rombouten Gomphidae

Herkenning

Middelgrote libellen. De enige familie van de echte libellen waarvan de ogen elkaar bovenop de kop niet raken: ze zijn gescheiden door een tussenruimte. Het achterlijf is zwart met een gele vlekkentekening, het borststuk geel met zwarte strepen. Alleen de gaffellibel heeft een grasgroene grondkleur van borststuk, kop en begin van het achterlijf. Mannelijke rombouten hebben een duidelijke verbreding van het achterlijf, ter hoogte van de laatste achterlijfssegmenten. Alleen bij de plasrombout is dit onduidelijk. Mannetjes tanglibellen hebben opvallend grote en tangvormig gebogen achterlijfsaanhangselen.

Gedrag

Rombouten zijn vaak het makkelijkst vindbaar door langs de waterkant te zoeken naar uitsluipende imago's en huidjes. Na het uitsluipen vliegen de imago's tijdelijk weg van het water. Geslachtsrijpe mannetjes patrouilleren op een luie wijze langs de waterkant. Ze gaan vaak zitten op een uitkijkpost, zoals een steen of uitstekende vegetatie. Hierbij houden ze hun achterlijf meestal schuin omhoog.
Vrouwtjes persen voor de eiafzet een klompje eitjes uit het achterlijf, dat aan het achterlijf blijft zitten. Na enige tijd wordt het eiklompje al vliegend in het open water losgelaten. De eitjes zinken naar de bodem en hechten zich door middel van een kleverig laagje aan het substraat.
De larven leven een groot deel van hun leven ingegraven in het bodemmateriaal.

Habitat

Rombouten zijn echte specialisten van stromend water. Alleen de plasrombout komt ook veel voor in stilstaand water, zoals heldere plassen. De verschillende soorten hebben allemaal een iets andere voorkeur voor het type bodemsubstraat waarin de larven zich ingraven. Veel variatie in dit bodembustraat en een hoge zuurstofverzadiging van het water is voor de meeste soorten belangrijk.

Soorten

beekrombout
Gomphus vulgatissimus

gaffellibel
Ophiogomphus cecilia

kleine tanglibel
Onychogomphus forcipatus

plasrombout
Gomphus pulchellus

rivierrombout
Gomphus flavipes