Rode Lijst 2019

Rode Lijst Dagvlinders 2019

Het oranje zandoogje stond in 2006 niet op de Rode Lijst, maar nu wel.

Carola Schouten, Minister van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit heeft de nieuwe Rode Lijst Dagvlinders vastgesteld. Op deze lijst staat welke vlinders nu bedreigd zijn of in die categorie zouden kunnen komen. De Vlinderstichting heeft het basisrapport hiervoor gemaakt. Rode Lijsten worden elke tien jaar door het Rijk geactualiseerd en vastgesteld; op zaterdag 2 maart 2019 hebben De Vlinderstichting en het Ministerie van LNV de nieuwe Rode Lijst Dagvlinders gepresenteerd tijdens de Landelijke Dag van De Vlinderstichting.

Volgens de Rode Lijst Dagvlinders 2019 zijn:

  • 15 soorten verdwenen uit Nederland
  • 12 ernstig bedreigd
  • 10 bedreigd
  • 7 kwetsbaar
  • 3 gevoelig

Slechts 29 soorten (38%) zijn niet bedreigd.

 

Lees het basisrapport

 

De Rode Lijst is gemaakt met data uit de Nationale Databank Flora en Fauna en het landelijk meetnet vlinders. Duizenden vrijwilligers helpen hier aan mee. Dankzij dit meetnet, onderdeel van het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM), kan De Vlinderstichting sinds 1990 de vlinderstand goed bijhouden. Voor het maken van de Rode Lijst wordt zowel gekeken naar de zeldzaamheid nu, als naar de trend in aantal en verspreiding sinds 1950.

Verschuivingen

In vergelijking met de vorige Rode Lijst uit 2006 zijn er wat verschuivingen. Zo gelden keizersmantel en iepenpage niet meer als bedreigd, maar het oranje zandoogje staat er nu wel op. Wel laat het landelijk meetnet vlinders zien dat het totaal aantal vlinders tussen 1992 en 2017 met 43% gedaald is. De laatste tien jaar zijn er niet meer bedreigde soorten gekomen. Voor een aantal soorten – bijna allemaal voorkomend in natuurgebieden - komt dat doordat terreinbeheerders steeds meer rekening met vlinders houden (al gaat het helaas ook wel eens mis). Voor andere vlindersoorten heeft de klimaatverwarming geholpen: deze soorten doen het beter als het wat warmer is.

 

Sterke achteruitgang niet-bedreigde vlinders

Toch gaat niet altijd goed met vlinders die als ‘niet bedreigd’ te boek staan. Bij het bruin zandoogje en het icarusblauwtje bijvoorbeeld, die nu nog voorkomen in bijna heel Nederland, zijn de dichtheden nu veel lager: ze komen alleen nog in een paar bermen voor, waar ze vroeger bijna overal vlogen. Het is moeilijk voor te stellen hoe groot de achteruitgang in het aantal vlinders van ‘gewone soorten’ sinds 1950 is geweest.

Chris van Swaay, projectleider bij De Vlinderstichting: “We denken dat de echte achteruitgang in populatiegrootte voor de meeste ‘gewone vlinders’ ergens tussen de 84% en 99% geweest moet zijn, al is dit slechts een ruwe schatting.”

Positieve ontwikkelingen

Het gaat opvallend goed met een aantal bosvlinders, vooral sinds de laatste eeuwwisseling. Soorten als keizersmantel, iepenpage en grote weerschijnvlinder wisten zelfs geheel van de bedreigde status op de vorige Rode Lijst af te komen. Dit is te danken aan een mix van klimaatopwarming (waardoor er meer warme plekken in het bos zijn gekomen), oudere bossen (veel bossen zijn simpelweg weer tien jaar ouder dan bij de vorige Rode Lijst), omvorming van naald- naar loofhout en inspanningen van beheerders om structuurrijke bosranden en -paden te creëren.

Rode Lijst Dagvlinders 2019