groene glazenmaker Aeshna viridis

In Nederland gebonden aan krabbenscheervegetaties.
Familie
glazenmakers (Aeshnidae)
Onderfamilie
Aeshninae
Genus
Aeshna
Onderorde
echte libellen - Anisoptera
Zeldzaamheid

Zeldzaam

Rode Lijst
kwetsbaar

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

65-75 mm. Achterlijf donker met mozaïektekening van licht gekleurde vlekken. Zijkant borststuk geheel groen, met slechts zeer dunne zwarte naadstrepen. Schouderstrepen breed en groen. Zwarte “T-vlek” op kopschild met zeer dunne steel. Vleugels met gele tint. Mannetje: Ogen en vlekken op achterlijf blauw. Basis van achterlijf (net als grootste deel van borststuk) groen. Vrouwtje: Alle lichte delen groen. Achterlijfsegment 2 grotendeels groen, met een ingesnoerde donkere vlek in het midden (bovenaanzicht). Geen gele spijkervormige vlek.

Gelijkende soorten

Gelijkende soorten:

Blauwe glazenmaker en grote keizerlibel

Meer over gelijkende soorten:

Blauwe glazenmakers zijn van alle andere Nederlandse glazenmakers te onderscheiden door het ‘lampionnetje’ aan het achterlijf. Toch worden blauwe glazenmakers regelmatig gedetermineerd als groene glazenmaker, vanwege de groene achterlijfsvlekken van zowel de mannetjes als de vrouwtjes. Uitgekleurde mannetjes groene glazenmaker hebben echter blauwe achterlijfsvlekken, met kleine bleekgele streepjes en alleen wat groen aan de basis. Mannetjes blauwe glazenmaker hebben meestal zowel blauwe als groene vlekjes op het achterlijf, hoewel ook exemplaren voorkomen met alleen blauwe vlekjes. De ogen van mannetjes groene glazenmaker zijn blauwer dan de ogen van blauwe glazenmaker. De zijkant van het borststuk van blauwe glazenmaker heeft dikke zwarte lijnen, die bij groene glazenmaker ontbreken. Vrouwtjes groene glazenmaker hebben, behalve het ‘lampionnetje’ en de genoemde borststuktekening, een andere tekening op het tweede achterlijfssegment. Wees erop bedacht dat blauwe glazenmakers zich soms net als groene glazenmakers voortplanten in krabbenscheervelden.
Dit laatste geldt ook voor de grote keizerlibel, die globaal op de groene glazenmaker lijkt vanwege het groene borststuk, de blauwe ogen en de grote hoeveelheid blauw op het achterlijf. Grote keizerlibellen hebben echter een doorlopende zwarte streep over het achterlijf, in plaats van een mozaïektekening van vlekjes. Bovendien hebben zij een borststuk dat ook aan de bovenkant groen is. Het borststuk van de groene glazenmaker is aan de bovenkant bruin, met twee brede groene schouderstrepen.

blauwe glazenmaker
Aeshna cyanea

grote keizerlibel
Anax imperator

Uiterlijk van de larve

Lengte 39 - 46 mm.
Vrij grote en brede glazenmaker met kort prementum, korte cerci en vrij grote zijdoornen op segment 6.

Verwarring met andere larven

Verwarring kan optreden met huidjes van andere glazenmakers met kort prementum en cerci. Dit zijn de bruine glazenmaker, de venglazenmaker en de getande glazenmaker (komt niet voor in NL).
Huidjes van de bruine glazenmaker hebben meestal een bontere rugtekening en de karakteristieke witte vlekken op de occiput. De vengalazenmaker heeft meestal geen zijdoornen op segment 6.

Levenscyclus

De eitjes overwinteren in krabbenscheerplanten. De larven overwinteren vervolgens nog een (soms twee) keer. Uitsluipen gebeurt van eind juni tot eind augustus, met een piek in de eerste helft van augustus. Dit gebeurt meestal op krabbenscheerplanten. Wees erop bedacht dat larvenhuidjes op krabbenscheerplanten echter ook van andere glazenmakers afkomstig kunnen zijn. Met name de huidjes van de bruine glazenmaker lijken sterk op die van de groene glazenmaker.

De larvenhuidjes zijn te vinden op de bladeren van de krabbenscheer die boven het water uitsteken.
Leefomgeving van de larve

Tussen de bladen van krabbenscheerplanten, meestal in dichte krabbenscheervegetaties. De larven zijn door de stekelige bladen goed beschermd tegen predatie door vissen.

Habitat

Stilstaande wateren met dichte krabbenscheervelden: plassen, sloten en petgaten in laagveengebieden en sloten in veenweidegebieden.

Biotoop

In Nederland is het voorkomen van de groene glazenmaker strikt gebonden aan groeiplaatsen van krabbescheer (Stratiotesaloides) – alleen op plaatsen waar krabbescheer jaarlijks velden vormt komen populaties voor. Vergaande verlanding van deze velden maakt de biotoop ongeschikt. Krabbescheervelden komen vooral voor in meren en plassen van laagveenmoerassen, in sloten in het veenweidegebied en in dode rivierarmen. Verlandingszones waar krabbescheer sterk domineert, zijn geschikt voor voortplanting van de libel. De krabbescheervegetatie is hier zeer dicht en bestaat geheel uit drijvende rozetten van 2,5 à 3,5 cm brede bladeren, die 15 tot 30 cm boven het wateroppervlak uitsteken (Geene 1989). Regelmatig worden deze verlandingsvegetaties geschoond – in veenweidegebieden door agrariërs in het kader van waterbeheer (schouwplicht), in laagveenmoerassen in het kader van natuurbeheer. De vegetatie krijgt hierdoor geen kans om verder te verlanden en het verlandingsproces blijft in stand, wat gunstig is voor de groene glazenmaker. In Nederland is de soort goeddeels afhankelijk van dit beheer, buiten Nederland minder. In Nederland komt A.viridis veel in poldersloten voor. Ook in Duitsland (pers. med. H. Klugkist), Denemarken
(Pedersen & Holmen 1994), Oekraïne en Estland (pers. med. S. Gorb) is de soort gebonden aan krabbescheer. In Zweden plant A.viridis zich ook voort in een zuur ven met alleen veenmos (Sphagnum) (pers. med. G. Sahlén) en ook in Siberië zou de relatie met krabbescheer minder strikt zijn (pers. med. A. Haritonov).

Overgenomen (met toestemming) uit:

 

Vliegtijd en gedrag

Eind juni tot eind september, grootste aantallen in augustus. Groene glazenmakers worden meestal pas ’s middags actief. Jagende dieren zijn op beschutte plekken aan te treffen, zoals open rietlanden, bosranden en ruigten. Op warme avonden kan dit doorgaan tot ver na zonsondergang. In andere landen (en vroeger ook in Nederland) gebeurt dit soms in grote groepen.
Mannetjes patrouilleren ’s middags boven krabbenscheervelden. Eitjes worden solitair door het vrouwtje afgezet, vrijwel uitsluitend in krabbenscheerplanten. Dit gebeurt vooral in tweede helft van de middag. Vrouwtjes gaan bij de eiafzet vaak verscholen tussen de krabbenscheerplanten, maar zijn wel goed hoorbaar door hun vleugelgeritsel.

Mobiliteit

Een mobiele soort, maar mede door de zeldzaamheid van de soort zijn in Nederland weinig waarnemingen van zwervers bekend.

In Nederland
Ja
Regionaal

De verspreiding van de groene glazenmaker valt met de verspreiding van krabbenscheer. Bolwerken zijn de laagveengebieden in Noordwest-Overijssel, Friesland en Drenthe, het Vechtplassengebied en het veenweidegebied in Zuid-Holland en Utrecht. Verder komt de soort verspreid voor in de weidegebieden van Groningen en Friesland. Vroeger ook in Noord-Brabant en Limburg.

Europa

Noordoostelijke soort: Nederland, Noord-Duitsland, Denemarken, Zweden, Finland, Baltische Staten, Polen, Oekraïne, Wit-Rusland en Rusland. Verder lokaal in Oostenrijk en Hongarije.

Mondiaal

Oostelijk tot in Siberië.

Zeldzaamheid

Vrij zeldzaam
 

Trends

Sterke afname in de periode 1999-2006.

Verspreiding in Nederland in vier perioden
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - 2015
Flora- en faunawet
Beschermd
Habitatrichtlijn
Beschermd, soort van bijlage IV
Concrete bedreiging

Alles wat de ontwikkeling van dichte krabbenscheervegetaties in gevaar brengt:

  • Afname van kwel door verdroging zorgt voor de afname van de concentratie ijzerionen in het water. Hierdoor komt het voor krabbenscheer toxische sulfide vrij en treedt interne eutrofiëring op, waardoor krabbenscheer wordt weggeconcurreerd door andere plantensoorten. 
  • Het inlaten van alkalisch en sulfaatrijk (rivier)water heeft soortgelijke processen tot gevolg. 
  • Door vermesting van het water, vaak als gevolg van landbouwactiviteiten, wordt de groei van krabbenscheer beperkt en gaan andere plantensoorten domineren. 
  • Regionale inspoeling van nitraat in landbouwgebieden zorgt voor een verhoging van de sulfaatconcentratie in het grondwater. Ook hierdoor neemt de concentratie van het toxische sulfide toe en treedt interne eutrofiëring op. 
  • Ongefaseerd en verkeerd getimed schonen van watergangen met krabbenscheer. 
  • Ophoping van bodemslib, waardoor waterlichamen te ondiep worden en schadelijke stoffen zich ophopen. 
  • Beperkte verspreidingscapaciteit en genetische variatie zorgt ervoor dat uitbreiding van krabbenscheer moeizaam verloopt. 
  • Ontbreken van geschikt landbiotoop voor volwassen glazenmakers. Op plaatsen met voldoende krabbenscheer kan de groene glazenmaker toch ontbreken wanneer ruige vegetatie en bosjes afwezig zijn. 
  • Verregaande verlanding, waardoor het water te ondiep wordt en krabbescheer wordt weggeconcurreerd.
Aanbevolen beheersmaatregel
  • Herstellen en beschermen van kwel in laagveengebieden.
  • Verhogen van het winterpeil en het jaarrond langer vasthouden van water zorgt ervoor dat minder gebiedsvreemd water van slechte kwaliteit hoeft te worden ingelaten. 
  • Beperken van organische belasting uit de omliggende landbouwgebieden. 
  • Watergangen gefaseerd schonen. Steeds wisselende delen (in totaal min. 50%) van de vegetatie ongemoeid laten. Werkzaamheden na september uitvoeren, wanneer krabbenscheer naar de bodem is gezakt en makkelijk gespaard kan worden. 
  • Baggeren van het bodemslib dient met een baggerpomp te gebeuren, in de periode mei-september, zodat slib onder de krabbenscheerplanten door kan worden weggezogen. Delen van het waterlichaam ongemoeid laten. 
  • Ontwikkeling van landbiotoop, door ruimte te geven aan spontane ontwikkeling van ruigtekruidenvegetaties en bosjes.
Engelse naam
Green Hawker
Duitse naam
GrĂ¼ne Mosaikjungfer
Franse naam
Aeschne verte
Toelichting wetenschappelijke naam

Aeshna=de herkomst van deze naam is onbekend
(L.) viridis=groen

Auteursnaam en jaartal
Eversmann, 1836

Soorten uit dezelfde familie glazenmakers (Aeshnidae)

zuidelijke keizerlibel
Anax parthenope

grote keizerlibel
Anax imperator

noordse glazenmaker
Aeshna subarctica

paardenbijter
Aeshna mixta

glassnijder
Brachytron pratense

venglazenmaker
Aeshna juncea

alle soorten uit deze familie