duinparelmoervlinder Argynnis niobe

De duinparelmoervlinder, die in Nederland de grens van zijn areaal bereikt, krijgt het door vergrassing steeds moeilijker.
Familie
aurelia's (NYMPHALIDAE)
Onderfamilie
Heliconiinae / Argynnis niobe
Groep
Dagvlinder
Hoe moeilijk te herkennen
(goed op gelijkende soorten letten)
Zeldzaamheid

Een zeldzame standvlinder die vooral voorkomt in de duinen van Noord-Holland en op de Waddeneilanden. Tot het begin van deze eeuw kwam hij ook nog voor op de Hoge Veluwe.

Rode lijst
bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 23-30 mm. De bovenkant van de vleugels is oranje met zwarte vlekken en stippen. De onderkant van de achtervleugel heeft een gele zweem en de tekening is niet bijzonder contrastrijk. De achterrandvlekken zijn driehoekig. Er bevindt zich een rij kleine witte vlekken met roodbruine rand op de onderkant van de achtervleugel. In de middencel van de onderkant van de achtervleugel ligt een kleine gele of witte vlek waarin vaak (maar niet altijd) een zwarte stip zit.

Gelijkende soorten vlinder

Bij de bosrandparelmoervlinder zijn de achterrandvlekken op de onderkant van de achtervleugel meer rond dan driehoekig; bovendien ligt in de gele of witte vlek op de onderkant van de achtervleugel nooit een zwarte stip. Zie ook de grote parelmoervlinder.

Gelijkende soorten vlinder

grote parelmoervlinder
Argynnis aglaja

bosrandparelmoervlinder
Argynnis adippe

Gelijkende soorten rups

Kleine parelmoervlinder (Issoria lathonia) en veenbesparelmoervlinder (Boloria aquilonaris).
N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).

kleine parelmoervlinder
Issoria lathonia

veenbesparelmoervlinder
Boloria aquilonaris

Levenscyclus

Rups: begin april-eind juni. De soort overwintert als ei in de strooisellaag. De rupsen komen in het voorjaar tevoorschijn en zijn geregeld zonnend aan te treffen.

Het vrouwtje zet de eitjes afzonderlijk af op afgestorven planten in de buurt van een plaats met veel waardplanten. Zij heeft een voorkeur voor meer open vegetaties met lagere planten dan het vrouwtje van de grote parelmoervlinder. De rupsen verschijnen in het voorjaar en zonnen geregeld in de volle zon.
Vanaf juni vliegen de vlinders. De vlinders voeden zich met verschillende kruiden zoals slangenkruid, koninginnenkruid en akkerdistel. De dichtheid is vrij hoog, circa 8 tot 16 vlinders per hectare. Mannetjes vinden de vrouwtjes overwegend door patrouillevluchten te houden.

Waardplanten

Diverse soorten viooltjes: in de duinen duinviooltje en hondsviooltje, in het binnenland vooral hondsviooltje.

Habitat

Habitat: In de duinen: open duingraslanden en vochtige duinvalleien. In het binnenland: open, droge, schrale graslanden en droge kruidenrijke heide.

Meer habitat: Zowel de graslanden als de heiden hebben soortenrijke vegetaties met een mozaïekstructuur en een geleidelijke overgang in hoogte en soortensamenstelling. In de droge, schrale open delen groeien de viooltjes, in de ruigere delen groeien de nectarplanten. Het leefgebied heeft gemiddeld een meer open structuur dan dat van de grote parelmoervlinder. Dit houdt vermoedelijk verband met de grotere warmtebehoefte van de duinparelmoervlinder, die in Nederland zijn areaalgrens bereikt.

Vliegtijd en gedrag

Eind mei-eind augustus in één generatie. De vlinders voeden zich met nectar van verschillende kruiden, waaronder slangenkruid, koninginnenkruid en akkerdistel. De mannetjes maken patrouillevluchten om een vrouwtje te vinden.

De uiterste vliegdata zijn 15 mei en 29 september.

Mobiliteit

De duinparelmoervlinder is een mobiele soort, maar een minder krachtige vlieger dan de grote parelmoervlinder. Bij een merk- en terugvangonderzoek op de Hoge Veluwe zijn vlinders op acht kilometer van de merkplek teruggevangen. De gemiddelde afstand die een vlinder aflegt om voedsel te zoeken is 500 meter.

Regionaal

In Nederland vloog de duinparelmoervlinder aan het begin van de twintigste eeuw op een groot aantal plaatsen zowel in het binnenland als langs de hele kust. Vooral in de duinen ten noorden van Den Haag was de soort algemeen. In het binnenland vloog de vlinder onder meer op de Veluwe, de Utrechtse Heuvelrug, in het IJsseldal, in Zuid-Limburg en in Salland. In de periode tussen 1900 en 1950 ging hij langzaam achteruit. Vanaf 1950 ging de achteruitgang sneller en verdween hij van veel plaatsen in het binnenland. In de jaren tachtig verdween de vlinder uit de Zeeuwse en Zuid-Hollandse duinen en kwam hij in het binnenland alleen nog op de Veluwe voor.
Nu is de duinparelmoervlinder een zeldzame standvlinder. Aan het einde van de vorige eeuw waren er dertig tot veertig populaties over. Inmiddels is de stand nog verder achteruitgegaan en is hij verdwenen van de Hoge Veluwe.

Europa

Op Europese schaal is de duinparelmoervlinder niet bedreigd. Wel wordt uit 12 van de 34 landen waar de soort voorkomt een achteruitgang gemeld, en staat hij op de Vlaamse, Waalse en Duitse Rode Lijst.

Mondiaal

De duinparelmoervlinder komt voor van Frankrijk en Noord-Spanje tot Klein-Azië en van Midden-Scandinavië tot Portugal en Turkije. In tegenstelling tot Nederland is hij elders in Europa doorgaans zeldzamer dan de grote parelmoervlinder.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande diagrammen tonen de veranderingen van de talrijkheid in de loop van de tijd. De gegevens zijn afkomstig uit het Landelijk Meetnet Vlinders (CBS / De Vlinderstichting).


Uit het Landelijk Meetnet Vlinders blijkt dat de aantallen duinparelmoervlindes de afgelopen vijf jaar zijn gehalveerd en dat die in 2004 nog slechts op 10% van het niveau van 1992 lagen. Uit dit meetnet blijkt dan ook een sterke afname.

Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - 2015
Zeldzaamheid
Trends


Uit het Landelijk Meetnet Vlinders blijkt dat de aantallen duinparelmoervlindes de afgelopen vijf jaar zijn gehalveerd en dat die in 2004 nog slechts op 10% van het niveau van 1992 lagen. Uit dit meetnet blijkt dan ook een sterke afname.

Concrete bedreiging

De achteruitgang van de duinparelmoervlinder heeft min of meer dezelfde oorzaken als die van de grote parelmoervlinder. Net als deze soort heeft de duinparelmoervlinder grote terreinen nodig met een mozaïek van zeer lage, open begroeiing en ruigten. Wel leeft de rups van de duinparelmoervlinder in een meer open vegetatie dan die van de grote parelmoervlinder. Dit is waarschijnlijk de oorzaak dat deze soort sneller achteruitgaat dan de grote parelmoervlinder. Maar omdat hij van oudsher algemener was komt hij nog wel op meer plaatsen voor.

Aanbevolen beheersmaatregel

De duinparelmoervlinder is gebaat bij een beheer dat streeft naar een grote, open ruimte met een verscheidenheid aan vegetaties, waarin kale grond, lage schrale vegetaties met violen en hogere, ruigere vegetaties met nectarplanten elkaar afwisselen. Het heeft op dit moment geen zin om de huidige kalk- en blauwgraslanden geschikter te maken voor deze soort. Deze zijn te klein en liggen te versnipperd om een geschikt leefgebied te vormen. De volgende maatregelen kunnen worden genomen om meer leefgebied te krijgen:

  • In de duinen moet gestreefd worden naar een combinatie van open duingrasland met veel violen en vochtige tot natte duinvalleien met voldoende nectarplanten. Door plaatselijk verstuiving toe te staan, bijvoorbeeld door extensieve begrazing of plaggen, komen er weer schrale, open plekken met de waardplanten. Door vernatting van duinvalleien ontstaan er kruidenrijke vegetaties met veel nectarrijke planten;
  • Ook in het binnenland moet het beheer gericht zijn op meer variatie. Een beheer dat zich richt op het behouden en ontstaan van kruidenrijke wildweiden als nectarbron voor de vlinders en soortenrijke heide met viooltjes voor de rupsen is gewenst;
  • Tegengaan van de gevolgen van vermesting en verzuring. Delen van heiden kunnen worden geplagd of afgegraven en bekalkt. Dit geldt vooral voor heiden en heischrale graslanden op van nature zwak gebufferde bodems waarin de viooltjes groeien of hebben gegroeid.


Toekomst
Als er geen maatregelen worden genomen, zal de duinparelmoervlinder uit het binnenland verdwijnen. Door de bovenstaande maatregelen in de duinen uit te voeren, kan deze soort daar behouden blijven.

Engelse naam
Niobe Fritillary
Duitse naam
Stiefmütterchen-Perlmutterfalter, Mittlerer Perlmutterfalter
Franse naam
Le Chiffre, Nacré mat
Oud Nederlandse naam
viooltjesvlinder
Synoniemen
Fabriciana niobe
Toelichting wetenschappelijke naam

Argynnis: Argynnus is een dame waar Agammennon verliefd op was. Na haar dood richtte hij voor haar een tempel op waar Aphrodite (Venus) werd vereerd. Zo is Argynnis ook een aanspreektitel van Aphrodite. Fabricius speelde graag met woorden, hij kan ook het woord arguros (silver) hebben bedoeld hetgeen slaat op de parelmoeren vlekken op de onderkant van de vleugels.
niobe: Niobe is de dochter van Tantalus en de vrouw van Amphion (zie bij Nymphalis antiopa). Haar straf vanwege haar opschepperige bewering dat ze meer kinderen had dan alleen Leto (zie Issoria lathonia) bestond eruit dat de kinderen werden gedood en dat zijzelf werd veranderd in een rots die onophoudelijk huilde

Auteursnaam en jaartal
(Linnaeus, 1758)

Nieuws

Tijdschriften

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie aurelia's (NYMPHALIDAE)

bruin zandoogje
Maniola jurtina

atalanta
Vanessa atalanta

moerasparelmoervlinder
Euphydryas aurinia

oranje steppevlinder
Arethusana arethusa

grote vos
Nymphalis polychloros

oostelijke vos
Nymphalis xanthomelas

alle soorten uit deze familie