dwergdikkopje Thymelicus acteon

De ontwikkeling van een groot aaneengesloten gebied met ruig kalkgrasland zou mogelijk nieuwe kansen bieden voor het dwergdikkopje in Nederland.
Familie
dikkopjes (HESPERIIDAE)
Onderfamilie
Hesperiinae / Thymelicus acteon
Groep
Dagvlinder
Hoe moeilijk te herkennen
(moeilijk tot zeer moeilijk te determineren)
Zeldzaamheid

In Nederland kwam het dwergdikkopje aan het begin van de 20e eeuw op vrijwel alle kalkgraslanden voor.

Rode lijst
verdwenen

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 10-13 mm. Een klein lichtbruin tot geel dikkopje met een grijsachtige tint. Op de bovenkant van de vleugels bevindt zich nauwelijks enige tekening; alleen op de bovenkant van de voorvleugel bevindt zich een rij lichter gekleurde vlekken. Het mannetje heeft een zwarte geurstreep op de voorvleugel. Raadpleeg onze determinatiehulp voor meer details.

Uiterlijk Carter: Tot 24 mm; naar beide uiteinden smal toelopend; lichaam groen met een licht afgezette donkergroene streep over het midden van de rug met aan weerszijden een lichte groenachtig gele streep; op beide flanken loopt een geelachtig witte band; de grote kop is bleek groenachtig bruin.

Gelijkende soorten vlinder

Kan moeilijk te onderscheiden zijn van de andere gele dikkopjes. Raadpleeg onze determinatiehulp voor meer details.

Gelijkende soorten vlinder

zwartsprietdikkopje
Thymelicus lineola

groot dikkopje
Ochlodes sylvanus

kommavlinder
Hesperia comma

geelsprietdikkopje
Thymelicus sylvestris

Levenscyclus

Rups: eind augustus-eind juni. De eiafzetting vindt plaats in groepjes in de schede van dorre grasbladeren. De soort overwintert als pas uitgekomen, nuchtere rups in een individueel coconnetje.

De eitjes worden in kleine series afgezet in ingerolde verdorde bladeren van grote pollen. Als de rups uit het eitje komt, spint hij een cocon in de schede van een dorre grasstengel. Daarin overwintert hij nuchter. De vlinders drinken geregeld nectar. De dichtheid op de vliegplaatsen kan hoog tot bijzonder hoog zijn: van 64 tot 1000 exemplaren per hectare.

Waardplanten

Gevinde kortsteel.

Habitat

Habitat: Droge en warme (kalk-)graslanden en dan met name de ruige gedeelten met grote pollen gevinde kortsteel.

Vliegtijd en gedrag

Begin juli-half augustus in één generatie. De vlinders drinken geregeld nectar.

De uiterste data waarop een vlinder is waargenomen, zijn 23 juni en 24 augustus.

Mobiliteit

Het dwergdikkopje wordt in de literatuur vermeld als een honkvaste soort, maar vermoedelijk hebben alle waarnemingen op de zandgronden in het verleden betrekking op zwervers. Mogelijk zijn deze individuen afkomstig uit Duitsland.

Regionaal

Tot 1930 was het dwergdikkopje in Zuid-Limburg een vrij algemene vlinder. Daarna ging de soort achteruit en omstreeks 1965 was hij al zeer zeldzaam. De laatste populaties vlogen op de Bemelerberg (tot 1975) en in het Gerendal (tot 1981). Andere plaatsen waar de soort nog lange tijd voorkwam, zijn de Schiepersberg (tot 1967) en de Vrakelberg (tot 1963). Na 1981 zijn ook geen zwervers meer gezien.

Europa

De dichtstbijzijnde populatie bevindt zich op het Belgische deel van de Sint-Pietersberg. In Zuid-Europa en Groot-Brittannië is het voorkomen stabiel, maar in Centraal-Europa, waaronder Duitsland en België, is de soort in 25 jaar met 20-50% achteruitgegaan. Hij staat op de Waalse en op de Europese Rode Lijst.

Mondiaal

Het dwergdikkopje bewoont een groot deel van Zuid- en Midden-Europa.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande diagrammen tonen de veranderingen van de talrijkheid in de loop van de tijd. De gegevens zijn afkomstig uit het Landelijk Meetnet Vlinders (CBS / De Vlinderstichting).
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - 2015
Zeldzaamheid
Flora- en faunawet
Het dwergdikkopje is beschermd volgens de Flora-en faunawet.
Concrete bedreiging

Er zijn waarschijnlijk vier oorzaken waardoor het dwergdikkopje niet meer in Nederland voorkomt:

  • Veel kalkgraslanden zijn ontgonnen en vervangen door akkers, wegen en huizen.
  • Veel kalkgraslanden zijn verdwenen vanwege het uitblijven van beheer. Hierdoor groeiden zij dicht met struweel en bos.
  • Veel kalkgraslanden zijn verkeerd beheerd. Zo werd een aantal graslanden geregeld afgebrand of rigoureus gemaaid. Deze beheervormen verdraagt het dwergdikkopje slecht. Deze soort leeft juist in graslanden met een gevarieerd beheer, waarin delen worden gemaaid of begraasd maar waarin ook gedeeltelijk 'niets' wordt gedaan. Juist door deze variatie ontstaan er plaatsen met een ruigere vegetatie waarin grote pollen van de gevinde kortsteel groeien.
  • Het resterende geschikte grasland had een te klein oppervlak voor een duurzame populatie. De oppervlakte van een kalkgrasland(-complex), dat voor het dwergdikkopje geschikt is, moet bij voorkeur meer dan 50 hectare zijn.
Aanbevolen beheersmaatregel

Voor het herstel van de soort is het wenselijk dat het oppervlak kalkgrasland wordt uitgebreid. Het beheer van deze graslanden moet gevarieerd zijn, waarbij ook ruigere delen ontstaan met onder andere grote pollen gevinde kortsteel.
Extensieve begrazing met bijvoorbeeld schapen in de winter is een geschikte beheervorm. Wordt er gemaaid, dan moet een deel van de vegetatie worden ontzien. De rups overwintert namelijk vrij hoog in de pol.
Daarnaast kunnen veel mergelgroeven zodanig ingericht worden dat deze soort er kan leven. Door bijvoorbeeld de graslanden in de ENCI-groeve in de Sint-Pietersberg voor deze soort geschikt te maken, lijkt spontane hervestiging daar mogelijk. Ook andere mergelgroeven in Limburg kunnen na herinrichting tot leefgebied voor deze soort worden ontwikkeld.

Toekomst
Het dwergdikkopje zou weer in Nederland voor kunnen komen indien er in Zuid-Limburg een groot min of meer aaneengesloten gebied wordt ontwikkeld met onder andere ruig kalkgrasland.

Engelse naam
Lulworth Skipper
Duitse naam
Mattscheckiger Braundickkopffalter
Franse naam
l'Hespérie actéon
Oud Nederlandse naam
gevlekt dikkopje
Synoniemen
Adopaea acteon, Hesperia actaeon
Toelichting wetenschappelijke naam

Thymelicus: thumelikos = een koorlid in Griekse drama's. Het koor werd gevormd door de dansers en de naam heeft relatie met de levendige manier van vliegen van de vlinders.
acteon: Actaeon is de Griekse jager die Artemis verraste bij het baden en die door haar werd veranderd in een hert, waarna hij werd verslonden door zijn eigen opgehitste honden.

Auteursnaam en jaartal
(Rottemburg, 1775)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie dikkopjes (HESPERIIDAE)

bruin dikkopje
Erynnis tages

groot dikkopje
Ochlodes sylvanus

geelsprietdikkopje
Thymelicus sylvestris

kommavlinder
Hesperia comma

zwartsprietdikkopje
Thymelicus lineola

bretons spikkeldikkopje
Pyrgus armoricanus

alle soorten uit deze familie