argusvlinder Lasiommata megera

De argusvlinder vertoont de laatste jaren een sterke achteruitgang; de oorzaak daarvan is nog onbekend.
Familie
aurelia's (NYMPHALIDAE)
Onderfamilie
Satyrinae / Lasiommata megera
Groep
Dagvlinder
Hoe moeilijk te herkennen
(goed tot redelijk goed te determineren)
Zeldzaamheid

Een algemene standvlinder die verspreid over het hele land voorkomt. Het laatste decennium is deze soort sterk in aantal achteruitgegaan.

Rode lijst
thans niet bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 19-25 mm. De bovenkant van zowel de voor- als de achtervleugel heeft een oranje grondkleur. De oogvlekken op de bovenkant van de achtervleugel zijn zwart en liggen in een oranje vlak. Het mannetje heeft een grote zwarte geurstreep op de bovenkant van de voorvleugel. De onderkant van de achtervleugel heeft een grijsbruine grondkleur met scherpe bruine lijnen.

Uiterlijk Carter: Tot 25 mm; lichaam blauwachtig groen met witte lengtestrepen over rug en flanken; staartjes bleekgroen met witte uiteinden; kop vrij rond, blauwachtig groen.

Gelijkende soorten vlinder

Bij de rotsvlinder is de grondkleur van de bovenkant van de vleugels bruin; de oogvlekken op de bovenkant van de achtervleugel liggen niet in een oranje vlak, maar zijn oranje geringd.

Gelijkende soorten vlinder

rotsvlinder
Lasiommata maera

Gelijkende soorten rups

Bont zandoogje (Pararge aegeria), bruin zandoogje (Maniola jurtina) en dambordje (Melanargia galathea).
N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).

bont zandoogje
Pararge aegeria

bruin zandoogje
Maniola jurtina

dambordje
Melanargia galathea

Levenscyclus

Rups: begin juni-eind juli en half augustus-begin mei. Jonge rupsen foerageren vooral 's nachts, grotere rupsen eten ook overdag. De soort overwintert als halfvolgroeide rups; tijdens zachte winterdagen eten de rupsen gewoon door. De verpopping vindt plaats aan de onderkant van een blad van de waardplant.

ei-afzet
Bij het zoeken naar een geschikte plaats om de eitjes af te zetten, vliegt het vrouwtje met een typische vlucht waarbij zij snel met de vleugels slaat maar langzaam vooruitkomt. Het vrouwtje heeft als afzetplaats voor de eitjes een voorkeur voor planten die groeien op beschutte warme plaatsen. Voorbeelden daarvan zijn kuiltjes die door konijnen zijn gegraven of diepe sporen van vee. Ook kiest het vrouwtje doorgaans polletjes die op schaarsbegroeide plaatsen staan, bijvoorbeeld open plaatsen langs greppels of paden. Het vrouwtje zet de eitjes afzonderlijk af op de stengels of toppen van de bladeren. Ook vrijliggende wortels van grassen, bijvoorbeeld langs een slootkant, worden gebruikt.

rups en verpopping
Jonge rupsen voeden zich voornamelijk ´s nachts, maar oudere eten ook overdag. De argusvlinder overwintert als halfvolgroeide rups, vlakbij de bodem tussen verdorde planten, stenen of struiken. Op zachte winterdagen komen de rupsen te voorschijn en eten dan verder; zij gaan dus niet in winterrust. De pop hangt meestal aan de onderkant van een blad van de waardplant.

vlinders
De eerste vlinders verschijnen eind april. De dichtheid op de vliegplaatsen is hoog, zo´n 12 tot 46 vlinders per hectare. Zij voeden zich met nectar van verschillende planten, in het voorjaar bijvoorbeeld braam en rode klaver, ´s zomers akkerdistel of vlinderstruik.
Mannetjes hebben twee manieren om een partner te vinden. Als ze een territorium bezetten, zitten ze op een vast punt, vaak een open zonnige plek op bijvoorbeeld een onverhard pad, en wachten daar op langsvliegende vrouwtjes. Andere bewegende objecten worden fel aangevallen en eventueel uit dit territorium verjaagd met een dwarrelend gevecht. De tweede manier is patrouilleren, waarbij het mannetje laag boven de grond een vaste route van ongeveer vijftig meter vliegt. De strategie hangt veelal af van de weersomstandigheden: bij een lage temperatuur, weinig zon en veel wind zijn mannetjes gemiddeld meer territoriaal, terwijl ze bij mooi weer vaker patrouilleren.
Vrouwtjes die nog niet hebben gepaard, gaan op zoek naar mannetjes. Reeds bevruchte vrouwtjes hebben deze neiging niet.

Waardplanten

Diverse overblijvende grassen, waaronder kropaar, ruwe smele, rood zwenkgras, kweek en beemdgras.

Habitat

Habitat: Allerlei gevarieerde graslanden met kale grond langs slootkanten, wegen, dijken, heggen en bosranden.

Meer habitat: De argusvlinder heeft een voorkeur voor vochtige tot vrij droge vegetaties met een mozaïek van kale grond, lage vegetaties en hogere kruidenrijke ruigte. Te droog of te schraal mag de bodem ook weer niet zijn: dit verklaart waarschijnlijk waarom deze soort op de Veluwe op veel plaatsen ontbreekt.

Vliegtijd en gedrag

Eind april-eind juni en begin juli-eind augustus in twee generaties; soms een derde generatie tot begin november. De vlinders voeden zich met nectar van verschillende planten: in het voorjaar onder andere braam en rode klaver, 's zomers akkerdistel en vlinderstruik. De mannetjes verdedigen een territorium vanaf een open zonnige plek op de grond of maken patrouillevluchten vlak boven de grond.

Uiterste data waarop een vlinder is gevonden, zijn 23 maart en 10 november.

Mobiliteit

De argusvlinder is een mobiele vlinder, die veel zwerft. De soort is zelfs bij Rottum gevonden. Merkwaardig is dat hij zo weinig in Flevoland wordt gezien, terwijl geschikt leefgebied daar wel aanwezig lijkt.

Regionaal

In Nederland komt de argusvlinder zeer verspreid voor. De verspreiding van de soort is in de loop van de twintigste eeuw weinig veranderd; mogelijk is de omvang van het verspreidingsgebied sinds 1950 enigszins toegenomen. Tegenwoordig is de argusvlinder een algemene standvlinder. Opmerkelijk is dat deze soort in het veenweidegebied - een gebied dat weinig soorten dagvlinders herbergt - relatief veel voorkomt.

Europa

Op Europese schaal is de argusvlinder niet bedreigd en over het algemeen is het voorkomen stabiel. Toch wordt uit zeven van de 36 Europese landen waar de soort voorkomt een achteruitgang gemeld.

Mondiaal

De argusvlinder komt voor van Ierland tot West-Azië en Iran en van Noord-Engeland, Zuid-Scandinavië en Letland tot Noord-Afrika.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande diagrammen tonen de veranderingen van de talrijkheid in de loop van de tijd. De gegevens zijn afkomstig uit het Landelijk Meetnet Vlinders (CBS / De Vlinderstichting).


Uit het Landelijk Meetnet Vlinders blijkt dat de argusvlinder een matige afname vertoont. Tussen 1994 en 1997 heeft de soort met name op de zandgronden bijzonder slecht gevlogen. Aan het begin van de eenentwintigste eeuw is de stand verder verslechterd en in 2003 was het aantal vlinders bijna 10% van het aantal in 1992.

Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - 2015
Zeldzaamheid
Trends


Uit het Landelijk Meetnet Vlinders blijkt dat de argusvlinder een matige afname vertoont. Tussen 1994 en 1997 heeft de soort met name op de zandgronden bijzonder slecht gevlogen. Aan het begin van de eenentwintigste eeuw is de stand verder verslechterd en in 2003 was het aantal vlinders bijna 10% van het aantal in 1992.

Aanbevolen beheersmaatregel

De argusvlinder is niet bedreigd en speciale beschermingsmaatregelen zijn voor deze soort, ondanks de recente achteruitgang, nog niet nodig. Plaatselijke beheermaatregelen kunnen de stand van deze soort bevorderen. Te denken valt aan het creëren van meer variatie in graslanden, bijvoorbeeld door extensieve begrazing of een gefaseerd maaibeheer. Andere maatregelen zijn het behoud van zandwegen en het bevorderen van een groter bloemaanbod in de maanden juni en augustus.

Toekomst
De argusvlinder is recent sterk achteruitgegaan. De oorzaak hiervan is nog onbekend. Een voorspelling van het voorkomen in de toekomst is dan ook lastig te maken.

Engelse naam
Wall Brown
Duitse naam
Mauerfuchs
Franse naam
Le Satyre (mannetje), La Mégère (vrouwtje)
Oud Nederlandse naam
argusoogje
Synoniemen
Pararge megera, Dira megera, Pararge megaera, Satyrus megaera
Toelichting wetenschappelijke naam

Lasiommata: lasios = harig en omnata = ogen. Pararge en Lasiommata behoren tot de weinige genera met vlinders die harige ogen hebben.
megera: Magaera is een van de Furies.

Auteursnaam en jaartal
(Linnaeus, 1767)

Soorten uit dezelfde familie aurelia's (NYMPHALIDAE)

rouwmantel
Nymphalis antiopa

keizersmantel
Argynnis paphia

zomererebia
Erebia aethiops

kleine parelmoervlinder
Issoria lathonia

alle soorten uit deze familie