groot koolwitjekoolwitjes in de klasEen in samenwerking met Stichting Veldwerk Nederland samengestelde map om onderzoek te doen naar Vlinders en Libellengevlekte glanslibel
De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellen in Nederland. Helpt u ook mee?

Thema 4: Voortplanting - wat zijn de effecten van klimaat?


Wanneer kruipt de vlinder uit haar pop?


Voor vele soorten organismen is er slechts een korte periode in de jaarlijkse cyclus waarin de voorwaarden voor voortplanting of groei aanwezig zijn. Deze periode wordt vaak bepaald door het voedselaanbod.
Voor herbivoren betekent dit dat ze afhankelijk zijn van de ontwikkeling van planten, terwijl de carnivoren op hun beurt afhankelijk zijn van de ontwikkeling van de herbivoren. Zo komen rupsen vaak pas uit als hun voedselplant bladeren heeft. Wanneer ze eerder zouden uitkomen, zouden ze het niet overleven.
De vijanden van vlinders, zoals koolmezen, leggen hun eitjes op zo’n moment, dat het uitkomen van de eitjes weer samenvalt met de grootste hoeveelheid aanwezige rupsen (rupsenpiek). Op deze manier kunnen de koolmezen genoeg voedsel verzamelen voor de jongen.

Nu is het probleem dat iedere soort net even anders (of helemaal niet) reageert op de klimaatverandering. Zo is uit onderzoek gebleken dat in de voedselketen ‘zomereik - kleine wintervlinder - koolmees’, de timing van de verschillende soorten niet altijd meer goed op elkaar aansluit. Door de warmere lentes van de afgelopen tientallen jaren loopt de zomereik tien dagen eerder uit. De rupsen van de kleine wintervlinder komen echter nog eerder uit; hierdoor verhongert er een deel door een gebrek aan eikenblad. De koolmees begint echter niet zoveel eerder met broeden en loopt dus ook een deel van het rupsenvoedsel mis voor de jongen. Het kost de koolmezen dan ook meer energie om hun jongen groot te krijgen en hierdoor worden hun eigen overlevingskansen ook weer kleiner. Uiteindelijk is de sterfte onder de koolmezen dus ook groter dan voorheen.

Uit de pas lopen met de rest van de voedselketen heeft dus gevolgen voor individuele dieren, maar dit geldt ook voor een hele populatie. Als één rups dood gaat, is alleen maar dat dier de dupe. Maar als een groot deel van een populatie sterft, of de exemplaren met bepaalde eigenschappen, dan heeft dat vérstrekkende gevolgen.

Koolmees en wintervlinder zijn geen kwetsbare soorten. Daarom zullen ze ook niet direct uitsterven ondanks de negatieve gevolgen van de warmere lentes. Het zijn wel goede modelsoorten: soorten waar onderzoekers aan kunnen onderzoeken hoe de gevolgen precies in elkaar steken. De resultaten kunnen vervolgens gebruikt worden om voorspellingen te doen over de kwetsbare soorten.
 

| |

Laatste wijziging: 4 november 2009
De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen