk van de lokale situatie. Ontwatering ten behoeve van de landbouw in de winter en in het voorjaar vormt vaak een bedreiging voor vochtige en natte terreinen zoals vennen, laagvenen en heideterreinen. Soms is het mogelijk een gebied een eigen waterregime te geven, onafhankelijk van de omgeving. Maar vaak is het nodig om bedreigingen als waterwinning en ontwatering aan te pakken om het gewenste resultaat, een voldoende nat of vochtig natuurgebied, te krijgen. Flauwe oevers Voor libellen is een flauwe oever het gunstigst. Op een flauwe, geleidelijk aflopende oever is namelijk meer variatie aan planten, waardoor de larven die uit het water willen klimmen altijd een geschikte plant kunnen vinden. Ook libellensoorten waarvan de larven over de grond uit het water kruipen, hebben belang bij een flauwe oever. ![]() Flauwe oevers zijn gunstig voor libellen. Langs veel waterkanten zijn in het verleden houten beschoeiingen aangebracht, om de oever te beschermen. Deze beschoeiingen zijn ongunstig voor libellen. De harde, rechte rand belemmert de ontwikkeling van de oevervegetatie en tegen een beschoeiing kunnen de larven van libellen vaak niet uit het water kruipen. Ruimte nemen Het grootste bezwaar tegen water- en overplanten is vaak dat de begroeiing de waterafvoer belemmert. Door de watergang breder te maken dan noodzakelijk, kunnen de oeverplanten blijven staan zonder dat de waterafvoer wordt belemmerd. Doordat de planten zich goed kunnen ontwikkelen, wordt een goed leefgebied voor libellen instandgehouden en ontstaan broedplaatsen voor vogels en schuilplaatsen voor allerlei andere dieren. Gefaseerd maaien Libellen hebben oeverplanten nodig om zich te oriënteren en een uitzichtpunt te hebben over het water. Wanneer geregeld de hele oever kort wordt afgemaaid, voelen libellen zich er niet thuis. Door niet alles te maaien maar een gedeelte van de planten te laten staan (gefaseerd maaien), ook in de winter, kunnen veel meer libellen en met hen veel andere dieren profiteren van het leefgebied. ![]() Een poel In grotere groenstroken en plantsoenen kunnen poelen een belangrijke aanvulling vormen op het leefgebied van libellen. Een aantal libellensoorten geeft de voorkeur aan kleine poelen in plaats van grotere watergangen. Ook oor amfibieën zijn deze poelen een goed leefgebied. In de poelen mogen liever geen vissen. Vissen woelen de bodem om en eten graag libellenlarven, waardoor deze weinig kans hebben te oeverleven. Isolatie en versnipperingVeel soorten in kleine gebieden komen in te lage aantallen voor om tientallen jaren geïsoleerd te kunnen overleven. Drie maatregelen kunnen ter hand worden genomen om de situatie te verbeteren.
Laatste wijziging: 17 november 2009 |
Artikelen over algemeen terreinbeheer voor libellenEen artikel over het positieve effect van natuurvriendelijke oevers.(uit: Rijn en Gouwe; door Willy van Strien) Een artikel over een onderzoek naar het effect van natuurvriendelijke oevers. ![]() Voor libellen is de kwaliteit van het water belangrijk, maar ook dat er altijd genoeg water aanwezig is.
![]() Beschoeiingen zijn ongunstig voor libellen. Ze belemmeren de ontwikkeling van oevervegetatie en tegen beschoeiingen kunnen de larven van libellen vaak niet uit het water kruipen. |
|||