geveerde spikkelspanner Peribatodes secundaria

De geveerde spikkelspanner komt in naaldbossen voor, maar ook kwekerijen met uitheemse naaldbomen.
Familie
spanners (GEOMETRIDAE)
Onderfamilie
Ennominae / Peribatodes secundaria
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(moeilijk tot zeer moeilijk te determineren)
Zeldzaamheid

Vrij algemeen. Een soort op zandgronden waar voldoende sparren groeien. Komt ook voor in de duinen maar is daar minder algemeen; op kleigronden zeldzaam of ontbrekend. RL: kwetsbaar.

Rode lijst
kwetsbaar

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 17-20 mm. Lijkt sterk op de taxusspikkelspanner (P. rhomboidaria), maar is gemiddeld iets kleiner. De vleugels zijn in de meeste gevallen vrij zwaar gevlekt met donkere schubben, ook aan de onderzijde; af en toe komen zeer donkere exemplaren voor. De buitenste dwarslijn op de voorvleugel is bij de binnenrand van de vleugel sterk gekromd en bij de voorrand nauwelijks geknikt. De buitenste dwarslijn aan de onderzijde van de achtervleugel is in het midden niet gehoekt. Het mannetje heeft breed geveerde antennen en de kleine veertjes eindigen vrij abrupt 1 mm voor het uiteinde.

Gelijkende soorten vlinder

Bij de minder bonte taxusspikkelspanner (P. rhomboidaria) is de buitenste dwarslijn bij de voorrand sterk geknikt en bij de binnenrand vrij recht. Bovendien heeft de taxusspikkelspanner aan de onderzijde van de voorvleugel een opvallende bleke vlek in de vleugelpunt.

Gelijkende soorten vlinder

taxusspikkelspanner
Peribatodes rhomboidaria

Levenscyclus

Rups: augustus-juni. De soort overwintert als jonge rups op de waardplant en verpopt zich in een cocon op de waardplant.

Waardplanten

Spar, den en jeneverbes.

Habitat

Habitat: Vooral naaldbossen; ook kwekerijen met uitheemse naaldbomen.

Vliegtijd en gedrag

Half juni-half augustus in één generatie. De vlinders worden overdag soms opgejaagd vanuit naaldbomen en komen op licht.

België

In Vlaanderen vrij algemeen en wijdverbreid in de oostelijke helft, minder algemeen in de westelijke. In Wallonië vrij algemeen en wijdverbreid.

Mondiaal

Minder verbreid dan rhomboidaria. Van Spanje via Midden-Europa tot de Oekraïne; in het zuiden Italië, de Balkanlanden en Klein-Azië en in het noorden tot Midden-Scandinavië.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Feathered Beauty
Duitse naam
Nadelholz-Rindenspanner
Franse naam
la Boarmie des résineux
Synoniemen
Boarmia secundaria, Peribatodes occidentalis
Toelichting Nederlandse naam

De spikkelspanners hebben een grijze tot grijsbruine grondkleur met veel golvende dwarslijnen en veelal besprenkeld met donkerder spikkels.
Geveerde verwijst naar de prachtige geveerde antennes van het mannetje.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Peribatodes: peri = rond, rondom en batodes = overwoekerd met doorns, wellicht wordt de habitat bedoeld.
secundaria: secundus = de volgende; de volgende soort die beschreven moest worden. Mogelijk is de naam een eerbewijs aan Caius Plinius Secundus (23 - 79 n.C.), de schrijver van Maturalis Historia.

Auteursnaam en jaartal
(Denis & Schiffermüller, 1775)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie spanners (GEOMETRIDAE)

tandbandspanner
Scotopteryx moeniata

satijnen spikkelspanner
Deileptenia ribeata

dubbelhoekbandspanner
Euphyia biangulata

schaduwstipspanner
Idaea rusticata

oostelijke spanner
Chariaspilates formosaria

late bremspanner
Scotopteryx luridata

alle soorten uit deze familie