paardenbloemspanner Idaea seriata

Een gewone soort, die vaak op verlichte ramen zit, is de paardenbloemspanner.
Familie
spanners (GEOMETRIDAE)
Onderfamilie
Sterrhinae / Idaea seriata
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed op gelijkende soorten letten)
Zeldzaamheid

Zeer algemeen. Komt verspreid over het land voor. RL: niet bedreigd.

Rode lijst
niet bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken vlinder

Voorvleugellengte: 9-11 mm. De voor- en achtervleugel zijn in meer of mindere mate donker bespikkeld. De vleugelzoom is meestal iets donkerder dan de rest van de vleugel. Op alle vleugels is een duidelijke middenstip aanwezig. De binnenste en de buitenste dwarslijn zijn dun maar altijd tenminste zichtbaar aan de stipjes op de aderen. De middelste dwarslijn is vaag en loopt op de voorvleugel dicht langs de middenstip, vaak er enigszins naar toe buigend. Opvallend is dat dit laatste ook geldt voor de buitenste dwarslijn ter hoogte van de stip. De franjelijn langs de achterrand bestaat uit afwisselend donkere stipjes en boogjes.

Gelijkende soorten vlinder

De prachtstipspanner (Scopula marginepunctata) is duidelijk groter en heeft een franjelijn die bestaat uit enkel donkere streepjes; bovendien loopt de buitenste dwarslijn voordat deze de voorrand bereikt duidelijk naar binnen, terwijl deze bij de paardenbloemspanner vrijwel recht door loopt tot aan de voorrand, evenwijdig aan de achterrand van de vleugel.
Kan mogelijk worden verwisseld met soorten uit de groep van de dwergspanners (Eupithecia-soorten), met name wilgendwergspanner (E. tenuiata) en esdoorndwergspanner (E. inturbata). Geen van beide heeft echter hetzelfde fijn bespikkelde uiterlijk. Verder ontbreekt bij de dwergspanners de stip op de achtervleugel en vertonen de dwarslijnen een duidelijke hoek dicht bij de voorrand. Zie ook de schildstipspanner (I. biselata).

Klik hier voor gedetailleerde verschillen met illustraties tussen Idaea seriata en I. biselata.

wilgendwergspanner
Eupithecia tenuiata
GEOMETRIDAE: Sterrhinae

prachtstipspanner
Scopula marginepunctata
GEOMETRIDAE: Sterrhinae

schildstipspanner
Idaea biselata
GEOMETRIDAE: Sterrhinae

esdoorndwergspanner
Eupithecia inturbata
GEOMETRIDAE: Sterrhinae

Gelijkende soorten rups

Vlekstipspanner (Idaea dimidiata) en hopdwergspanner (Eupithecia assimilata).
N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).

vlekstipspanner
Idaea dimidiata
GEOMETRIDAE: Sterrhinae

hopdwergspanner
Eupithecia assimilata
GEOMETRIDAE: Sterrhinae

Levenscyclus

Rups: juni-april. De soort overwintert als rups en verpopt zich in een cocon op de grond.

Waardplanten

De rups leeft van afgevallen blad en mos; in gevangenschap eten de rupsen onder andere van paardenbloem.

Habitat

Duinen, struwelen, ruigten en tuinen; vaak in stedelijke omgeving.

Vliegtijd en gedrag

Begin mei-begin oktober in twee generaties. De vlinders worden overdag soms op muren aangetroffen of opgejaagd uit heggen of andere dichte vegetatie. Ze zitten ook vaak op verlichte ramen of worden binnenshuis aangetroffen.

België

Algemeen in het hele land.

Mondiaal

Van Noord-Afrika en het Iberisch Schiereiland via West- en Midden-Europa (inclusief Engeland) oostwaarts tot Rusland; in het noorden tot Zuid-Scandinavië, in het zuiden: de westelijke Middellandse Zee-eilanden, Italië, de Balkan, Klein-Azië en de Kaukasus.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Small Dusty Wave
Duitse naam
Grauer Zwergspanner
Franse naam
la Vieillie , la Voisine
Synoniemen
Sterrha seriata, Acidalia seriata, Idaea virgularia, Acidalia virgularia, Idaea incanata, Acidalia incanaria
Toelichting Nederlandse naam

Paardenbloemspanner is een al lang bestaande naam die al gebruikt wordt door Ter Haar in 'Onze vlinders' (begin vorige eeuw).
Paardenbloem is zeker geen waardplant van deze soort.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Idaea: idaios heeft betrekking op de berg Ida, de uitzichtplaats van waaruit de goden en godinnen de gevechten rond Troje volgden.
seriata: series = een rij, een keten. Dit slaat op de tekening op de vleugels die bestaat uit in brokjes uiteengevallen lijnen.

Auteursnaam en jaartal
(Schrank, 1802)

Actualiteiten

Ontdek meer

Blijf op de hoogte

Ontvang vlindernieuws

Soorten uit dezelfde familie spanners (GEOMETRIDAE)

speerpuntspanner
Rheumaptera hastata

geveerde spikkelspanner
Peribatodes secundaria

gemarmerde oogspanner
Cyclophora pendularia

late meidoornspanner
Theria rupicapraria

prachtstipspanner
Scopula marginepunctata

roomkleurige stipspanner
Scopula floslactata

alle soorten uit deze familie