Nieuwsbericht

Mieren als taxi voor heideblauwtjes

maandag 18 januari 2021

We weten dat sommige blauwtjes helemaal afhankelijk zijn van een bepaalde mierensoort om zich succesvol te kunnen voortplanten. Het gentiaanblauwtje en de pimpernelblauwtjes zijn daar voorbeelden van. Ook het heideblauwtje heeft een relatie met mieren, maar die kan ook zonder. In Engeland hebben ze echter aanwijzingen dat die relatie toch belangrijker is. Een foto op Twitter geeft te denken.

Vrouwtje heideblauwtje.

De foto op Twitter van David Dowding laat eitjes van het heideblauwtje zien die in de spleet van een dode boomstronk zijn gelegd. Dat is bijzonder, want we gaan ervan uit dat de eitjes steeds op, of in de directe omgeving van de plant worden afgezet waar de rups ook van kan eten. In Nederland is dat vooral struikhei, maar ook wel dophei. De eitjes overwinteren en in het voorjaar vanaf half maart komen de rupsen uit en eten van de jonge uitlopers van de waardplant. Maar die rupsjes die op de boomstronk uitkomen hebben geen schijn van kans. Zo’n jong rupsje van anderhalve millimeter kan niet meters kruipen naar de dichtstbijzijnde heideplant. Is dit een vergissing en heeft dit vrouwtje eitjes afgezet die ten dode zijn opgeschreven? Dat is niet waarschijnlijk en nu begint de speculatie, maar wel onderbouwd met kennis van de samenwerking die bestaat tussen blauwtjes en mieren. Het is bekend dat sommige rupsen van heideblauwtjes worden meegenomen door mieren en zich verpoppen in het mierennest. Rupsen die niet door mieren worden meegenomen verpoppen zich in de strooisellaag of in de grond.

Foto van de eitjes in de spleet van een boomstronk met als inzetjes de tweet en een rups van heideblauwtje met mieren.
Heideblauwtje, mannetje.

De rups is aantrekkelijk voor mieren, met name voor de wegmier (Lasius niger) en de mergelmier (Lasius alienus). Op een boomstrokn in de heide zijn nog andere mierensoorten die zich over een rups kunnen ontfermen. In de huid van de rups liggen een groot aantal klierwratjes en nabij de achterlijfspunt bevindt zich de rugklier, het orgaan van Newcomer, die een zoete stroperige vloeistof afscheidt. Daarnaast kan de rups tentakels uitstulpen, die ook nabij het achterlijfsuiteinde liggen. De mier reageert daarop met een agressieve opgewondenheid. De rups stulpt deze tentakels dan ook uit als hij onraad bespeurt, waarna de mier hem beschermt. Er zijn zelfs waarnemingen van mieren die bij een eitje wachten tot de rups eruit kruipt. Dit is waarschijnlijk ook de reden dat een vrouwtje eitjes afzet die (te) ver weg liggen van de waardplant: ze gaat ervan uit dat de rupsen door de mieren wel zullen worden meegenomen en afgeleverd bij die plant! Of dit een uitzondering is of dat het meer voorkomt en of dit ook in Nederland het geval is zijn zaken waar we naar moeten kijken. Wellicht een mooie uitdaging voor een student om een zomer achter vrouwtjes van het heideblauwtje aan te lopen om te kijken waar die eitjes worden afgezet en voor een die in het voorjaar gaat onderzoeken wat er met die eitjes en mieren gebeurt. Spannend!

Vandaag, 18 januari, staat het heideblauwtje centraal op #januarivlindermaand op Twitter en Instagram. Ga daar maar eens kijken voor heel veel mooie foto's.

Heideblauwtje mieren mierenblauwtjes