hoornbloemdwergspanner Eupithecia pygmaeata

Familie
spanners (GEOMETRIDAE)
Onderfamilie
Larentiinae / Eupithecia pygmaeata
Groep
Nachtvlinder die zowel dagactief als nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(moeilijk tot zeer moeilijk te determineren)
Zeldzaamheid

Vrij zeldzaam. Komt verspreid over het land voor, echter nooit in grote aantallen. RL: bedreigd.

Rode lijst
bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 8-9 mm. Een van de kleinste van de dwergspanners die in Nederland voorkomen; herkenbaar aan de bijna chocoladebruine grondkleur. De voorrand van de voorvleugel is tamelijk recht en de vleugelpunt is vrij spits. Soms is een duidelijke vleugeltekening aanwezig, vooral aan de voorrand, maar de vlinders zijn meestal grotendeels ongetekend, soms egaal zonder grijs. In de binnenrandhoek ligt een witte stip en in enkele gevallen is zelfs een lichte golflijn aanwezig. De franje is gewoonlijk bruin en wit geblokt.

Uiterlijk Carter: Tot 14 mm; vrij ruwe huid; lichaam vuil geelachtig groen met over de rug een olijfgroene middenstreep, die soms in afzonderlijke vlekken verdeeld is; aan weerszijden van de middenstreep een lengtestreep in dezelfde kleur; kop bleek groenachtig bruin met donkerbruine tekening.

Uiterlijk Porter: 16-18 mm. Lijf groen of okerkleurig met onduidelijke donkerder lijnen op rug en subdorsaal; de kop is gewoonlijk bruin of bruinachtig groen.

Gelijkende soorten vlinder

Geen resultaten.

Gelijkende soorten rups

De rupsen van de Eupithecia-soorten lijken veel op elkaar. Bij determinatie kan de waardplant een handig hulpmiddel zijn.

Geen resultaten.

Levenscyclus

Rups: juni-september. De soort overwintert als pop in de strooisellaag (vaak twee jaren).

Waardplanten

Hoornbloem en muur.

Habitat

Habitat: Vooral moerassen en natte graslanden; ook grazige ruigten, duinen, wegbermen en verwaarloosde stukken grond.

Vliegtijd en gedrag

Half april-eind augustus in twee generaties. De vlinders vliegen overdag bij zonnig weer en bezoeken dan bloemen; het zijn snelle vliegers. Ze rusten met gespreide vleugels op een smal blad; daarbij staat het lichaam haaks op de lengterichting van het blad en worden de vleugels tegen het blad gedrukt. De vlinders komen soms op licht.

België

In Vlaanderen zeldzaam, maar wijdverbreid. Achteruitgegaan. In Wallonië zeer zeldzaam, vooral waargenomen in de Gaume.

Mondiaal

Spanje, Frankrijk en de Britse eilanden in het westen, in het zuiden tot Italië en Roemenië en in het noorden tot boven de poolcirkel. Naar het oosten tot Siberië en Mongolië. Ook in Noord-Amerika.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Marsh Pug
Duitse naam
Zwerg-Blütenspanner
Franse naam
l'Eupithécie pygmée
Synoniemen
Tephroclystia pygmaeata, Eupithecia pygmaearia, Eupithecia palustraria
Toelichting Nederlandse naam

Alle soorten uit het Genus Eupithecia plus nog een aantal andere kleine spanners zijn samengebracht onder de groepsnaam dwergspanner.
Hoornbloem is een belangrijke waardplant van deze dwergspanner. Meer over Nederlandse namen

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Eupithecia: eu = goed, goedig en pithex, pithekos = een dwerg. De vlinders hebben een aantrekkelijk uiterlijk en zijn klein. Haworth schrijft: mooie vlinders, als ze rusten zien ze er prachtig uit: de vleugels gespreid en vlak, elegant gedrukt tegen de ondergrond; eigenlijk helemaal ontworpen om ze in vlinderkasten te verzamelen.
Pygmaeata: pygmaeus = een pigmee, een dwerg. Een van de kleinste soorten van het genus waar Hübner deze vlinder in plaatste: het genus Geometra.

Auteursnaam en jaartal
(Hübner, 1799)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie spanners (GEOMETRIDAE)

meldedwergspanner
Eupithecia simpliciata

novemberspanner
Epirrita autumnata

bosbandspanner
Epirrhoe rivata

grote wintervlinder
Erannis defoliaria

kajatehoutspanner
Pelurga comitata

sparspanner
Thera variata

alle soorten uit deze familie