vuurjuffer Pyrrhosoma nymphula

Algemene, vroeg vliegende rode juffer.
Familie
waterjuffers (Coenagrionidae)
Onderfamilie
Ceonagrioninae
Genus
Pyrrhosoma
Onderorde
Juffers - Zygoptera
Zeldzaamheid

Zeer algemeen.

Rode Lijst
thans niet bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

33-36 mm. Vrij grote juffer. Achterlijf rood, met zwarte tekening. Ogen donkerrood met twee zwarte lijnen. Poten zwart. Borststuk overwegend zwart, maar aan onderkant geel. Schouderstrepen eerst geel, later rood. Geen achteroogsvlekken. Pterostigma’s donkergrijs tot zwart. De zwarte delen van achterlijf en borststuk kunnen een koperkleurige glans hebben. Mannetje: achterlijfsegmenten 7 tot en met 10 met zwarte vlakken (bovenaanzicht), verder rood. Vrouwtje: vorm fulvipes lijkt op het mannetje, maar heeft zwarte vlakjes in de tophelft van segmenten 5 en 6. Verder loopt er een dunne zwarte lijn over het midden van het achterlijf. Vorm typica is iets donkerder: segment 6 is van boven geheel donker, segmenten 2, 3, 4 en 5 hebben zwarte vlakjes in de tophelft. Ook hier is de zwarte lijn aanwezig. Vorm melanotum is geheel donker, soms met nog enige rode kleur aan de zijkanten van de achterlijfsegmenten. De schouderstrepen van deze vorm worden niet rood, maar blijven geel.

Gelijkende soorten
Gelijkende soorten:

Koraaljuffer, de enige andere rode juffer.

Meer over gelijkende soorten:

Koraaljuffers zijn kleiner en nog roder dan vuurjuffers: de poten zijn oranje in plaats van zwart en de mannetjes hebben een geheel rood achterlijf, zonder zwarte tekening. Koraaljuffers vliegen later in het jaar dan vuurjuffers, maar de vliegtijden overlappen.

koraaljuffer
Ceriagrion tenellum
Coenagrionidae: Ceonagrioninae

Uiterlijk van de larve

Lengte: 17 - 21 mm; waarvan de achterlijf aanhangsels, procten, 4-6 mm.
De larven zijn vrij klein, het occiput is gehoekt en met een duidelijke bocht naar de ogen toe. Onder vergroting is te zien dat het prementum meestal meer dan twee grote borstelharen heeft. De achterrand van segment 8 en 9 zonder borstelharen. Procten zijn variabel in tekening.

Verwarring met andere larven

Lijkt het meest op de de Koraaljuffer, maar deze soort heeft borstelharen op de achterrand van segmenten 8 en 9. Verder verschil in afstand tussen de borstelharen op het prementum. Andere soorten van de familie van de waterjuffers hebben een afgeronde occiput en zijn dus duidelijk te onderscheiden. De blauwe breedscheenjuffer heeft ook een hoekig occiput maar heeft daarnaast een draadvormig aanhangsel aan de procten wat de vuurjuffer niet heeft.

Levenscyclus

Larven overwinteren een tot drie keer, afhankelijk van watertemperatuur en voedselaanbod. Ze gaan volgroeid de laatste winter in, waardoor ze in het vroege voorjaar geconcentreerd kunnen uitsluipen. De vuurjuffer is de vroegst uitsluipende soort in Nederland. Het uitsluipen gebeurt van half april tot begin juli, met een piek in mei en begin juni.

Larvenhuidjes op stengels van oever- of emerse vegetatie. Meestal enkele centimeters tot soms decimeters hoog boven het wateroppervalk.
Leefomgeving van de larve

Tussen water- en oeverplanten. Oudere larven op de bodem.

Habitat

Allerlei stilstaande en zwak stromende watertypen met rijke oevervegetatie en drijfbladplanten. Talrijk in laagveen, vennen en tuinvijvers. Vaak ligt het water beschut en deels in de schaduw.

Biotoop

De Vuurjuffer bewoont in Nederland een scala aan wateren die een enigzins beschutte ligging en een rijke watervegetatie gemeen hebben. Zo komt de soort voor in laagveenmoerassen, vijvers, leemplassen, traagstromende beken, vennen en hoogveenrestanten. Een gevarieerde onderwater- en drijfbladvegetatie is essentieel voor de soort. Er bestaat een lichte voorkeur voor wateren die beschaduwd worden door bomen of struiken (Beukeboom 1985, Buchwald 1983, Claessens 1989, Huijs & Peters 1983, Plachter 1985). Mogelijk speelt bij het ontbreken aan de kust de afwezigheid van beschutting een rol. In Engeland is de soort wel bij licht brak water vastgesteld (Merritt et al. 1996).
 
Overgenomen (met toestemming) uit:

 

Vliegtijd en gedrag

Van eind maart tot begin september, hoogste aantallen in mei en juni. Vuurjuffers zijn vaak op beschutte plaatsen in oevervegetatie en struiken te vinden. Ze rusten vaak met halfgespreide vleugels. Eitjes worden in tandem afgezet in allerlei water- en oeverplanten. Het paar verdwijnt hierbij vaak helemaal onder water. Eiafzet gebeurt soms groepsgewijs.

Mobiliteit

Een vrij goede vlieger, maar zwervers worden niet vaak waargenomen.

In Nederland
Ja
Regionaal

Kan overal in Nederland worden aangetroffen. In enkele regio’s is de soort duidelijk schaarser dan in de rest van het land: Noord-Holland (uitgezonderd de duinen), Zuid-Holland, Zeeland, de Betuwe, Groningen, Noordwest-Friesland en de Wadden. Zwaartepunt van de verspreiding op de hoge zandgronden, in laagveengebieden en in de duinen van Noord-Holland.

Europa

Komt voor in alle Europese landen. In Scandinavië alleen in de zuidelijke helft, langs de Noorse kust ook noordelijker.

Mondiaal

Oostelijk tot aan de Oeral en West-Turkije. In Afrika alleen in Marokko.

Zeldzaamheid

Zeer algemeen, nu ook in de duinen van Noord-Holland.
 

Trends

Matige afname in de periode 1999-2006.

Verspreiding in Nederland in vier perioden
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - 2015
Engelse naam
Large Red Damsel, Large Red Damselfly
Duitse naam
Frühe Adonislibelle
Franse naam
Petite Nymphe au corps de feu
Toelichting wetenschappelijke naam

(Gr.) pyrrhos=vuur, soma=lichaam
(L.) nymphula=verkleinwoord van (Gr.) nymphe (nimf, meisje, bruid)

Auteursnaam en jaartal
(Sulzer, 1776)
Vormen

Aan de hand van de hoeveelheid zwart op het achterlijf worden vrouwtjes ingedeeld in drie vormen. Van meest rood naar meest zwart zijn dit: fulvipes, typica en melanotum.


Tijdschriften

Soorten uit dezelfde familie waterjuffers (Coenagrionidae)

lantaarntje
Ischnura elegans

kleine roodoogjuffer
Erythromma viridulum

mercuurwaterjuffer
Coenagrion mercuriale

speerwaterjuffer
Coenagrion hastulatum

kanaaljuffer
Erythromma lindenii

grote roodoogjuffer
Erythromma najas

alle soorten uit deze familie