bleek blauwtje Polyommatus coridon

Omdat de waardplant paardenhoefklaver vrijwel niet voorkomt in Nederland, is het bleek blauwtje niet in staat zich hier voort te planten.
Familie
blauwtjes (LYCAENIDAE)
Onderfamilie
Lycaeninae / Polyommatus coridon
Groep
Dagvlinder
Hoe moeilijk te herkennen
(goed op gelijkende soorten letten)
Zeldzaamheid

Het bleek blauwtje is een sinds 1959 verdwenen onregelmatige standvlinder, waarvan vooral zwervers werden gezien in Zuid-Limburg en het Maasdal. Na 1990 is de soort slecht vijfmaal in Nederland waargenomen.

Rode lijst

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: circa 17 mm. De bovenkant van de vleugels van het mannetje is licht grijsachtig blauw met brede zwarte randen; het vrouwtje is bruin en zelden blauw bestoven. De franje is geblokt. De onderkant van de vleugels is bij het mannetje witgrijs. Bij het vrouwtje is de onderkant van de voorvleugel lichtbruin en die van de achtervleugel donkerbruin.

Uiterlijk Carter: Tot 16 mm; vrij dik, naar de uiteinden versmald en afgeplat naar de randen; lichaam groen met twee gele lengtebanden over de rug en onder de zwarte spiracula een dubbele gele streep; kop glimmend zwart, in het lichaam teruggetrokken.

Gelijkende soorten vlinder

Geen resultaten.

Levenscyclus

Rups: eind april-half juni. De soort overwintert als ei.

De eitjes worden gelegd op de houtige delen van de waardplant in of nabij de strooisellaag, soms zelfs op strooisel of stenen nabij de waardplant. Het aantal individuen op de vliegplaatsen, dat betreffen dus vooral buitenlandse kalkgraslanden, kan bijzonder hoog zijn, ca 16 tot 1000 exemplaren per hectare. De vlinders drinken nectar uit kruiden of vloeistoffen uit uitwerpselen.

Waardplanten

Paardenhoefklaver.

Habitat

Habitat: Open kalkgraslankden.

Vliegtijd en gedrag

Eind juni-begin september in één generatie. De vlinders voeden zich met nectar uit verschillende kruidachtige planten of met vocht uit uitwerpselen.

De uiterste data zijn 29 juni en 12 september.

Mobiliteit

Het bleek blauwtje werd tot de trekvlinders gerekend. Overigens zijn het vooral de mannetjes die trekken; dieren die in Nederland zijn gezien, zijn dan ook overwegend mannetjes.

Regionaal

Populatie in Limburg
In Nederland vloog hij tot 1959 in grotere aantallen langs een spoorlijn (het miljoenenlijntje) nabij Landgraaf (Limburg). Voor de aanleg van deze spoorlijn is kalkrijke grond uit Duitsland gebruikt waarop paardenhoefklaver groeide. Op deze plaats is de soort diverse jaren achtereen gezien, ook vrouwtjes die eitjes afzetten en er is een rups gevonden. Voor de aanleg van een weg is deze grond weer afgegraven en daarmee is het bleek blauwtje uit Nederland als onregelmatige standvlinder verdwenen.

Zwervers
Daarnaast zijn veel zwervende vlinders gevonden. De eerste waarneming dateert uit augustus 1859 bij Nijkerk. Tot 1990 zijn er bijna driehonderd zwervers gezien en in het verleden rekende men de soort tot de trekvlinders. Goede jaren met meer dan tien individuen waren 1906, 1921, 1925, 1951, 1952 en 1953. In enkele jaren zijn er zelfs meer dan twintig vlinders gezien; 1963 was een topjaar met vijftig meldingen. Al deze waarnemingen staan maar gedeeltelijk op de kaart; de gegevens van het trekvlinderonderzoek zijn helaas verloren gegaan. Zo staan er in het bestand dat voor deze verspreidingskaartjes is gebruikt, maar 10 waarnemingen uit 1963. De meeste waarnemingen komen uit het Maasdal en Zuid-Limburg. Sinds 1963 is de soort veel zeldzamer geworden en na 1990 zijn er slechts vijf waarnemingen, waarvan één uit Noord-Brabant (Breda 29 augustus 1996) en vier uit Zuid-Limburg (Landgraaf 15 augustus 1993, Sint-Pietersberg 27 juli, 30 juli en 31 juli 1994). De vlinders van de Sint-Pietersberg vlogen van zuid naar noord en er leek sprake van een gerichte trek. De dichtstbijzijnde vliegplaatsen liggen in de Eifel en Wallonië.

Europa

Het bleek blauwtje gaat in Wallonië, Duitsland en Groot-Brittannië achteruit. In Wallonië is hij zeldzaam, in Duitsland staat hij op de Rode Lijst.

Mondiaal

Het bleek blauwtje komt in een groot deel van Midden- en Zuid-Europa voor.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande diagrammen tonen de veranderingen van de talrijkheid in de loop van de tijd. De gegevens zijn afkomstig uit het Landelijk Meetnet Vlinders (CBS / De Vlinderstichting).
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - 2015
Zeldzaamheid
Engelse naam
Chalk-hill Blue
Duitse naam
Silbergrüner Bläuling
Franse naam
l'Argus Bleu Nacré
Oud Nederlandse naam
kalkblauwtje, paardenhoefklaver-blauwtje
Synoniemen
Lysandra coridon, Lycaena coridon
Toelichting wetenschappelijke naam

Polyommatus: poluommatos betekent veelogig, hetgeen op Argus slaat. Van oorsprong was dit de familienaam voor alle blauwe vlinders.
coridon: Corydon is de naam van een schapenhoeder in de Eclogues van Virgilius.

Auteursnaam en jaartal
(Poda, 1761)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie blauwtjes (LYCAENIDAE)

gentiaanblauwtje
Phengaris alcon

geraniumblauwtje
Cacyreus marshalli

iepenpage
Satyrium w-album

morgenrood
Lycaena virgaureae

vals heideblauwtje
Plebejus idas

bruin blauwtje
Aricia agestis

alle soorten uit deze familie