hoornaarvlinder Sesia apiformis

De hoornaarvlinder lijkt sterk op een hoornaar en is even groot.
Familie
wespvlinders (SESIIDAE)
Onderfamilie
Sesiinae / Sesia apiformis
Groep
Nachtvlinder die dagactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed op gelijkende soorten letten)
Zeldzaamheid

Vrij algemeen. Komt verspreid over het hele land voor. Veel waarnemingen komen uit het westen van het land; onderzoek naar gerooide populieren suggereert dat deze soort in West-Nederland in vrijwel iedere populierenlaan aanwezig is. RL: kwetsbaar.

Rode lijst
kwetsbaar

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 17-21 mm. Is even groot en fors als de hoornaar (Vespa crabro) en vertoont bij verstoring dezelfde schokkerige wespachtige bewegingen; is echter feller geel van kleur en mist de wespentaille. Kenmerkend zijn de gele kop en de opvallend gele 'epauletten' op de zwarte schouderdeksels.

Gelijkende soorten vlinder

De gekraagde wespvlinder (S. bembeciformis) heeft een nagenoeg geheel zwart kop-borststuk met alleen een smalle gele kraag.

Klik hier voor gedetailleerde verschillen met illustraties tussen de twee Sesia-soorten.

Gelijkende soorten vlinder

gekraagde wespvlinder
Sesia bembeciformis

Gelijkende soorten rups

Frambozenglasvlinder (Pennisetia hylaeiformis), gekraagde wespvlinder (Sesia bembeciformis), populierenwespvlinder (Paranthrene tabaniformis), elzenwespvlinder (Synanthedon spheciformis), berkenglasvlinder (Synanthedon culiciformis), wilgenwespvlinder (Synanthedon formicaeformis) , eikenwespvlinder (Synanthedon vespiformis), appelglasvlinder (Synanthedon myopaeformis), bessenglasvlinder (Synanthedon tipuliformis), klaverwespvlinder (Bembecia ichneumoniformis), wolfsmelkwespvlinder (Chamaesphecia tenthrediniformis) en schijn-wolfsmelkwespvlinder (Chamaesphecia empiformis).
N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).

appelglasvlinder
Synanthedon myopaeformis

frambozenglasvlinder
Pennisetia hylaeiformis

populierenwespvlinder
Paranthrene tabaniformis

berkenglasvlinder
Synanthedon culiciformis

eikenwespvlinder
Synanthedon vespiformis

wolfsmelkwespvlinder
Chamaesphecia tenthrediniformis

schijn-wolfsmelkwespvlinder
Chamaesphecia empiformis

elzenwespvlinder
Synanthedon spheciformis

wilgenwespvlinder
Synanthedon formicaeformis

bessenglasvlinder
Synanthedon tipuliformis

klaverwespvlinder
Bembecia ichneumoniformis

gekraagde wespvlinder
Sesia bembeciformis

Levenscyclus

Rups: augustus-mei van het derde of vierde jaar. De rupsen brengen het grootste deel van hun ontwikkeling door in de wortels; sommige bomen worden jaar in jaar uit bewoond. De soort overwintert twee of drie keer, de eerste (en soms ook de tweede) winter als onvolgroeide rups en daarna als volgroeide rups in een cocon. De uitkruipgaten bevinden zich aan de basis van de stam. Gedurende het vliegseizoen kunnen lege poppen uit de stam steken of op de grond eronder liggen. De vrouwtjes laten hun eieren aan de basis van de stam vallen.

Waardplanten

Vooral populier; soms wilg.

Habitat

Habitat: Solitaire bomen in open landschap en bomen in wegbeplantingen hebben de voorkeur, omdat de stam snel opwarmt in de zon; ook parken, struwelen, steengroeven en moerasachtige gebieden.

Vliegtijd en gedrag

Half mei-half augustus in één generatie. De meeste vlinders vliegen van begin juni tot half juli. Verse vlinders en parende exemplaren kunnen overdag rustend op populierenstammen worden gevonden; vliegende exemplaren worden weinig gezien. Omdat deze soort een onvolledig ontwikkelde roltong heeft, is het geen bloembezoeker. Recent is een effectief feromoonpreparaat voor deze soort ontwikkeld.

België

Vrij algemeen in het hele land.

Mondiaal

Een algemene soort van Zuid- en gematigd-Europa. In Noord-Europa in de Zuid-helft van Scandinavië. Verder nog in Noordwest-Turkije en in delen van West-Azië. Ingevoerd in Noord-Amerika.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Hornet Moth
Duitse naam
Hornissen-Glasflügler
Oud Nederlandse naam
geelkopwespvlinder, grote wespvlinder, horzelvlinder
Synoniemen
Aegeria apiformis, Trochilia apiformis, Trochilium apiforme, Trochilium apiformis
Toelichting Nederlandse naam

De hoornaarvlinder lijkt veel op de sociale wespensoort hoornaar (Vespa crabro).
De hoornaarvlinder werd vroeger horzelvlinder genoemd. Jan Christian Sepp (circa 1770) schrijft daarover het volgende: 'Zoowel in Gelderland, als op de Duinen buiten Haarlem, ving de Heer Ver-Huell, en ook wij zelve, nu en dan wel eens onzen tegenwoordigen Vlinder meestal zittende tegen de stam der boomen. In de eersten oog-opslag meenden wij veelal eene Wesp of Horzel te zien; dan bij nadere beschouwing bespeurden wij onze dwaling. De Latijnsche naam van ons Voorwerp, dat onder de zoogenaamde Basterd-Pijlstaart-Vlinders behoort, is Sesia Craboni-formis, en in navolging van deze naam noemen wij denzelven den Horzelgelijkenden Vlinder.'
Meer over Nederlandse namen

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Sesia: ses = de vlinder of zijn rups. Linnaeus had de Sphinx in vier 'subfamilies' opgedeeld: 1) Legitimae alis angulatis; de pijlstaarten met gehoekte vleugels, 2) Legitimae alis integris; de pijlstaarten het 'hele' vleugels, 3) Legitimae alis integris; de pijlstaarten het 'hele' vleugels en die ook een anale pluim hebben en 4) Adscitae habitu & larva diversae; toegevoegde soorten, er anders uitziend en met andersoortige rupsen (Adscita en Zygaena). Fabricius noemde de derde groep Sesia en deze omvatte: de glasvleugelvlinders, de vlinders met een gelijkenis met andere insecten en de kolibrieachtige vlinders. De meeste kregen een naam waarin de gelijkenis met een ander insect werd duidelijk gemaakt. Latreille maakte de groep kleiner en liet er alleen de glasvleugelvlinders in toe. Nu is de naam slechts beperkt tot dit ene genus.
apiformis: apis is een bij en formis, forma = lijkt op.

Auteursnaam en jaartal
(Clerck, 1759)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie wespvlinders (SESIIDAE)

klaverwespvlinder
Bembecia ichneumoniformis

wolfsmelkwespvlinder
Chamaesphecia tenthrediniformis

hoornaarvlinder
Sesia apiformis

bessenglasvlinder
Synanthedon tipuliformis

populierenwespvlinder
Paranthrene tabaniformis

wilgenwespvlinder
Synanthedon formicaeformis

alle soorten uit deze familie