kleine parelmoervlinder Issoria lathonia

De zeer mobiele kleine parelmoervlinder is een echte duinsoort, maar wordt ook steeds vaker in het binnenland aangetroffen.
Familie
aurelia's (NYMPHALIDAE)
Onderfamilie
Heliconiinae / Issoria lathonia
Groep
Dagvlinder
Hoe moeilijk te herkennen
(goed tot redelijk goed te determineren)
Zeldzaamheid

Een schaarse standvlinder die voorkomt in de hele kuststreek. Vooral in de zomermaanden kan de kleine parelmoervlinder over grote afstanden zwerven; vandaar dat hij ook af en toe op verschillende plaatsen in het binnenland wordt gezien.

Rode lijst
kwetsbaar

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 19-23 mm. De bovenkant van de vleugels is oranje met zwarte stippen; in vlucht is dit stippenpatroon tamelijk opvallend. De onderkant van de achtervleugel heeft opvallende, grote ovale zilverkleurige vlekken. De vleugelvorm is enigszins hoekig.

Uiterlijk Carter: Tot 35 mm; lichaam zwart met fijne witte spikkeltjes en bruine tekening, over de rug een dubbele witte lengtestreep; doorns roodachtig bruin; buikpoten geelachtig bruin; kop bruin met zwarte tekening.

Gelijkende soorten vlinder

Geen resultaten.

Gelijkende soorten rups

Duinparelmoervlinder (Argynnis niobe) en veenbesparelmoervlinder (Boloria aquilonaris).
N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).

duinparelmoervlinder
Argynnis niobe

veenbesparelmoervlinder
Boloria aquilonaris

Levenscyclus

De rups is vrijwel het hele jaar aanwezig. De soort overwintert als halfvolgroeide rups onder in de vegetatie. De verpopping vindt plaats aan een stengel of aan de onderkant van een blad in een los spinsel vlak boven de grond.

ei-afzet
Het vrouwtje zet de eitjes afzonderlijk af, bij voorkeur laag bij de grond. Geschikte violen groeien op droge, zonnige plaatsen in een open vegetatie. Op droge plaatsen wordt het eitje vooral aan de onderzijde van een blad afgezet, onder vochtiger omstandigheden vaak op lage planten, een dode grasspriet of tussen strooisel op de grond dicht bij een viooltje.

rups en verpopping
De rups zont veel, op een warm plekje in het zand, op stenen, afgevallen boomschors of planten. Op zachte winterdagen hervat hij de voedselopname. De pop hangt aan een stengel of aan de onderkant van een blad in een los spinsel vlak boven de grond. Merkwaardig is dat de rupsen die uit de eitjes van hetzelfde vrouwtje komen niet even snel groeien. Deze rupsen verpoppen dan ook verspreid over een periode van ongeveer vier weken, waardoor de vlinders onregelmatig verschijnen.

vlinders
De dichtheid aan vlinders is vrij hoog tot hoog, tien tot 50 vlinders per hectare. De vlinders voeden zich met verschillende nectarplanten, vaak viooltjes. Later in het seizoen halen ze nectar vooral uit hogere kruiden zoals koninginnenkruid en slangenkruid. Ze zonnen veel op open plaatsen zoals kaal zand, paden en muren, maar vliegen snel weg als ze te dicht worden benaderd. Mannetjes houden patrouillevluchten als zij naar vrouwtjes zoeken.

Waardplanten

Diverse soorten viooltjes, waaronder vooral duinviooltje, akkerviooltje en driekleurig viooltje.

Habitat

Habitat: Open pioniervegetaties en schrale droge warme graslanden met kale grond.

Meer habitat: De kleine parelmoervlinder leeft in open pioniervegetaties en schrale, droge, warme graslanden met kale grond. In de duinen is deze vlinder vooral te vinden in schrale duingraslanden met een mozaïek van open grond, lage begroeiing en ruigere vegetatie. Hier groeien duinviooltjes in de open begroeiing en de nectarplanten in de ruigere delen. In het binnenland leeft de soort op de zandgronden en langs de rivieren bij braakliggende akkers, extensief beheerde graanakkers en akkerranden, waar het akkerviooltje en driekleurig viooltje groeien. Daarnaast dient er voldoende kale grond aanwezig te zijn waar vlinders en rupsen kunnen zonnen, evenals voldoende aanbod aan nectarplanten.

Vliegtijd en gedrag

Begin april-eind oktober in drie of soms vier, elkaar overlappende generaties. Door de verschillen in de ontwikkelingstijd van de rupsen verschijnen vlinders van dezelfde generatie verspreid over een langere periode. Hierdoor overlappen de generaties elkaar sterk en zijn niet duidelijk van elkaar te onderschreiden. Circa 90% van de vlinders is waargenomen tussen 21 april en 5 oktober, waarbij de grootste aantallen in juli en augustus vlogen. De vlinders voeden zich met nectar van verschillende planten, eerst vooral viooltjes en later ook koninginnenkruid en slangenkruid. De vlinders zonnen veel op open plaatsen op de grond of op een muur, maar vliegen snel weg als ze te dicht benaderd worden.

De uiterste vliegdata zijn 13 maart en 23 november.

Mobiliteit

De kleine parelmoervlinder is een zeer mobiele vlinder. Vooral in de zomermaanden kan hij over grotere afstanden zwerven. Soms vliegt de soort zelfs naar Zuid-Engeland waar hij alleen als zwerver voorkomt. In Nederland koloniseren zwervers uit de duinen en het buitenland tijdelijk leefgebied in het binnenland. Grote invasies zijn er geweest in 1947 (3100 meldingen in het binnenland) en 1953 (500 exemplaren). De laatste jaren zijn er steeds meer waarnemingen. Waarnemingen uit 1947 en 1953 staan maar gedeeltelijk op de kaart omdat gegevens van het toenmalige trekvlinderonderzoek helaas verloren zijn gegaan. Overigens is het onwaarschijnlijk dat al deze vlinders van de Nederlandse duinen afkomstig zijn; het merendeel werd in Limburg, Noord-Brabant en de Veluwe gezien wat een zuidelijke herkomst suggereert.

Regionaal

In Nederland was de soort aan het begin van de vorige eeuw vrij algemeen in de duinen en op de zandgronden. Tot omstreeks 1960 was het voorkomen, ondanks grote fluctuaties min of meer stabiel.
Daarna veranderde de verspreiding. In het binnenland leeft de soort bij akkerranden en braakliggende akkers. Als zo´n akker intensief in cultuur wordt genomen, kan de soort alleen overleven door naar andere geschikte plaatsen te vliegen. Daarom had hij in het verleden alleen stabiele populaties in streken met een groot oppervlak aan kleinschalige landbouw, bijvoorbeeld op plaatsen waar boekweit of graan werd geteeld, zoals nu nog in delen van Oost-Europa. Daarnaast hield de soort in het verleden langer stand na een invasie. Zo werden in de twee jaar na de invasie van 1947 nog van allerlei plaatsen verspreid in het land zo’n 500 vlinders gemeld. Door veranderingen in landgebruik is sinds 1960 de stand in het binnenland aanzienlijk achteruitgegaan en plant de soort zich daar nog maar zeer zelden voort.
In de duinen bleef het voorkomen nog lange tijd min of meer stabiel. In de jaren tachtig was de soort in de duinenrij langs de Noordzeekust en op alle Waddeneilanden tamelijk algemeen. Recentelijk gaat hij echter ook in de duinen achteruit.

Europa

Op Europese schaal is de kleine parelmoervlinder niet bedreigd en is het voorkomen over het algemeen stabiel. De soort staat op de Waalse, Vlaamse en Duitse Rode Lijst.

Mondiaal

De kleine parelmoervlinder komt voor van Frankrijk tot Oost-Azië en van Midden-Scandinavië tot Noord-Afrika.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande diagrammen tonen de veranderingen van de talrijkheid in de loop van de tijd. De gegevens zijn afkomstig uit het Landelijk Meetnet Vlinders (CBS / De Vlinderstichting).


Uit het Landelijk Meetnet Vlinders blijkt dat de kleine parelmoervlinder matig afneemt en dat hij op een aantal plaatsen is verdwenen. De kleine parelmoervlinder is nu een schaarse standvlinder.

Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - 2015
Zeldzaamheid
Trends


Uit het Landelijk Meetnet Vlinders blijkt dat de kleine parelmoervlinder matig afneemt en dat hij op een aantal plaatsen is verdwenen. De kleine parelmoervlinder is nu een schaarse standvlinder.

Concrete bedreiging

De kleine parelmoervlinder is in het binnenland door twee oorzaken verdwenen. In de eerste plaats door een toename van het insecticidengebruik. Juist rupsen die in en langs akkers leven, worden vaak belast met insecticiden.
Daarnaast is het grondgebruik van akkers geïntensiveerd: braaklegging komt nauwelijks meer voor, de randen worden intensiever gebruikt en door de toegenomen bemesting zijn de open plekjes veelal verdwenen.
De recente achteruitgang in de duinen wordt veroorzaakt door de verruiging en vergrassing: vegetaties groeien dicht en open plekjes waar de rupsen en vlinders kunnen zonnen verdwijnen. Bovendien worden de viooltjes vaak overwoekerd.

Aanbevolen beheersmaatregel

Om in de duinen verruiging, vergrassing en het dichtgroeien met struiken tegen te gaan, is extensieve begrazing door runderen of schapen de meest geschikte maatregel. Ook het bevorderen van van meer verstuiving is zinvol, bijvoorbeeld door te plaggen. In het binnenland is het wenselijk als er meer braakliggende akkers of extensief beheerde graanakkers op de zandgronden en langs de rivieren komen.

Toekomst
Bij juist terreinbeheer blijft de kleine parelmoervlinder voorlopig vrij algemeen in de duinen. In het binnenland is de soort gebaat bij de ontwikkeling van kleinschalige akkers op de zandgronden en langs de rivieren. Mogelijk profiteert hij enigszins van de klimaatverandering en neemt daardoor het aantal zwervers toe.

Engelse naam
Queen of Spain Fritillary
Duitse naam
Kleiner Perlmutterfalter
Franse naam
Le Petit Nacré
Oud Nederlandse naam
kleine paarlemoervlinder
Synoniemen
Argynnis lathonia
Toelichting wetenschappelijke naam

lathonia: Latona of Leto is de moeder van Apollo en Artemis

Auteursnaam en jaartal
(Linnaeus, 1758)

Nieuws

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie aurelia's (NYMPHALIDAE)

landkaartje
Araschnia levana

blauwe ijsvogelvlinder
Limenitis reducta

dambordje
Melanargia galathea

grote boswachter
Hipparchia fagi

tweekleurig hooibeestje
Coenonympha arcania

alle soorten uit deze familie