gele luzernevlinder Colias hyale

De gele luzernevlinder is een schaarse trekvlinder die vooral gezien wordt bij luzerne- en klavervelden in het zuidoosten van het land.
Familie
witjes (PIERIDAE)
Onderfamilie
Coliadinae / Colias hyale
Groep
Dagvlinder
Hoe moeilijk te herkennen
(goed op gelijkende soorten letten)
Zeldzaamheid

Een schaarse trekvlinder die in wisselende aantallen per jaar in Nederland wordt waargenomen.

Rode lijst
trekvlinder

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 20-25 mm. De voorvleugel heeft een spitse vleugelpunt met een donkere tekening die vaak omvangrijker is dan bij de zuidelijke luzernevlinder. De zwarte wortelbestuiving is waaiervormig uitgebreid en reikt overduidelijk tot in de grote cel. De oranje celvlek op de bovenkant van de achtervleugel is vrij licht en niet opvallend. De grondkleur van het mannetje is licht groenachtig geel. De vlinder rust met dichtgevouwen vleugels.

Uiterlijk Carter: Tot 32 mm; lichaam groen, fijn zwart gespikkeld met een witte lengtestreep over de spiracula met daarin - aan weerszijden van ieder spiraculum - een rood of oranje veegje; kop groen.

Gelijkende soorten vlinder

Let op: de gele luzernevlinder en de zuidelijke luzernevlinder lijken bijzonder veel op elkaar; een zekere determinatie is dan ook niet altijd mogelijk. De zuidelijke luzernevlinder wordt vrijwel alleen op kalkgraslanden met paardenhoefklaver gezien. De gele luzernevlinder heeft weliswaar voorkeur voor klaver- en luzernevelden, maar op trek kan hij vrijwel overal opduiken. Zie ook de oranje luzernevlinder.

Gelijkende soorten vlinder

zuidelijke luzernevlinder
Colias alfacariensis

oranje luzernevlinder
Colias croceus

Gelijkende soorten rups

Oranje luzernevlinder (Colias croceus).
N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).

oranje luzernevlinder
Colias croceus

Levenscyclus

Rups: vanaf half juni. Op de vliegplaatsen overwintert de soort als rups.

ei-afzet
De vrouwtjes zetten de eitjes afzonderlijk af op de bladeren of stengels. Ei-afzetting vindt vooral ‘s middags plaats en bij voorkeur op jonge of lage planten die groeien op kale grond.

rups en verpopping
De rups voedt zich aanvankelijk met de bovenlaag van het blad, doorgaans dicht bij de hoofdnerf. Na iedere maaltijd rust de rups gestrekt langs de hoofdnerf. Na enkele dagen eten de rupsen hele bladeren. De soort overwintert als rups in Midden-Europa en is, in tegenstelling tot de oranje luzernevlinder, gedurende de gehele winter in rust. Halfvolgroeide rupsen overwinteren nabij de bladeren van de waardplant in de strooisellaag. Verpopping vindt plaats aan de stengel van de waardplant.

vlinders
Al vroeg in het jaar verschijnen de eerste vlinders. De dichtheid aan individuen is vrij laag tot hoog, circa 1 tot 64 individuen per hectare. In Centraal-Europa kunnen er bij sommige klavervelden soms (vele) duizenden vliegen. Bij zonnig weer vliegen ze rond met een snelle vlucht. De vlinder besteedt vrij veel tijd aan het zoeken naar nectar op bijvoorbeeld luzerne en klavers, soorten die eveneens als waardplant dienen. Mannetjes op zoek naar vrouwtjes houden patrouillevluchten met een zigzaggende vlucht. Vrouwtjes worden relatief vaak nectardrinkend gevonden.

Waardplanten

Diverse vlinderbloemigen, waaronder luzerne, wikke en klaver.

Habitat

Habitat: Allerlei open terreinen zoals bloemrijke graslanden, bermen, braakliggend terrein, of luzerne- en klaverakkers.

Vliegtijd en gedrag

De gele luzernevlinder is een trekvlinder die ieder voorjaar vanuit Midden-Europa naar het noorden vliegt. De eerste vlinders arriveren in mei en juni in ons land. De volgende generatie vliegt van begin juli-eind oktober, aangevuld met nieuwe immigranten.

De vroegste waarnemingsdatum is 30 maart, de laatste datum waarop een vlinder is gezien is 5 november.

Mobiliteit

De gele luzernevlinder is een zeer mobiele vlinder die tot de trekvlinders wordt gerekend en grote afstanden kan afleggen. De vlinders trekken afzonderlijk of in kleine groepjes en vliegen dan in een rechte lijn vaak via geleidende landschapselementen zoals dijken, kanalen, sloten, rivieren en de kustlijn.

Regionaal

In Nederland wordt hij vrijwel jaarlijks in kleine aantallen waargenomen. Tot juni worden relatief veel individuen in Limburg gezien, daarna worden de vlinders meer verspreid waargenomen. In het najaar kan de soort in principe overal in Nederland worden gevonden. In de kustprovincies wordt hij minder vaak gezien dan de oranje luzernevlinder en in Groot-Brittannië is hij zelfs uiterst zeldzaam. Dit wijst erop dat de gele luzernevlinders die naar Nederland komen vooral uit het zuidoosten afkomstig zijn.
De gele luzernevlinder is nu een schaarse trekvlinder. Vroeger was hij algemener dan tegenwoordig. Vooral gedurende een aantal zomers in de jaren veertig en vijftig is hij in grote aantallen gevonden. Met name 1947 was een topjaar met 6100 gemelde individuen. Een ander goed jaar is 1964 met 4500 individuen. Al deze waarnemingen staan slechts gedeeltelijk op de kaart; de gegevens van het toenmalige trekvlinderonderzoek zijn helaas verloren gegaan. Sinds de jaren vijftig echter neemt het gemiddeld aantal waargenomen vlinders per jaar duidelijk af. Het jaar 1992 is het meest recente jaar met veel waarnemingen. Tegenwoordig gaat het hoogstens om enkele honderden meldingen per jaar.

Europa

Op Europese schaal lijkt de gele luzernevlinder niet bedreigd. Door het trekgedrag van de soort is er geen Europese trend te bepalen.

Mondiaal

De gele luzernevlinder is een Midden-Europese soort die in Denemarken en Zuid-Finland, van Zuidoost-België tot Noord-Spanje, en van Zwitserland tot de Noord-Balkan voorkomt. In delen van Zweden, Nederland en Zuid-Engeland wordt hij als trekvlinder waargenomen. Hij ontbreekt in grote delen van Zuid-Europa.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande diagrammen tonen de veranderingen van de talrijkheid in de loop van de tijd. De gegevens zijn afkomstig uit het Landelijk Meetnet Vlinders (CBS / De Vlinderstichting).
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - 2015
Zeldzaamheid
Engelse naam
Pale Clouded Yellow
Duitse naam
Gemeiner Heufalter, Weissklee-Gelbling
Franse naam
Le Soufré, Faux soufré
Oud Nederlandse naam
gele hippocrepisvlinder, gele hooivlinder, gele lucernevlinder, gouden acht, zwavelgeel posthoorntje
Toelichting wetenschappelijke naam

Colias: Colias is de naam van het voorgebergte langs de kust van Attica waar een tempel van Aphrodite (Venus) stond. De slag van Salamis werd hier vlakbij uitgevochten.
hyale: Hyale is een van de vijftig dochters van Danaus, Koning van Argos. (zie ook bij Colias palaeno)

Auteursnaam en jaartal
(Linnaeus, 1758)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie witjes (PIERIDAE)

steppeluzernevlinder
Colias chrysotheme

citroenvlinder
Gonepteryx rhamni

veengeeltje
Colias palaeno

klein koolwitje
Pieris rapae

boswitje
Leptidea sinapis

resedawitje
Pontia daplidice

alle soorten uit deze familie