schermbloemdwergspanner Eupithecia tripunctaria

Familie
spanners (GEOMETRIDAE)
Onderfamilie
Larentiinae / Eupithecia tripunctaria
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(moeilijk tot zeer moeilijk te determineren)
Zeldzaamheid

Vrij algemeen. Komt verspreid over het hele land voor. RL: kwetsbaar.

Rode lijst
kwetsbaar

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 10-12 mm. Deze zwak getekende, bruinachtig donkergrijze dwergspanner is te herkennen aan de meestal drie duidelijke witte stippen langs de achterrand. Meestal is de stip in de binnenrandhoek van de voorvleugel het duidelijkst en zijn de stippen langs de achterrand kleiner of zelfs afwezig; soms vormen de witte stippen een complete golflijn. Op de achtervleugel is vaak alleen een heldere kleine witte stip te zien in de binnenrandhoek, soms nog enkele kleinere stippen langs de achterrand. Ook op het borststuk en langs de zijkanten van het achterlijf is een witte stip aanwezig. De middenstip op de voorvleugel is klein en rond of iets langgerekt. De aders zijn meestal donkerder dan de grondkleur. Bij de veel voorkomende melanistische vorm ontbreken de witte stippen en zijn de donkere aderen zelfs de enige uiterlijke kenmerken.

Uiterlijk Carter: Tot 20 mm; lichaam groen of bruin met witachtige ringen tussen de segmenten, soms zonder tekening, maar gewoonlijk met een rij donkere, driehoekige vlekken op de rug en bruinachtige vlekjes op de flanken; onderzijde donkergroen of bruin; kop groen of bruin met donkerder tekening.

Uiterlijk Porter: 22-23 mm. Lijf gewoonlijk geel of geelachtig groen met driehoekig gevormde donkerbruine tekening op de rug, donkerbruine driehoeken op de flanken en een dunne subdorsale lijn van dezelfde kleur.

Gelijkende soorten vlinder

De egale dwergspanner (E. absinthiata) en de hopdwergspanner (E. assimilata) zijn meer roodachtig bruin en de donkere vlekken langs de voorrand zijn duidelijker. Vrij sterk met dwarslijnen getekende exemplaren van de schermbloemdwergspanner zijn soms moeilijk te onderscheiden van de grijze dwergspanner (E. subfuscata) en van de guldenroededwergspanner (E. virgaureata). Lijkt ook op de lariksdwergspanner (E. lariciata); deze vliegt echter in een ander habitat.

Gelijkende soorten vlinder

lariksdwergspanner
Eupithecia lariciata

grijze dwergspanner
Eupithecia subfuscata

guldenroededwergspanner
Eupithecia virgaureata

egale dwergspanner
Eupithecia absinthiata

hopdwergspanner
Eupithecia assimilata

Gelijkende soorten rups

Zwartvlekdwergspanner (Eupithecia centaureata), heidedwergspanner (Eupithecia satyrata), egale dwergspanner (Eupithecia absinthiata), smalvleugeldwergspanner (Eupithecia nanata), jeneverbesdwergspanner (Eupithecia pusillata), v-dwergspanner (Chloroclystis v-ata), zwartkamdwergspanner (Gymnoscelis rufifasciata), guldenroededwergspanner (Eupithecia virgaureata), voorjaarsdwergspanner (Eupithecia abbreviata), eikendwergspanner (Eupithecia dodoneata), vingerhoedskruiddwergspanner (Eupithecia pulchellata) en beverneldwergspanner (Eupithecia pimpinellata).
N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).

eikendwergspanner
Eupithecia dodoneata

voorjaarsdwergspanner
Eupithecia abbreviata

jeneverbesdwergspanner
Eupithecia pusillata

v-dwergspanner
Chloroclystis v-ata

beverneldwergspanner
Eupithecia pimpinellata

heidedwergspanner
Eupithecia satyrata

zwartvlekdwergspanner
Eupithecia centaureata

zwartkamdwergspanner
Gymnoscelis rufifasciata

smalvleugeldwergspanner
Eupithecia nanata

vingerhoedskruiddwergspanner
Eupithecia pulchellata

guldenroededwergspanner
Eupithecia virgaureata

egale dwergspanner
Eupithecia absinthiata

Levenscyclus

Rups: half mei-oktober. De rups leeft op de bloemen en de vruchten van de waardplant. De soort overwintert als pop in de strooisellaag.

Waardplanten

Diverse schermbloemigen, waaronder berenklauw, engelwortel, fluitenkruid, peen en pastinaak; bij rupsen van de eerste generatie ook vlier.

Habitat

Habitat: Bosranden, struwelen, wegbermen, slootkanten, rivieroevers, vochtige akkerranden, moerassen en verwaarloosde hoekjes in parken en tuinen.

Vliegtijd en gedrag

Begin maart-half september in twee generaties. Opmerkelijk is dat de eerste generatie, die vliegt van maart tot en met juni, minder algemeen is dan de korter durende tweede generatie (begin juli tot begin september). De vlinders vliegen vanaf de schemering en komen goed op licht.

België

Vrij algemeen in het hele land.

Mondiaal

West-Europa inclusief de Britse eilanden via Midden- en Oost-Europa tot de Oeral, Altaj, Siberië, Amoer en Japan. In Noord-Europa tot Midden-Scandinavië, in het zuiden ontbrekend in Portugal, Griekenland, de Middellandse Zee-eilanden en Turkije. Wel in Noord-Amerika.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
White-spotted Pug
Duitse naam
Dreipunkt-Blütenspanner
Franse naam
l'Eupithécie triponctuée
Synoniemen
Tephroclystia tripunctaria, Eupithecia albipunctata, Tephroclystia albipunctata
Toelichting Nederlandse naam

Alle soorten uit het Genus Eupithecia plus nog een aantal andere kleine spanners zijn samengebracht onder de groepsnaam dwergspanner.
Een aantal schermbloemsoorten zijn waardplanten van deze dwerspanner.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Eupithecia: eu = goed, goedig en pithex, pithekos = een dwerg. De vlinders hebben een aantrekkelijk uiterlijk en zijn klein. Haworth schrijft: mooie vlinders, als ze rusten zien ze er prachtig uit: de vleugels gespreid en vlak, elegant gedrukt tegen de ondergrond; eigenlijk helemaal ontworpen om ze in vlinderkasten te verzamelen.
Tripunctaria: tri- = drie en punctum = een stip, een vlek; vanwege de witte subterminale lijn die vaak in drie stukjes is verdeeld.

Auteursnaam en jaartal
Herrich-Schäffer, 1852

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie spanners (GEOMETRIDAE)

hagedoornvlinder
Opisthograptis luteolata

rouwspanner
Odezia atrata

grote vierbandspanner
Xanthorhoe quadrifasiata

grote spikkelspanner
Hypomecis roboraria

sint-janskruidblokspanner
Aplocera efformata

zoomstipspanner
Scopula umbelaria

alle soorten uit deze familie