blauwe glazenmaker Aeshna cyanea

Algemene glazenmaker die vaak dicht bij bebouwing te vinden is.
Familie
glazenmakers (Aeshnidae)
Onderfamilie
Aeshninae
Genus
Aeshna
Onderorde
echte libellen - Anisoptera
Zeldzaamheid

Zeer algemeen

Rode Lijst
thans niet bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

67-76 mm. Fors gebouwde glazenmaker. Achterlijf donker met mozaïektekening van licht gekleurde vlekken. Veel minder blauw dan de naam doet vermoeden. Zijkant borststuk grasgroen met dikke zwarte naadstrepen. Schouderstrepen verbreed tot brede groene vlakken. De lichte vlekken op achterlijfsegmenten 8-10 zijn groot en ‘samengevloeid’, niet meer herkenbaar als gepaarde vlekken. Deze contrasterende lichte punt van het achterlijf wordt wel ‘lampionnetje’ genoemd. Segment 2 met brede groene spijkervormige tekening. Mannetje: Ogen aan bovenkant blauw. Vlekken aan zijkant van achterlijf en gehele lampionnetje blauw. Overige lichte vlekken op het achterlijf meestal grasgroen, maar soms ook blauw. Vrouwtje: Alle lichte delen aanvankelijk geel, later groen. Ogen aan bovenkant bruin.

Mannetje: top van bovenste achterlijfsaanhangsels met naar beneden gerichte punt.

Gelijkende soorten

Gelijkende soorten:

Met name de vrouwtjes kunnen verward worden met groene glazenmaker en eventueel gewone bronlibel.

Meer over gelijkende soorten:

Blauwe glazenmakers zijn van alle andere Nederlandse glazenmakers te onderscheiden door het ‘lampionnetje’ aan het achterlijf. Toch worden blauwe glazenmakers regelmatig gedetermineerd als groene glazenmaker, vanwege de groene achterlijfsvlekken van zowel de mannetjes als de vrouwtjes. Uitgekleurde mannetjes groene glazenmaker hebben echter blauwe achterlijfsvlekken, met kleine bleekgele streepjes en alleen wat groen aan de basis. Mannetjes blauwe glazenmaker hebben meestal zowel blauwe als groene vlekjes op het achterlijf, hoewel ook exemplaren voorkomen met alleen blauwe vlekjes. De ogen van mannetjes groene glazenmaker zijn blauwer dan de ogen van blauwe glazenmaker. De zijkant van het borststuk van blauwe glazenmaker heeft dikke zwarte lijnen, die bij groene glazenmaker ontbreken. Vrouwtjes groene glazenmaker hebben, behalve het ‘lampionnetje’ en de genoemde borststuktekening, een andere tekening op het tweede achterlijfssegment.
De trage, zoekende vlucht van blauwe glazenmakers lijkt op die van patrouillerende gewone bronlibellen. Vrouwtjes blauwe glazenmaker die boven een beekje vliegen worden daarom wel eens voor een gewone bronlibel aangezien.

groene glazenmaker
Aeshna viridis

gewone bronlibel
Cordulegaster boltonii

Uiterlijk van de larve

Lengte 34-38 mm.
Groot en slank met opvallend lang vangmasker.

Levenscyclus

Gewoonlijk duurt de levenscyclus twee jaar. De eerste winter als ei, de tweede winter als larve en het uitsluipen in de maanden juli en augustus.
In ondiepe wateren en warme zomers kan een larve echter al voor de winter volgroeid zijn en nog diezelfde zomer uitsluipen.
De rijpingsduur van de imago is drie tot zes weken, en de levensduur van de imago acht tot tien weken.

Habitat

Allerlei stilstaande watertypen, vaak voedselrijk en sterk beschaduwd: bosplassen, vijvers, poelen, sloten. Soms ook bij langzaam stromende beken en rivieren. Vaak in de buurt van bebouwing en recreatiegebieden.

Biotoop

De Blauwe glazenmaker is weinig kieskeurig en plant zich voort in diverse stilstaande en zwak stromende wateren. De voorkeur gaat uit naar kleine, stilstaande wateren in een beboste of parkachtige omgeving – vaak wordt ze gevonden bij beschaduwde vijvers, plassen en poelen in de directe omgeving van houtopstanden. De soort komt ook voor bij geheel of gedeeltelijk beschaduwde inhammen, bochten en zijslootjes van grote kanalen, brede sloten en vennen en bij tuinvijvers in stedelijk gebied. Hij jaagt langs opgaande structuren als heggen, bosschages, lanen en parken, die soms ver van water af liggen. In het buitenland vindt soms succesvolle voortplanting plaats in stromend water (Kalkman & Dijkstra 2000, Schorr 1990). In 1998 werd een larve gevangen in de beek de Keersop (pers. med. J. van Delft). Aanwijzingen voor voortplanting zijn ook gemeld van vreemde plaatsen zoals regentonnen, karrensporen en zelfs een gierput (Heidemann & Seidenbusch 1993, Sternberg 1994a, pers. med. W. Reinboud).
 
Overgenomen (met toestemming) uit:

 

Vliegtijd en gedrag

Van eind mei tot eind oktober, met een piek van eind juli tot half september. Jagende en patrouillerende blauwe glazenmakers vliegen in een rustig tempo laag over de grond, op plaatsen met veel halfschaduw (bijvoorbeeld bospaden en tuinen). Ze zoeken hun omgeving minutieus af en komen daarbij vaak opvallend dicht in de buurt van mensen en bebouwing. Door dit gedrag komen blauwe glazenmakers nogal eens binnenhuis achter het vensterglas terecht, of worden ze gevangen door huiskatten.

Mobiliteit

Mobiele soort, die nieuwe voortplantingsbiotopen snel weet te vinden.

In Nederland
Ja
Regionaal

De blauwe glazenmaker komt in heel Nederland voor, maar is schaars in bosloze gebieden, zoals de polders van Noord-Holland en de open kleigebieden van Friesland en Groningen. Op de hoge zandgronden zijn de dichtheden het grootst.

Europa

Algemeen in Midden-, West- en Noordoost-Europa. Schaars in Zuidoost-Europa en het Iberisch Schiereiland. Ontbreekt in de noordelijke helft van Scandinavië, de zuidelijke Balkan en Ierland.

Mondiaal

Oostelijk tot in de Oeral, zuidelijk tot Noord-Afrika (zeer schaars).

Zeldzaamheid

Zeer algemeen

Trends

Matige afname in de periode 1999-2016.

Verspreiding in Nederland in vier perioden
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - 2015
Engelse naam
Blue Hawker, Southern Hawker
Duitse naam
Blaugrüne Mosaikjungfer
Franse naam
Aeschne bleue
Toelichting wetenschappelijke naam

Aeshna= de herkomst van deze naam is onbekend
(L.) kyaneos=donkerblauw

Auteursnaam en jaartal
(Müller, 1764)

Nieuws

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie glazenmakers (Aeshnidae)

vroege glazenmaker
Aeshna isoceles

glassnijder
Brachytron pratense

zuidelijke glazenmaker
Aeshna affinis

blauwe glazenmaker
Aeshna cyanea

zadellibel
Anax ephippiger

paardenbijter
Aeshna mixta

alle soorten uit deze familie