grote boomspanner Triphosa dubitata

De grote boomspanner overwintert als vlinder in schuren en bunkers.
Familie
spanners (GEOMETRIDAE)
Onderfamilie
Larentiinae / Triphosa dubitata
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(moeilijk tot zeer moeilijk te determineren)
Zeldzaamheid

Zeldzaam. Een soort die slechts af en toe wordt waargenomen, vooral in de zuidelijke helft van het land. RL: ernstig bedreigd.

Rode lijst
ernstig bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 19-22 mm. De brede voorvleugel, die een duidelijke ronding in de voorrand heeft, is bruin of grijsachtig bruin met soms een rozeachtige tint; de achtervleugel is egaal lichtgrijs. De vleugeltekening is vrij gelijkmatig en deze spanner maakt vaak een enigszins glanzende indruk. De relatief brede donkere middenband heeft een lichte middenzone en wordt aan de binnen- en buitenzijde begrensd door witachtige dwarslijnen. De intensiteit van de tekening kan variëren. Kenmerkend is de golvende achterrand van de vleugels; bij de achtervleugel wordt dit extra geaccentueerd door de fijne franjelijn. De donkere middenstip op de onderkant van de voor- en achtervleugel is klein en die op de voorvleugel is bovendien smal.

Uiterlijk Carter: Tot 27 mm; lichaam glad en dik, naar de kop versmald, groen met bleek geelachtig groene banden tussen de segmenten; over de rug vier dunne, gebroken, gele lengtestrepen en een brede gele lengtestreep boven de spiracula; kop groen, zonder tekening. Er is ook een vorm met donkergroene lengtestrepen over de rug.

Gelijkende soorten vlinder

De grote berberisspanner (Hydria cervinalis) heeft nooit een rozeachtige tint; bovendien is de vleugeltekening ongelijkmatiger en niet glanzend. De donker gevlekte binnenste en buitenste zone van de middenband liggen bij de grote berberisspanner tamelijk dicht bij elkaar en vloeien soms gedeeltelijk samen; dit is bij de grote boomspanner nooit het geval. De zwarte franjelijn op achtervleugel is bij de grote berberisspanner niet diep gegolfd, maar eerder een wat scherper zigzaglijntje; deze lijn is ook aan de onderzijde van de vleugel duidelijk zichtbaar, wat bij de grote boomspanner alleen bij de voorvleugel het geval is. De grote berberisspanner heeft op de onderkant van de voor- en achtervleugel duidelijk zichtbare donkere middenvlekken en bij de voorrand van de onderkant van de voorvleugel twee kleine vlekken.

Gelijkende soorten vlinder

Geen resultaten.

Levenscyclus

Rups: juni. De soort overwintert als vlinder in bijvoorbeeld schuren en bunkers.

Waardplanten

Vooral wegedoorn; soms sporkehout of andere loofbomen.

Habitat

Habitat: Vooral bossen en struwelen op kalkgraslanden of heiden; ook duinen.

Vliegtijd en gedrag

Begin juli-september en na overwintering opnieuw van begin april-half mei; de meeste waarnemingen zijn voorjaarswaarnemingen. De soort vliegt in één generatie. De vlinders komen op licht en op bloemen.

België

In Vlaanderen zeer zeldzaam, met verspreide waarnemingen van de Westkust tot aan de Maas. In Wallonië wijdverbreid en lokaal vrij algemeen.

Mondiaal

Noord-Afrika, Spanje, Frankrijk, West- en Midden-Europa inclusief de Britse eilanden via Rusland tot de Kaukasus en als ssp. amblychiles (Prout, 1937) tot Oost-Azië; in het zuiden: het westelijke Middellandse Zeegebied, de Balkan en Klein-Azië en in het noorden tot Zuid-Scandinavië en hier en daar nog in Lapland.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Tissue
Duitse naam
Olivbrauner Höhlenspanner
Franse naam
l'Incertaine , la Dent-de-Scie , la Douteuse
Synoniemen
Larentia dubitata, Cidaria dubitata
Toelichting Nederlandse naam

Bomen en bossen zijn belangrijk voor deze spanner; van de boomspanners is dit zeker de grootste.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Triphosa: tri - drie of drievoudig en phaos, phos = licht, wijzend op de sterke glans op de vleugels.
dubitata: dubitatus = twijfelachtig. Linnaeus schrijft: 'situra Geometrae, magnitudo Noctuae, facies Tineae', de bouw van een spanner, de afmeting van een uil en het uiterlijk van een Tineïde.

Auteursnaam en jaartal
(Linnaeus, 1758)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie spanners (GEOMETRIDAE)

gallendwergspanner
Eupithecia analoga

dennendwergspanner
Eupithecia indigata

schaduwstipspanner
Idaea rusticata

gele kustspanner
Aspitates ochrearia

valeriaandwergspanner
Eupithecia valerianata

zoomspanner
Epione vespertaria

alle soorten uit deze familie