beukentandvlinder Drymonia obliterata

Familie
tandvlinders (NOTODONTIDAE)
Onderfamilie
/ Drymonia obliterata
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed op gelijkende soorten letten)
Zeldzaamheid

Zeer zeldzaam. Van deze soort zijn slechts enkele waarnemingen bekend uit Zuid-Limburg; werd voor het laatst waargenomen in 2015 in Vaals.

Rode lijst
incidenteel

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: ♂ 16-18 mm, ♀ 17-19 mm. De grondkleur van de voorvleugel is grijsachtig bruin. De centrale dwarslijnen vallen voornamelijk op door hundubbele of enkelvoudige zwartachtige afzetting. De binnenste dwarslijn heeft, vooral nabij de binnenrand, een opvallend zigzaggend verloop; de buitenste is geschulpt. Kenmerkend is de naar de vleugelpunt uitlopende donkere driehoekige vlek aan de buitenzijde van de buitenste dwarslijn. De voor deze familie kenmerkende tand aan de binnenkant van de voorvleugel is klein en valt nauwelijks op. Het borststuk is donker en de antennen van het mannetje zijn sterker gekamd dan die van het vrouwtje.

Gelijkende soorten vlinder

Bij de zuidelijke tandvlinder (D. velitaris) omgrenst een regelmatig verlopende, dubbele dwarslijn een opvallend zandgeel wortelveld.

Gelijkende soorten vlinder

zuidelijke tandvlinder
Drymonia velitaris

Levenscyclus

Rups: juli-september. De verpopping vindt plaats in een met fijn wit spinsel beklede holte in de grond. De soort overwintert als pop, soms tweemaal.

Waardplanten

Beuk, eik en berk.

Habitat

Habitat: Bossen.

Vliegtijd en gedrag

Mei-begin september in één of twee generaties. De vlinders komen goed op licht.

België

Zeer zeldzaam in Vlaanderen. Beperkt tot de boscomplexen rond Brussel en Leuven en daar lokaal talrijk. In Wallonië wijdverbreid en vrij algemeen ten zuiden van Samber en Maas.

Mondiaal

Het areaal van deze soort strekt zich uit van België, Frankrijk en Noord-Spanje door Midden-Europa en Denemarken over de Balkan uit tot aan de Zwarte Zee en de Kaukasus.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Duitse naam
Schwarzeck-Zahnspinner
Synoniemen
Drymonia melagona, Ochrostigma melagona, Drynobia melagona
Auteursnaam en jaartal
(Esper, 1785)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie tandvlinders (NOTODONTIDAE)

wilgenhermelijnvlinder
Furcula bifida

roestbruine wapendrager
Clostera anastomosis

draak
Harpyia milhauseri

kleine hermelijnvlinder
Furcula furcula

esdoorntandvlinder
Ptilodon cucullina

berkenhermelijnvlinder
Furcula bicuspis

alle soorten uit deze familie