v-dwergspanner Chloroclystis v-ata

Familie
spanners (GEOMETRIDAE)
Onderfamilie
Larentiinae / Chloroclystis v-ata
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed op gelijkende soorten letten)
Zeldzaamheid

Algemeen. Komt verspreid over het hele land voor; op sommige vliegplaatsen talrijk. RL: niet bedreigd.

Rode lijst
niet bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken vlinder

Voorvleugellengte: 8-11 mm. De duidelijke zwarte V in de buitenste dwarsband op de verder vrij zwak getekende, tamelijk ronde voorvleugel is kenmerkend. Verse vlinders hebben een groene kleur, die in de loop van de vliegtijd echter kan vervagen tot licht geelbruin. De achtervleugel is grijsachtig wit. Het achterlijf is groen met twee parallelle rijen zwarte stippen en een zwarte band. In rusthouding zijn de vleugels minder ver uitgespreid dan bij verwante soorten en worden ze soms omhoog geklapt.

Kenmerken rups

Tot 16 mm; vrij variabel in kleur en tekening; de grondkleur varieert van groen tot roodachtig bruin of grijs, vaak met een rij van zwartachtige of roodachtig bruine, driehoekige vlekjes over het midden van de rug en vuil roodachtig purperen, diagonale strepen op de flanken

Gelijkende soorten rups

Zwartvlekdwergspanner (Eupithecia centaureata), heidedwergspanner (Eupithecia satyrata), egale dwergspanner (Eupithecia absinthiata), schermbloemdwergspanner (Eupithecia tripunctaria), smalvleugeldwergspanner (Eupithecia nanata), jeneverbesdwergspanner (Eupithecia pusillata), zwartkamdwergspanner (Gymnoscelis rufifasciata), guldenroededwergspanner (Eupithecia virgaureata), voorjaarsdwergspanner (Eupithecia abbreviata), eikendwergspanner (Eupithecia dodoneata), vingerhoedskruiddwergspanner (Eupithecia pulchellata) en beverneldwergspanner (Eupithecia pimpinellata).
N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).

eikendwergspanner
Eupithecia dodoneata
GEOMETRIDAE: Larentiinae

voorjaarsdwergspanner
Eupithecia abbreviata
GEOMETRIDAE: Larentiinae

jeneverbesdwergspanner
Eupithecia pusillata
GEOMETRIDAE: Larentiinae

beverneldwergspanner
Eupithecia pimpinellata
GEOMETRIDAE: Larentiinae

heidedwergspanner
Eupithecia satyrata
GEOMETRIDAE: Larentiinae

zwartvlekdwergspanner
Eupithecia centaureata
GEOMETRIDAE: Larentiinae

zwartkamdwergspanner
Gymnoscelis rufifasciata
GEOMETRIDAE: Larentiinae

smalvleugeldwergspanner
Eupithecia nanata
GEOMETRIDAE: Larentiinae

schermbloemdwergspanner
Eupithecia tripunctaria
GEOMETRIDAE: Larentiinae

vingerhoedskruiddwergspanner
Eupithecia pulchellata
GEOMETRIDAE: Larentiinae

guldenroededwergspanner
Eupithecia virgaureata
GEOMETRIDAE: Larentiinae

egale dwergspanner
Eupithecia absinthiata
GEOMETRIDAE: Larentiinae

Levenscyclus

Rups: juni-oktober. De soort overwintert als pop in de grond.

Waardplanten

Veel soorten kruidachtige en houtige planten, waaronder vooral koninginnenkruid, guldenroede, bosrank, engelwortel, berenklauw en vlier.

Habitat

Parken, tuinen, struwelen en bossen.

Vliegtijd en gedrag

Begin april-half oktober in twee, in gunstige jaren zelfs drie generaties. De vlinders worden soms overdag rustend op hekken of muurtjes waargenomen. Ze vliegen vanaf de schemering en komen in kleine aantallen op licht.

België

Vrij algemeen in het hele land.

Mondiaal

Van het Iberisch Schiereiland via West- en Midden-Europa inclusief de Britse eilanden tot Japan; in het noorden tot in Zuid-Scandinavië en in het zuiden: van de westelijke Middellandse Zee tot de Balkanlanden en via Klein-Azië tot de Kaukasus.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in de Nationale Databank Flora en Fauna.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
V-Pug
Duitse naam
Grüner Blütenspanner
Franse naam
l'Eupithécie couronnée
Synoniemen
Calliclystis v-ata, Chloroclystis coronata, Eupithecia coronata
Toelichting Nederlandse naam

Alle soorten uit het Genus Eupithecia plus nog een aantal andere kleine spanners zijn samengebracht onder de groepsnaam dwergspanner.
De zwarte V op de voorvleugel is een kenmerk van deze dwergspanner.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Chloroclystis: khloros = bleek groen, afgeleid van kluzo = wassen, uitgewassen; vanwege de verblekende groene kleur van de soorten binnen dit genus.
V-ata: v-ata vanwege de duidelijke, v-vormige zwarte tekening op de voorvleugel.

Auteursnaam en jaartal
(Haworth, 1809)

Actualiteiten

Ontdek meer

Blijf op de hoogte

Ontvang vlindernieuws

Soorten uit dezelfde familie spanners (GEOMETRIDAE)

bijvoetdwergspanner
Eupithecia innotata

geblokte stipspanner
Idaea emarginata

kleine voorjaarsspanner
Agriopis leucophaearia

gevlekte zomervlinder
Comibaena bajularia

fijnspardwergspanner
Eupithecia tantillaria

donkere prachtstipspanner
Scopula immorata

alle soorten uit deze familie