guldenroededwergspanner Eupithecia virgaureata

Familie
spanners (GEOMETRIDAE)
Onderfamilie
Larentiinae / Eupithecia virgaureata
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(moeilijk tot zeer moeilijk te determineren)
Zeldzaamheid

Vrij zeldzaam. Komt verspreid over het land voor. RL: kwetsbaar.

Rode lijst
kwetsbaar

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 10-11 mm. Deze tamelijk eentonig grijze dwergspanner wordt door veel nachtvlinderaars ervaren als een van de moeilijkst te determineren soorten; vaak is genitaliënonderzoek nodig om de soort met zekerheid vast te kunnen stellen. De vrij grote en langgerekte middenstip valt meestal goed op en ligt niet in het midden van de vleugel, maar dichter naar de vleugelwortel toe. Langs de voorrand liggen vaak donkere vlekjes en blokjes en aan de buitenzijde van de middenband ligt meestal een rij stippen. De golflijn is goed ontwikkeld en soms is zelfs een duidelijk vlekje in de binnenrandhoek te zien. Over de voorvleugel lopen lichte dwarslijnen en enkele aders zijn zichtbaar als zwarte streepjeslijnen. Op het borststuk is meestal een driehoekige witte stip aanwezig De mannetjes hebben in vergelijking met gelijkende soorten opvallend geveerde antennen.

Uiterlijk Carter: Tot 19 mm; lichaam zeer variabel in kleur, van geel tot lichtbruin of grijs met over de rug een rij duidelijke, donkere, pijlvormige vlekken en op de flanken een rij donkerbruine, driehoekige vlekken; kop bruin.

Uiterlijk Porter: 19-20 mm. Lijfkleur is variabel: tinten geel, bruin of grijsachtig met duidelijke, flinke donkerbruine driehoekige of hoefijzervormige tekening op de rug, ook een serie bruine driehoekige tekens op de flanken, afgescheiden van de rugtekening door flets wit.

Gelijkende soorten vlinder

Zie vooral de grijze dwergspanner (E. subfuscata). De schermbloemdwergspanner (E. tripunctaria) heeft doorgaans opvallende witte stippen langs de achterrand van de voor- en achtervleugel. De heidedwergspanner (E. satyrata) heeft een minder opvallende middenstip; in de binnenrandhoek bevindt zich vrijwel altijd een duidelijke witte vlek. Zie ook de jeneverbesdwergspanner (E. pusillata) en de grasklokjesdwergspanner (E. impurata).

Gelijkende soorten vlinder

grijze dwergspanner
Eupithecia subfuscata

grasklokjesdwergspanner
Eupithecia impurata

schermbloemdwergspanner
Eupithecia tripunctaria

jeneverbesdwergspanner
Eupithecia pusillata

heidedwergspanner
Eupithecia satyrata

Gelijkende soorten rups

Zwartvlekdwergspanner (Eupithecia centaureata), heidedwergspanner (Eupithecia satyrata), egale dwergspanner (Eupithecia absinthiata), schermbloemdwergspanner (Eupithecia tripunctaria), smalvleugeldwergspanner (Eupithecia nanata), jeneverbesdwergspanner (Eupithecia pusillata), v-dwergspanner (Chloroclystis v-ata), zwartkamdwergspanner (Gymnoscelis rufifasciata), voorjaarsdwergspanner (Eupithecia abbreviata), eikendwergspanner (Eupithecia dodoneata), vingerhoedskruiddwergspanner (Eupithecia pulchellata) en beverneldwergspanner (Eupithecia pimpinellata).
N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).

eikendwergspanner
Eupithecia dodoneata

voorjaarsdwergspanner
Eupithecia abbreviata

jeneverbesdwergspanner
Eupithecia pusillata

v-dwergspanner
Chloroclystis v-ata

beverneldwergspanner
Eupithecia pimpinellata

heidedwergspanner
Eupithecia satyrata

zwartvlekdwergspanner
Eupithecia centaureata

zwartkamdwergspanner
Gymnoscelis rufifasciata

smalvleugeldwergspanner
Eupithecia nanata

schermbloemdwergspanner
Eupithecia tripunctaria

vingerhoedskruiddwergspanner
Eupithecia pulchellata

egale dwergspanner
Eupithecia absinthiata

Levenscyclus

Rups: mei-juli en september-oktober. De soort overwintert als pop in de strooisellaag.

Waardplanten

De overwinterende rupsen leven op meidoorn en sleedoorn; zomerrupsen leven op diverse kruidachtige en houtige planten, waaronder dophei, struikhei, kruiskruid en guldenroede.

Habitat

Habitat: Wegbermen, verwaarloosde en schaars begroeide stukken grond, landbouwgrond, bosranden en open plekken in het bos.

Vliegtijd en gedrag

Begin april-begin september in twee generaties. De vlinders vliegen vanaf de schemering en komen soms op licht en smeer.

België

Vrij algemeen en wijdverbreid in het hele land.

Mondiaal

Van het Iberisch Schiereiland via West- en Midden-Europa inclusief de Britse eilanden naar het oosten via de gematigde zone tot Japan. In Finland en Zweeds Lapland is het de gewoonste Eupithecia; in het zuiden tot het noordelijke Middellandse Zeegebied.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Golden-rod Pug
Duitse naam
Goldruten-Blütenspanner
Franse naam
l'Eupithécie de la verge d'or
Synoniemen
Tephroclystia virgaureata
Toelichting Nederlandse naam

Alle soorten uit het Genus Eupithecia plus nog een aantal andere kleine spanners zijn samengebracht onder de groepsnaam dwergspanner.
Guldenroede is een van de waardplanten van de zomergeneratie van deze dwergspanner. Ook in de Latijnse soortnaam is guldenroede verwerkt.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Eupithecia: eu = goed, goedig en pithex, pithekos = een dwerg. De vlinders hebben een aantrekkelijk uiterlijk en zijn klein. Haworth schrijft: mooie vlinders, als ze rusten zien ze er prachtig uit: de vleugels gespreid en vlak, elegant gedrukt tegen de ondergrond; eigenlijk helemaal ontworpen om ze in vlinderkasten te verzamelen.
Virgaureata: Solidago virgaurea is echte guldenroede, de waardplant.

Auteursnaam en jaartal
Doubleday, 1861

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie spanners (GEOMETRIDAE)

bosbandspanner
Epirrhoe rivata

springzaadspanner
Ecliptopera capitata

rozenspanner
Earophila badiata

gewone spikkelspanner
Ectropis crepuscularia

wilgenspanner
Macaria artesiaria

kalkdwergspanner
Eupithecia semigraphata

alle soorten uit deze familie