Nieuwsbericht

Help het onderzoek naar mezensterfte

dinsdag 7 mei 2019

In 2018 heeft het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM) enkele dode jonge mezen onderzocht op plaatsen in de stad waar ook de buxusmot werd bestreden. Vergeleken met mezen uit een bosgebied bevatten de ‘stadsmezen’ aanzienlijk meer bestrijdingsmiddelen.

Chemische bestrijding van de buxusmot kan slecht uitpakken voor jonge mezen.

De buxusmot vormt de laatste jaren een steeds groter probleem voor de buxusplanten in de tuin. Sommige buxusbezitters gebruiken chemische bestrijdingsmiddelen tegen de buxusmot. Regelmatig ook middelen die wettelijk niet zijn toegelaten. De rupsen van de buxusmot worden echter graag gegeten door verschillende vogels, waaronder de kool- en pimpelmees. Er zijn aanwijzingen dat het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen tegen de buxusmot kan leiden tot een verhoogde sterfte van jonge mezen in de nestkast.

Doe mee aan het onderzoek

Dit jaar gaat CLM het onderzoek op een grotere schaal oppakken. Door meer dode jonge mezen te analyseren kan meer worden gezegd over de relatie tussen buxusmotbestrijding en de bestrijdingsmiddelen die in de mezen worden gevonden.

U bent onmisbaar bij dit onderzoek. Wanneer u in uw tuin plots veel dode mezen vindt in de nestkast én er chemische buxusmotbestrijding bij u of de buren heeft plaatsgevonden, dan wil CLM graag de dode jonge mezen onderzoeken op bestrijdingsmiddelen.

Mees gevonden?

Neem contact met op met CLM, zodat ze kunnen bepalen of ze uw monster kunnen analyseren.

Meer info

  • Alle info leest u op de CLM-site 
  • CLM-adviseur Adriaan Guldemond: tel. 0345 470 721, of via mail

Buxus Buxusmot mees onderzoek