witvlakdwergspanner Eupithecia succenturiata

Familie
spanners (GEOMETRIDAE)
Onderfamilie
Larentiinae / Eupithecia succenturiata
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed tot redelijk goed te determineren)
Zeldzaamheid

Vrij algemeen. Komt verspreid over het hele land voor. RL: kwetsbaar.

Rode lijst
kwetsbaar

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 12-13 mm. Goed te herkennen aan het grote witte veld op de voorvleugel met de duidelijke zwarte middenstip; de randen van de voorvleugel zijn grijsachtig bruin. Deze kleurencombinatie resulteert in een zeer karakteristiek beeld. De vlinders kunnen nogal variëren in contrast en zijn soms sterk donker bestoven, maar altijd blijft in het midden van de vleugel een wit of lichtgrijs gedeelte zichtbaar en zijn de vleugelranden donkerder.

Uiterlijk Porter: 24-25 mm. Lijf grijsachtig bruin of rooachtig bruin met een reeks donkerder ruitvormige tekens op de rug en een duidelijke golvende subdorsale lijn van dezelfde kleur.

Gelijkende soorten vlinder

Zie de gemarmerde dwergspanner (E. irriguata) en de zwartvlekdwergspanner (E. centaureata).

Gelijkende soorten vlinder

gemarmerde dwergspanner
Eupithecia irriguata

zwartvlekdwergspanner
Eupithecia centaureata

Gelijkende soorten rups

Grijze dwergspanner (Eupithecia subfuscata), oranje dwergspanner (Eupithecia icterata), gewone dwergspanner (Eupithecia vulgata) en meldedwergspanner (Eupithecia simpliciata).
De rupsen van de Eupithecia-soorten lijken veel op elkaar. Bij determinatie kan de waardplant een handig hulpmiddel zijn. Vergelijk daarnaast ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen en het habitat.

gewone dwergspanner
Eupithecia vulgata

oranje dwergspanner
Eupithecia icterata

meldedwergspanner
Eupithecia simpliciata

grijze dwergspanner
Eupithecia subfuscata

Levenscyclus

Rups: juli-oktober. De rups foerageert ´s nachts en eet zowel de bladeren als de bloemen van de waardplant. De soort overwintert als pop in de strooisellaag.

Waardplanten

Vooral bijvoet en boerenwormkruid; ook diverse andere planten waaronder duizendblad.

Habitat

Habitat: Open ruige terreinen met pioniervegetatie, wegbermen en andere grazige ruigten; soms tuinen.

Vliegtijd en gedrag

Half mei-eind september in één generatie. De vlinders vliegen vanaf de schemering en komen op licht; ze bezoeken bloemen.

België

Vrij algemeen in het hele land.

Mondiaal

Van West- en Midden-Europa via Rusland tot Siberië en China; in het noorden in Scandinavië tot de poolcirkel en in het zuiden Italië, Griekenland en de Balkanlanden.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Bordered Pug
Duitse naam
Beifuss-Blütenspanner
Franse naam
l'Eupithécie substituée
Synoniemen
Tephroclystia succenturiata
Toelichting Nederlandse naam

Alle soorten uit het Genus Eupithecia plus nog een aantal andere kleine spanners zijn samengebracht onder de groepsnaam dwergspanner.
De voorvleugels van deze dwergspanner hebben veel wit in de tekening.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Eupithecia: eu = goed, goedig en pithex, pithekos = een dwerg. De vlinders hebben een aantrekkelijk uiterlijk en zijn klein. Haworth schrijft: mooie vlinders, als ze rusten zien ze er prachtig uit: de vleugels gespreid en vlak, elegant gedrukt tegen de ondergrond; eigenlijk helemaal ontworpen om ze in vlinderkasten te verzamelen.
Succenturiata: succenturiatus is een nieuweling in een centurion, een eenheid van 100 man in het Romeinse leger, die een andere soldaat kwam vervangen; algemeen genomen een vervanging. Dit slaat op de tegulae (valvalae) die op Linnaeus de indruk maakten van miniatuur vleugeltjes. Hij schrijft 'thorax wit zijdelings bedekt met twee tegulae (valvulae)', overblijfselen van vleugels die liggen over de wortels van de voorvleugels. Deze rudimentaire vleugeltjes vormden de jonge recruten die de oude vleugels gingen opvolgen. De tegulae vallen hier extra op omdat ze eindigen in lange haarschubben.

Auteursnaam en jaartal
(Linnaeus, 1758)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie spanners (GEOMETRIDAE)

kortzuiger
Crocallis elinguaria

meidoornspanner
Theria primaria

sparspanner
Thera variata

berkenwintervlinder
Operophtera fagata

kleine wortelhoutspanner
Electrophaes corylata

hopdwergspanner
Eupithecia assimilata

alle soorten uit deze familie