dennendwergspanner Eupithecia indigata

Familie
spanners (GEOMETRIDAE)
Onderfamilie
Larentiinae / Eupithecia indigata
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(moeilijk tot zeer moeilijk te determineren)
Zeldzaamheid

Vrij zeldzaam. Komt vooral lokaal op de zandgronden voor; op sommige vliegplaatsen talrijk. RL: bedreigd.

Rode lijst
bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 8-10 mm. Een vrij kleine dwergspanner met een smalle spitse voorvleugel. De vleugel heeft een bleekbruine grondkleur en is tamelijk effen getekend. Het belangrijkste kenmerk is de relatief grote en dikke middenstip. Op de vleugel bevinden zich dunne golvende dwarslijnen en langs de voorrand zijn vage donkere vlekjes zichtbaar.

Uiterlijk Porter: 22-23 mm. Lijf glimmend lichtbruin met een iets donkerder ruglijn, iets blekere subdorsale lijnen en een roodachtig bruine kop.

Gelijkende soorten vlinder

Geen resultaten.

Gelijkende soorten rups

Fijnspardwergspanner (Eupithecia tantillaria).
De rupsen van de Eupithecia-soorten lijken veel op elkaar. Bij determinatie kan de waardplant een handig hulpmiddel zijn. Vergelijk daarnaast ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen en het habitat.

fijnspardwergspanner
Eupithecia tantillaria

Levenscyclus

Rups: eind juni-september. De rups eet het liefst van de jonge naalden aan het uiteinde van de takken. De soort overwintert als pop in een cocon tussen de naalden op of in de strooisellaag onder de waardplant.

Waardplanten

Vooral den; ook spar en europese lork.

Habitat

Habitat: Naaldbossen; ook naaldbomen in parken en tuinen.

Vliegtijd en gedrag

Begin april-eind juli in één generatie; soms een kleine partiële generatie in de tweede helft van augustus. De vlinders vliegen vanaf de schemering en komen op licht. Overdag worden ze soms opgejaagd van de waardplant.

België

In Vlaanderen vrij zeldzaam ten oosten van de lijn van Anwerpen-Brussel. Slechts enkele recente meldingen uit Oost- en West-Vlaanderen. In Wallonië vrij zeldzaam en wijdverbreid ten zuiden van Samber en Maas.

Mondiaal

Spanje, Frankrijk en de Britse eilanden in het westen, in het oosten tot Kazachstan, Siberië en Altaj; in het noorden tot Noord-Scandinavië tot voorbij de poolcirkel en in het zuiden tot de zuidrand van de Alpen.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Ochreous Pug
Duitse naam
Kiefern-Blütenspanner
Franse naam
l'Eupithécie dénuée
Synoniemen
Tephroclystia indigata
Toelichting Nederlandse naam

Alle soorten uit het Genus Eupithecia plus nog een aantal andere kleine spanners zijn samengebracht onder de groepsnaam dwergspanner.
Een paar naaldboomsoorten, waaronder de den, zijn de waardplanten van deze dwergspanner.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Eupithecia: eu = goed, goedig en pithex, pithekos = een dwerg. De vlinders hebben een aantrekkelijk uiterlijk en zijn klein. Haworth schrijft: mooie vlinders, als ze rusten zien ze er prachtig uit: de vleugels gespreid en vlak, elegant gedrukt tegen de ondergrond; eigenlijk helemaal ontworpen om ze in vlinderkasten te verzamelen.
Indigata: indiges = arm, nederig, vanwege de voorvleugel die verstoken is van bijna elke tekening.

Auteursnaam en jaartal
(Hübner, 1813)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie spanners (GEOMETRIDAE)

lieveling
Timandra comae

gehoekte schimmelspanner
Dysstroma citrata

silenedwergspanner
Eupithecia venosata

kleine zomervlinder
Hemithea aestivaria

schaduwstipspanner
Idaea rusticata

alle soorten uit deze familie