kleine vos Aglais urticae

Familie
aurelia's (NYMPHALIDAE)
Onderfamilie
Nymphalinae / Aglais urticae
Groep
Dagvlinder
Hoe moeilijk te herkennen
(goed tot redelijk goed te determineren)
Zeldzaamheid

Een zeer algemene standvlinder die verspreid over het hele land voorkomt.

Rode lijst
thans niet bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 22-25 mm. De bovenkant van de voorvleugel is roodbruin met een rij blauwe maanvlekken langs de achterrand. Langs de voorrand van de voorvleugel bevinden zich afwisselend enkele zwarte en lichte vlekken en in het middenveld liggen drie zwarte vlekken.

Uiterlijk Carter: Tot 22 mm; lichaam zwart met zeer fijne, witte stipjes en aan weerszijden twee gebroken lengtestrepen, waaronder het lichaam een purperachtig bruine kleur heeft; soms een aantal roodachtig bruine vlekjes tussen de gele lengtestrepen; sommige vormen zijn met geel overdekt; de doorns langs de rug en op de flanken zwart of geelachtig; kop zwart.

Gelijkende soorten vlinder

Zie de grote vos.

Gelijkende soorten vlinder

grote vos
Nymphalis polychloros

Levenscyclus

Rups: begin mei-eind september. Jonge rupsen leven in spinselnesten op de waardplant; deze spinselnesten zijn vaak gemakkelijk te vinden. Volwassen rupsen leven solitair en fourageren onbeschut. De eieren worden in groepen afgezet op onderkant van de bladeren van de waardplant. De soort overwintert als vlinder op vochtige en koele plaatsen in bomen en gebouwen.

ei-afzet
Het vrouwtje zet de eitjes bij voorkeur af op jonge brandnetels die groeien op open, zonnige plaatsen. Om een geschikte plant te vinden, gebruikt zij zintuigen die liggen op het onbehaarde gedeelte van haar voorste poten, de poetspoten. Ze zoekt in de namiddag een geschikte bos brandnetels uit waarop ze overnacht. De volgende ochtend blijft zij daar in de buurt en wisselt het zonnen af met korte vluchten. Zodra de temperatuur hoog genoeg is, wordt één groepje van enkele tientallen tot honderden eitjes afgezet op de onderzijde van een blad. Als het vrouwtje tijdens het leggen van de eitjes wordt verstoord, vliegt ze weg maar keert later terug om de afzet te voltooien.

rups en verpopping
De rupsen spinnen enkele bladeren samen waarin ze gezamenlijk leven. De grootte van de groep varieert van enkele tot honderden rupsen. Wanneer de plant is kaalgevreten, zoeken ze een andere - liefst jonge - brandnetel op. Pas in het laatste stadium leven de rupsen meer solitair. Rupsen zijn gevoelig voor vorst; vooral nachtvorst in mei kan veel slachtoffers maken. De rupsen verpoppen zich aan plantenstengels of aan muren.

vlinders
Op de eerste zonnige dag in het jaar, soms al in februari, komen de eerste vlinders te voorschijn. Ze voeden zich met nectar van diverse planten. De dichtheid is doorgaans gemiddeld, zo´n 12 tot 36 individuen per hectare.
Het mannetje verdedigt vanaf het middaguur een territorium, meestal op een beschutte, zonnige plek in de buurt van een flinke bos brandnetels. Als na verloop van tijd geen vrouwtje is gepasseerd, zoekt hij een ander territorium. Gemiddeld bezet een mannetje twee verschillende territoria per dag en op sommige plaatsen kunnen vier tot zes mannetjes tegelijkertijd een territorium hebben.
Een mannetje benadert ieder vliegend, donkergekleurd object. Hij verdrijft mannelijke soortgenoten, soms in een minutenlange spiraalvlucht en achtervolgt ieder vrouwtje. Een mannetje achtervolgt een vrouwtje net zo lang totdat ze gaat rusten. Deze achtervolging kan enkele uren duren terwijl ook andere mannetjes het vrouwtje achterna gaan. Als het vrouwtje uiteindelijk gaat zitten, neemt het mannetje achter haar plaats. Hij betast haar vleugels met zijn antennes.
De paring gebeurt meestal aan de onderzijde van een brandnetelblad en duurt de hele nacht. Vlinders van de tweede generatie overwinteren op een koele en donkere plaats, zoals in gebouwen, holle bomen, holen of grotten. Voor de overwintering drinken ze eerst veel nectar om een grote energievoorraad op te bouwen.

Waardplanten

Grote brandnetel.

Habitat

Habitat: Allerlei plaatsen waar voldoende nectar te vinden is, zoals tuinen, parken, bosranden, ruigten, dijken en bermen.

Meer habitat: In het voorjaar zijn de vlinders relatief vaak bij wilgenbossen te vinden, in de nazomer, wanneer de struikhei bloeit, zijn ze zelfs in droge heidegebieden te zien. De hoogste aantallen worden gevonden bij droge graslanden. De rupsen worden slechts zelden in dit soort gebieden gevonden; die leven op jonge brandnetels die op droge plaatsen in de volle zon groeien. Dit in tegenstelling tot alle andere ´brandnetelvlinders´ die grotere planten gebruiken die op meer vochtige plaatsen groeien.

Vliegtijd en gedrag

Febrauri-oktober in twee elkaar overlappende generaties. De vlinders voeden zich met nectar van verschillende soorten planten. Het mannetje houdt vanaf het middaguur een territorium bezet. De vlinders vertonen veel zwerfgedrag.

Vlinders zijn gevonden tussen 1 januari en 31 december. Deze soort, die als vlinder overwintert, kan dus het hele jaar door worden waargenomen.

Mobiliteit

De kleine vos is een zeer mobiele vlinder die vele tientallen kilometers kan vliegen, ook over minder geschikt terrein. Hij is zelfs op lichtschepen gevonden en de grootste gemeten afstand die een kleine vos heeft gevlogen is 150 km.
Ook wordt er wel eens trek waargenomen. In september 1991 bijvoorbeeld vlogen langs de kust bij Oostvoorne (Zuid-Holland) enkele tientallen vlinders per uur zuidwaarts en soms trekken vele duizenden vlinders vanuit het buitenland Nederland binnen. De neiging tot trekken is bij vlinders van de eerste generatie nauwelijks ontwikkeld, bij die van de tweede is die er wel.

Regionaal

In Nederland kan deze zeer algemene standvlinder overal worden gezien. Het verspreidingsgebied lijkt sterk te zijn uitgebreid, maar dit komt doordat tegenwoordig relatief meer waarnemingen van algemene vlinders worden geregistreerd. Vermoedelijk kwam het verspreidingsgebied in het begin van de twintigste eeuw min of meer overeen met de huidige verspreiding.

Europa

Op Europese schaal is de kleine vos niet bedreigd en over het algemeen is het voorkomen stabiel.

Mondiaal

De kleine vos komt voor in bijna heel Europa, van Zuid-Spanje tot Lapland en in het oosten tot in China en Japan.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande diagrammen tonen de veranderingen van de talrijkheid in de loop van de tijd. De gegevens zijn afkomstig uit het Landelijk Meetnet Vlinders (CBS / De Vlinderstichting).


Uit het Landelijk Meetnet Vlinders blijkt een matige afname van deze soort.

Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - 2015
Zeldzaamheid
Trends


Uit het Landelijk Meetnet Vlinders blijkt een matige afname van deze soort.

Aanbevolen beheersmaatregel

Er zijn geen speciale beschermingsmaatregelen nodig. Toch gaan de aantallen licht achteruit. De reden hiervan is onbekend. Het aantal individuen zou kunnen toenemen als niet alleen in natuurgebieden maar ook in het stedelijk groen en in wegbermen meer open zonnige plaatsen komen waar kleinere brandnetels groeien. Een ander aandachtspunt zijn de nectarplanten. In het voorjaar (tot en met mei) en de maanden juli tot en met september is een groot aanbod van nectarrijke bloemen in tuinen, parken en bermen belangrijk.

Toekomst
De oorzaak van de recente achteruitgang is onbekend en daarom is een voorspelling van het voorkomen in de toekomst lastig. Waarschijnlijk blijft de kleine vos voorlopig een algemene standvlinder.

Engelse naam
Small Tortoiseshell
Duitse naam
Kleiner Fuchs
Franse naam
La Petite Tortue, Petit-renard
Oud Nederlandse naam
kleine aurelia
Synoniemen
Vanessa urticae
Toelichting wetenschappelijke naam

Aglais: aglaos = mooi, aglaia = schoonheid. Aglaja is een van de drie gratiën.
urticae: Urtica is het plantengeslacht brandnetel; Linnaeus gaf correct aan dat de waardplant tot dit geslacht behoorde.

Auteursnaam en jaartal
(Linnaeus, 1758)

Soorten uit dezelfde familie aurelia's (NYMPHALIDAE)

bruin zandoogje
Maniola jurtina

atalanta
Vanessa atalanta

moerasparelmoervlinder
Euphydryas aurinia

oranje steppevlinder
Arethusana arethusa

grote vos
Nymphalis polychloros

oostelijke vos
Nymphalis xanthomelas

alle soorten uit deze familie