steenrode heidelibelklein koolwitje op sleedoornheideblauwtjedistelvlinder op kattenstaart
De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellen in Nederland. Helpt u ook mee?

Nieuws

28 maart 2017

Oranjetipje: zwaluw van vlinderaars


Mannetjes zijn opvallend door hun oranje vleugelpunt (foto: Kars Veling)
De berichten komen al een aantal dagen langs via de sociale media: “Jippie! Mijn eerste oranjetipje gezien!” Voor veel vlinderaars is het oranjetipje wat de boerenzwaluw is voor de vogelaars; de ultieme lentebode.

Eind april was de top vliegtijd van het oranjetipje, maar onder invloed van klimaatverandering zien we wel in sommige jaren dat hij een week of twee tot drie eerder vliegt dan een jaar of dertig geleden. Ook de afgelopen weken zijn er al tientallen oranjetipjes gezien. Het gaat dan alleen om mannetjes. Dat komt omdat die wat eerder uit de pop komen dan vrouwtjes en dus nu al vliegen, maar ook omdat die mannetjes met hun feloranje vleugelpunt onmiskenbaar zijn. De vrouwtjes missen dat oranje en lijken daarmee sterk op een koolwitje. Oranjetipjes komen verspreid door Nederland voor maar wel veel meer op de zandgronden dan op klei en veengronden. Er is ook een voorkeur voor bos en struweel. Ze komen voor in graslanden, maar altijd met bomen en struiken in de buurt, want daar overwintert de pop. De rups kruipt eind juni naar de bosschages en verpopt daar. Pas acht tot negen maanden later, vanaf eind maart, komt de vlinder uit de pop.


De onderkant van oranjetipjes (man en vrouw) hebben een prachtige olijfgroene tekening (foto: Kars Veling)


Verspreidingskaartje van oranjetipje en een foto van de pop (kaartje: NDFF, foto: Kars Veling)

Vrouwtjes hebben geen oranje op de vleugels en lijken op koolwitjes (foto: Kars Veling)
De rupsen zijn vrij kieskeurig en eten alleen kruisbloemigen. Pinksterbloem en look zonder look zijn favoriet. Op deze soorten is er de grootste overleving van de rupsen. Maar ook allerlei andere kruisbloemigen worden gegeten. Zo worden in de tuin judaspenning en damastbloem gebruikt. In de duinen is de ruige scheefkelk een bekende waardplant en ook worden er wel eitjes gevonden op gewone raket, bosveldkers en gele waterkers. De rupsen eten van het zaad van deze planten. Het vrouwtje zoekt dan ook een plant uit die over een poosje pas zaad vormt, precies op het moment dat de jonge rups uit het ei kruipt. Dan moet er vers en mals zaad zijn zodat de kleine jonge rupsen ervan kunnen eten. Dat zaad verouderd natuurlijk wel, maar de rupsen groeien ook en rupsen die al een paar maal vervelt zijn kunnen prima van het oudere en hardere zaad eten. De eersten zijn gezien, maar u kunt nog weken genieten van de zwaluw onder de vlinders!
 
Kijk voor meer nieuws in het nieuwsarchief »

Ook op de hoogte blijven van het nieuws van De Vlinderstichting?
Word dan lid van de nieuwsbrief!


Of abonneer je op onze RSS-feed.


| |
De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen