veldparelmoervlinder Melitaea cinxia

Hoewel de veldparelmoervlinder sinds 1995 als standvlinder uit Nederland verdwenen is, wordt hij sinds enkele jaren weer gezien in Zuid-Limburg.
Familie
aurelia's (NYMPHALIDAE)
Onderfamilie
Melitaeinae / Melitaea cinxia
Groep
Dagvlinder
Hoe moeilijk te herkennen
(goed op gelijkende soorten letten)
Zeldzaamheid

In 1995 verdween de veldparelmoervlinder als standvlinder in Nederland. Af en toe werden zwervers (m.n. op de Sint Pietersberg) gezien, en sinds 2008 is er een populatie aanwezig op de Bemelerberg. De laatste jaren zijn er ook steeds vaker vestigingen op andere plekken in Zuid Limburg. In 2013 vestigde de soort zich ook in Noord- Brabant.

Rode lijst
ernstig bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken vlinder

Voorvleugellengte: 16-21 mm. De bovenkant van de vleugels heeft bij het mannetje een tamelijk effen dof oranjebruine grondkleur; het vrouwtje heeft meer bruine vlekken dan het mannetje. Op de bovenkant van de achtervleugel bevindt zich in ieder segment van de buitenste dwarsband een zwarte vlek; deze vlekken zijn karakteristiek voor deze soort. De onderkant van de achtervleugel is crèmekleurig met oranje banden en zwarte strepen en vlekken.

Kenmerken rups

Tot 25 mm; lichaam zwart met dwarse lijnen van witte stippen; korte, zwarte doorns; buikpoten en kop roodachtig bruin.

Vliegtijd en gedrag

Begin mei-half juni in één generatie. De vlinders zijn vrijwel alleen actief bij zonnig weer en zijn te vinden op plaatsen met veel nectar.

De uiterste vliegdata zijn 17 april en 19 augustus.
Levenscyclus

Rups: half juni-begin mei. De soort overwintert als rups in een spinselnest met tientallen rupsen bij elkaar. De verpopping vindt plaats in dichte vegetatie. De eieren worden in groepjes afgezet op de onderzijde van een liggend blad van een klein exemplaar van de waardplant.

ei-afzet
Na de paring zoekt het vrouwtje als afzetplaats voor de eitjes planten die groeien in een open en korte vegetatie, op de warmste plekjes nabij kaal zand of juist in de luwte van hogere planten. De eerste keer zet ze meestal 100 tot 200 eitjes af, het eventuele tweede legsel is kleiner en bestaat uit ongeveer 50 tot 100 eitjes. Het groepje eitjes wordt afgezet op de onderzijde van een liggend blad van een kleine waardplant.

rups en verpopping
De rupsen leven in groepen van tientallen exemplaren in spinselnesten op de waardplant. Op warme zomerdagen kunnen ze zonnend op de plant worden gezien. In de nazomer verandert de kleur van de rupsen van lichtbruin naar zwart, waardoor zij sneller opwarmen. Al in de nazomer gaan de rupsen overwinteren. Hiervoor spinnen ze op korte afstand van het nest een nieuw, dicht nest in een hogere, overstaande vegetatie. Na de overwintering spinnen de rupsen in maart opnieuw een nest maar ze leven dan in kleinere groepjes. Rupsen eten bij voorkeur jonge planten en zonnen op afgestorven bladeren en stengels. Hun warmtebehoefte is groot; de soort bereikt hier de noordwestgrens van zijn areaal. Eind april verspreiden de rupsen zich, leven verder solitair en verpoppen zich in een dichte vegetatie.

vlinders
Half mei verschijnen de eerste vlinders. De dichtheid op de vliegplaatsen is gemiddeld, circa 16 individuen per hectare. Veldparelmoervlinders zijn bijna alleen actief bij zonneschijn en vliegen vooral op plaatsen met veel nectarrijke kruiden, veelal composieten zoals knoopkruid, margriet, muizenoortje en biggenkruid. Mannetjes patrouilleren om de vrouwtjes te vinden en onderzoeken tijdens hun vlucht alle oranjegele objecten. Als het tot een paring komt, blijft het vrouwtje soms doorvliegen, terwijl ze het mannetje achter zich aantrekt.
Waardplanten

Vooral smalle weegbree.

Habitat

Kruidenrijke, droge en schrale graslanden met een open, korte, vrij rommelige mozaïekstructuur.

Lage vegetaties met een hoge dichtheid aan smalle weegbree worden afgewisseld met hogere overstaande vegetaties waarin de rupsen kunnen overwinteren en zich verpoppen. Daarnaast is er wat kale grond aanwezig en groeien er vaak op korte afstand bloemrijke ruigten met geschikte nectarplanten. Meestal is er enige beschutting in de vorm van verspreid staande struiken, struweel of een bosrand. In zo´n vrij dynamische omgeving ontstaan er geregeld nieuwe plaatsen die kunnen worden gekoloniseerd indien de vegetatie van oudere vliegplaatsen dichtgroeit. Een levensvatbare populatie omvat zo´n tien tot vijftien geschikte plaatsen van zo’n 0,1 hectare elk, niet verder dan vijfhonderd meter van elkaar gelegen.

Zeldzaamheid

In 1995 verdween de veldparelmoervlinder als standvlinder in Nederland. Af en toe werden zwervers (m.n. op de Sint Pietersberg) gezien, en sinds 2008 is er een populatie aanwezig op de Bemelerberg. De laatste jaren zijn er ook steeds vaker vestigingen op andere plekken in Zuid Limburg. In 2013 vestigde de soort zich ook in Noord- Brabant.

Mobiliteit

De veldparelmoervlinder is een mobiele vlinder die enkele kilometers kan zwerven. In een Fins onderzoek is een afgelegde afstand van ruim drie kilometer waargenomen. In Belgie is zelfs een waarneming gemeld van een vlinder op tien kilometer afstand van een bestaande populatie.

Regionaal

In het Nederland van omstreeks 1850 was de veldparelmoervlinder´menigvuldig in mei bij Noordwijk, Sassenheim en Wassenaar´. Maar aan het begin van de twintigste eeuw was de veldparelmoervlinder vermoedelijk al vrij zeldzaam en werd hij gevonden langs de Maas, de IJssel en in de duinen tussen Den Haag en Velsen. Ook waren populaties aanwezig in Noord-Brabant, het oostelijke deel van de Veluwe, de Achterhoek en Twente. Na 1920 gaat hij snel achteruit. Tussen 1930 en 1965 is de veldparelmoervlinder verdwenen uit de duinen; in het IJsseldal en Twente resteerden nog enkele populaties.
Vanaf halverwege de jaren zestig loopt het aantal populaties verder terug en sinds het begin van de jaren zeventig was de verspreiding beperkt tot het Limburgse Maasdal. In de jaren tachtig vloog hij nog op slechts een of twee locaties op een dijk langs het Julianakanaal.
De laatste waarneming uit die omgeving is uit 1995 nabij Obbicht, daarna is de soort als standvlinder verdwenen.
Af en toe werden zwervers (m.n. op de Sint Pietersberg) gezien, en sinds 2008 is er een populatie aanwezig op de Bemelerberg. De laatste jaren zijn er ook steeds vaker vestigingen op andere plekken in Zuid Limburg. In 2013 vestigde de soort zich ook in Noord- Brabant.

Mondiaal

De veldparelmoervlinder komt voor van Zuid-Engeland en Portugal tot Oost-Azië en van Zuid-Scandinavie tot Noord-Afrika.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande diagrammen tonen de veranderingen van de talrijkheid in de loop van de tijd. De gegevens zijn afkomstig uit het Landelijk Meetnet Vlinders (CBS / De Vlinderstichting) en de Nationale Databank Flora en Fauna.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in de Nationale Databank Flora en Fauna.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - 2015
Flora- en faunawet
De veldparelmoervlinder is beschermd volgens de Flora-en faunawet.
Concrete bedreiging

De veldparelmoervlinder is

  • in de eerste plaats verdwenen door intensivering van het landgebruik, bebossing en bebouwing.
  • In de tweede plaats is op veel plaatsen verzuring of vermesting opgetreden. Hierdoor verdwijnt de open vegetatie met een hoge dichtheid aan smalle weegbree in rozetvorm.
  • In de derde plaats zijn terreinen waarin de soort voorkwam vaak verkeerd beheerd. Een eenzijdig beheer leidt tot uniforme vegetaties en zorgt ervoor dat een open structuur met overgangen naar overstaande en bloemrijke vegetaties verdwijnt.
  • In de vierde plaats biedt het huidige open landschap van het Maasdal - waar de laatste populatie voorkwam - onvoldoende beschutting en beslotenheid.
  • In de vijfde plaats lagen de vliegplaatsen veelal geïsoleerd waardoor er geen uitwisseling met andere populaties kon plaatsvinden.
  • In de zesde plaats liggen bronpopulaties alleen nabij Zuid-Limburg in Zutendaal (Vlaanderen) en op het Belgische deel van de Sint-Pietersberg. Op de laatste plek vloog hij in behoorlijke aantallen na er rond 1997 te zijn uitgezet. Andere delen van Nederland kan deze soort op dit moment niet bereiken.
Aanbevolen beheersmaatregel

Om weer duurzame populaties van de veldparelmoervlinder in Nederland te krijgen, is een netwerk van geschikt leefgebied nodig. Nabij de Sint-Pietersberg en in het gebied van de Grensmaas kan door verschraling, grondbewerking en een aangepast beheer nieuw leefgebied ontstaan. Een geschikt beheer bestaat uit extensieve begrazing, gefaseerd maaien of het invoeren van extensieve landbouw met braaklegging en het sparen van een schrale vegetatie op ruderale plaatsen. Luwe plekjes kunnen daar ontstaan door struweelontwikkeling of de aanplant van struiken.

Toekomst
De veldparelmoervlinder is een verdwenen standvlinder. De laatste jaren zijn er nog enkele zwervende exemplaren waargenomen en een rupsennest. Wanneer er wordt gewerkt aan een uitbreiding van geschikt leefgebied nabij de Sint-Pietersberg, het Limburgse Maasdal en het Julianakanaal zijn er zeker kansen voor herstel. Gezien de mobiliteit van de soort kunnen de twee Belgische populaties als spontane bron dienen.

Engelse naam
Glanville Fritillary
Duitse naam
Gemeiner Scheckenfalter, Wegerich-Scheckenfalter
Franse naam
Le Damier
Oud Nederlandse naam
deliavlinder, veldvlekvlinder, weegbreemelitaea, weegbreevlinder
Toelichting wetenschappelijke naam

Melitaea: melitaea is weer een van de probleemnamen van Fabricius. Vele mogelijkheden dienen zich aan. Melinaea zou een bijnaam van Aphrodite zijn. Melitaea was ook de naam van een stad in de oudheid. Melitoeis betekent honingzoet en dat zou ook een van de vele bijnamen van Aphrodite zijn geweest. Ook kan het van melitaios komen hetgeen behorend bij Malta betekent. Alleen Fabricius weet wat juist is.
cinxia: cinctus = met banden, met gordels. Cinxia was een aanroeptitel van Juno toen zij, in de hoedanigheid van Lucina, de god van de geboorte was; zij verloste de bruiden van hun banden. (zie ook Hamearis lucina)

Auteursnaam en jaartal
(Linnaeus, 1758)

Tijdschriften

Projecten

Soorten uit dezelfde familie aurelia's (NYMPHALIDAE)

distelvlinder
Vanessa cardui

grote boswachter
Hipparchia fagi

koevinkje
Aphantopus hyperantus

dambordje
Melanargia galathea

tweekleurig hooibeestje
Coenonympha arcania

zilvervlek
Boloria euphrosyne

alle soorten uit deze familie