hoekbanddennenspanner Pennithera firmata

De hoekbanddennenspanner komt vooral voor in naaldbossen op de zandgronden.
Familie
spanners (GEOMETRIDAE)
Onderfamilie
Larentiinae / Pennithera firmata
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed op gelijkende soorten letten)
Zeldzaamheid

Vrij zeldzaam. Komt verspreid over het land lokaal voor; op sommige vliegplaatsen algemeen. RL: kwetsbaar.

Rode lijst
kwetsbaar

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken vlinder

Voorvleugellengte: 13-16 mm. De voorvleugel is zandkleurig, grijsbruin of donker roodachtig bruin. Een belangrijk kenmerk is de scherpe en diepe inkeping aan de binnenzijde van de middenband, waardoor deze band in het midden vrij smal lijkt. Er is weinig variatie. Het vrouwtje is over het algemeen iets groter dan het mannetje.

Kenmerken rups

Tot 24 mm; lichaam groen met smalle, witte of geelachtige banden tussen de segmenten; over de rug een donkergroene middenstreep met aan weerszijden een geelachtige of groenachtig witte lengtestreep; onder de spiracula een witte lengtestreep; aan weerszijden van segment een tot drie een grote roodachtig bruine vlek; poten van de thorax roodachtig bruin; kop roodachtig met bruine tekening.

Gelijkende soorten vlinder

De naaldboomspanner (T. obeliscata) en de schijn-sparspanner (T. britannica) hebben in de binnenzijde van de middenband geen diepe inkeping, maar slechts een kleine stompe hoek naar binnen. Zie ook de sparspanner (T. variata).

Klik hier voor gedetailleerde verschillen met illustraties tussen T. obeliscata en P. firmata.

schijn-sparspanner
Thera britannica
GEOMETRIDAE: Larentiinae

sparspanner
Thera variata
GEOMETRIDAE: Larentiinae

naaldboomspanner
Thera obeliscata
GEOMETRIDAE: Larentiinae

Gelijkende soorten rups

Sparspanner (Thera variata), schijn-sparspanner (Thera britannica), naaldboomspanner (Thera obeliscata), jeneverbesspanner (Thera juniperata), streepjesdwergspanner (Eupithecia intricata), lariksdwergspanner (Eupithecia lariciata), dennenspanner (Bupalus piniaria), dennenbandspanner (Pungeleria capreolaria), lariksspanner (Macaria signaria) en gerimpelde spanner (Macaria liturata).
N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).

Levenscyclus

Rups: oktober-juli; wordt vooral waargenomen in de maanden mei-juli. De rupsen van alle Thera-soorten zijn groen met witte lengtestrepen wat kenmerkend is voor rupsen die naaldbomen als waardplant hebben. De soort overwintert als ei of als jonge rups op de waardplant en verpopt zich tussen de naalden van de waardplant of in de strooisellaag eronder.

Waardplanten

Vooral den; soms andere naaldbomen.

Habitat

Vooral naaldbossen op de zandgronden.

Vliegtijd en gedrag

Augustus-half oktober in één generatie. De vlinders komen op licht en zijn overdag gemakkelijk op te jagen uit de takken van de waardplant.

België

In Vlaanderen zeldzaam en vooral waargenomen ten oosten van de lijn Antwerpen-Brussel. Lokaal vrij algemeen in de Kempen. In Wallonië wijdverbreid ten zuiden van Samber en Maas.

Mondiaal

Van het Iberisch Schiereiland, West- en Midden-Europa inclusief de Britse eilanden oostwaarts tot Rusland; in het noorden tot Midden-Scandinavië, in het zuiden: Italië, de Balkanlanden, Klein-Azië tot in de Kaukasus. De van de Pyreneeën bekende en ook in Marokko voorkomende ssp ulicata (Rambus, 1834) wordt tegenwoordig als 'bona species' aangeduid (Mazel 1998).

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in de Nationale Databank Flora en Fauna.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Pine Carpet
Duitse naam
Herbst-Kiefern-Nadelholzspanner
Franse naam
la Corrithée pectinée
Synoniemen
Larentia firmata, Thera firmata, Cidaria firmata
Toelichting Nederlandse naam

Dennen en andere naaldbomen zijn de waardplanten van deze spannersoort.
Deze dennenspanner heeft een scherpe hoek in de band op de voorvleugel.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Pennithera: Thera is een eiland in de Egeïsche Zee; verdere uitleg is niet te geven.
firmata: firmo = bevestigen, zeker stellen. Soorten binnen dit genus zijn moeilijk op naam te brengen.

Auteursnaam en jaartal
(Hübner, 1822)

Actualiteiten

Ontdek meer

Blijf op de hoogte

Ontvang vlindernieuws

Soorten uit dezelfde familie spanners (GEOMETRIDAE)

koekoeksbloemspanner
Perizoma affinitata

lieveling
Timandra comae

schimmelspanner
Dysstroma truncata

dwarsbanddwergspanner
Eupithecia subumbrata

bosbesdwergspanner
Pasiphila debiliata

groene dwergspanner
Pasiphila rectangulata

alle soorten uit deze familie