dagpauwoog Aglais io

De dagpauwoog overwintert als vlinder en komt in het voorjaar als een van de eerste weer tevoorschijn.
Familie
aurelia's (NYMPHALIDAE)
Onderfamilie
Nymphalinae / Aglais io
Groep
Dagvlinder
Hoe moeilijk te herkennen
(goed tot redelijk goed te determineren)
Zeldzaamheid

Een zeer algemene standvlinder die verspreid over het hele land voorkomt.

Rode lijst
thans niet bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 24-31 mm. Een roodachtig bruine vlinder met op de bovenkant van alle vier de vleugels een grote opvallende oogvlek. De onderkant van de vleugels is zwart.

Uiterlijk Carter: Tot 42 mm; lichaam zwart, fijn wit gespikkeld en met lange zwarte doorns op rug en flanken; buikpoten geelachtig bruin; kop glimmend zwart.

Gelijkende soorten vlinder

Geen resultaten.

Levenscyclus

Rups: eind april-half juli en in de maand september. Jonge rupsen leven in groepen in spinselnesten, volwassen rupsen leven solitair. De verpopping vindt meestal plaats op de waardplant, maar soms op een struik of muur in de omgeving daarvan. De soort overwintert als vlinder op een vochtige en koele plaats in een boom of gebouw.

ei-afzet
Het vrouwtje zet een groepje van enkele tientallen tot honderden eitjes af op de onderzijde van een blad of op de stengel.

rups en verpopping
Meteen na het uitkomen spinnen de rupsen enkele bladeren bijeen waarin ze gezamenlijk leven. Als de betreffende brandnetel is kaalgevreten, verhuizen ze naar een andere, jonge en liefst grote plant en maken opnieuw een spinsel. In latere stadia leven de rupsen meer solitair bovenop de bladeren. De verpopping gebeurt meestal op de waardplant, maar ook wel in heggen of muren of in de directe omgeving daarvan.

vlinders
De dagpauwoog overwintert als vlinder op een donkere, koele en beschutte plek, zoals een holle boom of een schuur. Op zonnige voorjaarsdagen in februari komen de eerste vlinders weer te voorschijn. Aanvankelijk zoeken ze uitsluitend naar nectar van onder andere sleedoorn, klein hoefblad en paardebloem. In het najaar zijn geschikte nectarplanten bijvoorbeeld koninginnenkruid, akkerdistel en vlinderstruik. Doorgaans is de dichtheid tot zo´n 12 individuen per hectare, maar op plaatsen waar veel nectarplanten staan kunnen honderden vlinders tegelijkertijd worden gezien en de dichtheid kan daar oplopen tot meer dan 80 individuen per hectare.
In het voorjaar verdedigt het mannetje´s middags een territorium van enkele tientallen vierkante meters en vliegt daarbinnen regelmatig op en neer. In de regel is er een opvallend punt in het territorium aanwezig, zoals een grotere boom. Meestal houdt de bezitter het niet lang bezet en de meeste territoria veranderen dagelijks van eigenaar.
Waardplanten

Grote brandnetel.

Habitat

Habitat: Vooral ruige graslanden, bloemrijke randen van bos- en heidegebieden, dijken, parken en tuinen.

Meer habitat: De rupsen van de dagpauwoog leven op brandnetels die groeien op vochtige, halfbeschaduwde plaatsen aan randen van bossen, velden of nabij de waterkant. De vlinders zoeken nectar in een groot aantal biotopen zoals ruige graslanden, bloemrijke randen van bos- en heidegebieden, dijken en tuinen. De hoogste dichtheid aan vlinders wordt gevonden in droge graslanden.

Vliegtijd en gedrag

Eind juni-oktober en na de overwintering van begin maart-eind mei in één generatie. De vlinders voeden zich met nectar van verschillende soorten planten. In het voorjaar houdt het mannetje een territorium bezet.

De uiterste data waarop een vlinder is gezien, zijn 1 januari en 31 december. Deze soort, die als vlinder overwintert, kan dus het hele jaar door worden waargenomen.
Mobiliteit

De dagpauwoog is een mobiele vlinder die vele tientallen tot honderden kilometers kan zwerven. In sommige jaren zwerven grotere aantallen over grote afstanden. Zo'n jaar was bijvoorbeeld 1995 toen in juli en augustus enorme aantallen dagpauwogen Nederland binnentrokken. Maar deze soort trekt in veel mindere mate dan bijvoorbeeld de atalanta of de koolwitjes. Bovendien waaien de vlinders vooral met de wind mee, van gerichte trek in een bepaalde richting is geen sprake. Vlinders van de zeldzame tweede generatie blijken gemiddeld eerder te gaan zwerven.

Regionaal

In Nederland is de dagpauwoog een zeer algemene standvlinder. Vermoedelijk is dat niet altijd zo geweest. Waarschijnlijk was de dagpauwoog aan het begin van de vorige eeuw minder algemeen dan nu en werden de jaarlijkse aantallen aangevuld met zwervers uit het zuiden. In de loop van die eeuw is het verspreidingsgebied uitgebreid.

Mondiaal

De dagpauwoog komt voor van Ierland tot Japan en van Midden-Scandinavië tot Zuid-Spanje. Het areaal breidt zich vermoedelijk door de opwarming van het klimaat noordwaarts uit.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande diagrammen tonen de veranderingen van de talrijkheid in de loop van de tijd. De gegevens zijn afkomstig uit het Landelijk Meetnet Vlinders (CBS / De Vlinderstichting).


Uit het Landelijk Meetnet Vlinders blijkt dat de stand jaarlijks fluctueert. Deze fluctuaties hebben waarschijnlijk niet alleen te maken met invasies uit buurlanden maar ook met de kwaliteit van de waardplant. Brandnetels kunnen slecht tegen lange droogteperioden waardoor er in droge zomers minder voedsel voor de rupsen is. Uit het meetnet blijkt ook een sterke achteruitgang van de aantallen.

Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - 2015
Zeldzaamheid
Trends


Uit het Landelijk Meetnet Vlinders blijkt dat de stand jaarlijks fluctueert. Deze fluctuaties hebben waarschijnlijk niet alleen te maken met invasies uit buurlanden maar ook met de kwaliteit van de waardplant. Brandnetels kunnen slecht tegen lange droogteperioden waardoor er in droge zomers minder voedsel voor de rupsen is. Uit het meetnet blijkt ook een sterke achteruitgang van de aantallen.

Aanbevolen beheersmaatregel

Op landelijk niveau zijn er geen speciale beschermingsmaatregelen nodig. Plaatselijk kan de stand worden bevorderd door op vrij vochtige halfbeschaduwde plaatsen, zoals bosranden, slootkanten, hagen en struwelen, brandnetels te laten staan. Ook in het stedelijk groen is het creëren van geschikte voortplantingsplaatsen mogelijk. Daarnaast moet er in het voorjaar en de (na)zomer voldoende nectar voor de vlinders aanwezig zijn.

Toekomst
Hoewel de dagpauwoog achteruit gaat, blijft hij voorlopig een (zeer) algemene standvlinder.

Engelse naam
Peacock, Peacock Butterfly
Duitse naam
Tagpfauenauge
Franse naam
Paon du Jour
Oud Nederlandse naam
pauwoogvlinder
Synoniemen
Vanessa io, Nymphalis io, Vanessa jo
Toelichting wetenschappelijke naam

Aglais: aglaos = mooi, aglaia = schoonheid. Aglaja is een van de drie gratiën.

Auteursnaam en jaartal
(Linnaeus, 1758)

Tijdschriften

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie aurelia's (NYMPHALIDAE)

bruin zandoogje
Maniola jurtina

atalanta
Vanessa atalanta

moerasparelmoervlinder
Euphydryas aurinia

oranje steppevlinder
Arethusana arethusa

grote vos
Nymphalis polychloros

oostelijke vos
Nymphalis xanthomelas

alle soorten uit deze familie