wilgenhoutrups Cossus cossus

De rupsen van de forse wilgenhoutrups zijn houtboorders, die meerdere jaren in het hout van loofbomen leven.
Familie
houtboorders (COSSIDAE)
Onderfamilie
Cossinae / Cossus cossus
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed tot redelijk goed te determineren)
Zeldzaamheid
Vrij algemeen. Komt verspreid over het hele land voor, vaak in polderlandschappen; er komen meer waarnemingen uit het westen van het land dan uit het oosten. RL: niet bedreigd.
Rode lijst
niet bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 32-42 mm. Een grote, fors gebouwde houtboorder met een zilverachtig grijsbruine voorvleugel. De vele donkere, grillig vertakte dwarslijntjes op de vleugel lijken net scheurtjes in een boomschors. In rust staat de vlinder hoog op de poten en blijft het borststuk vrij van de grond.

Uiterlijk Carter: Tot 65 mm; lichaam geelachtig wit met een roze zweem en een brede bruinrode band over de hele lengte van de rug; segment een met een zwart nekschild; kop glimmend zwart en gedeeltelijk in het lichaam teruggetrokken. Deze rupsen hebben een karakteristieke geur, die aan houtazijn herinnert.

Uiterlijk Porter: 90-100 mm. Het lijf is glimmend roodachtig purper aan de zijkanten lichter wordend tot rose aan toe; de kop en de nekplaat zijn glimmend zwart en ook de stigma’s zijn zwart.

Gelijkende soorten vlinder

Geen resultaten.

Levenscyclus
Rups: juli-mei van het derde tot vijfde jaar. De rups leeft onder de schors en in het hout van de waardplant en overwintert twee- tot viermaal; soms vindt de laatste overwintering plaats in een cocon. De rupsengaten zitten laag in de stam (maximaal 1 à 1,5 m boven de grond) en zijn te herkennen aan de aanwezigheid van houtpoeder en de zure geur die de rupsen afscheiden. Soms worden de grote, glimmende en van boven purperrode rupsen kruipend aangetroffen op zoek naar een geschikte plaats om zich buiten de boom te verpoppen (bekijk een filmpje). De eieren worden in groepjes afgezet in bastspleten, vaak in de buurt van oude uitkruipgaten van rupsen of van andere beschadigingen.
Waardplanten
Diverse loofbomen, met een voorkeur voor eik, wilg en populier.
Habitat

Habitat: Rivieroevers, moerassen, bosranden, struwelen en graslanden, met een duidelijke voorkeur voor een vochtige omgeving; ook tuinen.

Vliegtijd en gedrag
Eind april-begin augustus in één generatie. Zowel de mannetjes als de vrouwtjes komen op licht. De vrouwtjes worden soms ook aangetrokken door op bomen aangebrachte smeer. Aangezien ze geen voedsel kunnen opnemen, houden ze de geur waarschijnlijk voor plekken met lekkend sap die zijn ontstaan bij beschadigingen door rupsen: een geschikte plaats om eieren af te zetten.
België
Vrij algemeen in het hele land, maar doorgaans waargenomen in lage aantallen.
Mondiaal
Van Noord-Afrika via Europa inclusief Engeland, Corsica, Sardinië en Sicilië tot het westen van Azië, in het zuiden tot voorbij de Kapische Zee. Niet op Kreta. In Klein-Azië, Iran en Afganistan leven aparte ondersoorten. In China en Japan komt de nabije verwant orientalis (Gaede, 1929) voor.
Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Goat Moth
Duitse naam
Weidenbohrer
Franse naam
le Cossus gâte-bois
Oud Nederlandse naam
wilgenhoutrupsvlinder, wilgenhoutvlinder
Synoniemen
Trypanus cossus, Cossus ligniperda
Toelichting Nederlandse naam
Wilgenhoutrups is een al lang bestaande naam die al gebruikt wordt door Ter Haar in 'Onze vlinders'. De rups leeft in het hout van o.m. wilgen. Meer over Nederlandse namen

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam
Cossus: cossus was bij de Romeinen een rups die werd gevonden onder de bast van bomen en die door Romeinen werd gegeten. Dit wil nog niet zeggen dat de rups van de wilgenhoutrups werd gegeten; mogelijk gaat het hier om de larve van een kever (Lucanus cervus).
cossus: zie hiervoor
Auteursnaam en jaartal
(Linnaeus, 1758)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie houtboorders (COSSIDAE)

gestippelde houtvlinder
Zeuzera pyrina

rietluipaard
Phragmataecia castaneae

wilgenhoutrups
Cossus cossus

alle soorten uit deze familie