teunisbloempijlstaart Proserpinus proserpina

De zeldzame teunisbloempijlstaart wordt vanaf 1996 in Zuid-Limburg in toenemende aantallen waargenomen.
Familie
pijlstaarten (SPHINGIDAE)
Onderfamilie
Macroglossinae / Proserpinus proserpina
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed tot redelijk goed te determineren)
Zeldzaamheid

Zeldzaam. Soort die beschermd is volgens de Habitatrichtlijn en lange tijd slechts bekend was van enkele waarnemingen van vóór 1900. De laatste jaren breidt deze soort zich vanuit Zuid-Limburg naar het noorden uit; de meeste waarnemingen komen uit de provincie Limburg, maar er zijn ook enkele exemplaren waargenomen in andere provincies, waaronder Noord-Brabant en Gelderland. RL: niet bedreigd.

Rode lijst
niet bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 18-21 mm. Een relatief kleine en gedrongen pijlstaart met een onregelmatig gekartelde groene of bruinachtig groene, donker gebandeerde voorvleugel en een oranjegele achtervleugel met zwarte zomen.

Gelijkende soorten vlinder

Zie de lindepijlstaart (Mimas tiliae).

Gelijkende soorten vlinder

lindepijlstaart
Mimas tiliae

Levenscyclus

Rups: juni-september. Volgroeide rupsen zijn opvallend groot in verhouding tot de vlinder en hebben een matgele vlek op de plek waar zich bij andere soorten de kenmerkende stekel bevindt. De soort overwintert als pop in de strooisellaag.

Waardplanten

Wilgenroosje, teunisbloem, basterdwederik en kattenstaart.

Habitat

Habitat: Open plekken in vochtige bossen, bosranden en warme open plaatsen.

Vliegtijd en gedrag

Mei-juni in één generatie.

België

Zeldzaam maar in opmars. Recente waarnemingen uit alle Belgische provincies, vooral in het oosten van Vlaanderen.

Mondiaal

In het westelijk Mediterane gebied komen een paar zeer geïsoleerde bezettingen voor (Spanje, de Midden-Atlas van Marokko). Vanuit de Pyreneeën in een 500 tot 1000 km brede band via Midden- en Zuid-Frankrijk, Midden-Europa en Italië en via grote delen van de Balkan tot Griekenland en verder via de Zwarte Zee, de Kaukasus, Anatolië en Noord-Iran tot de Himalaya.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Habitatrichtlijn
De teunisbloempijlstaart is wettelijk beschermd volgens de Habitatrichtlijn.
Engelse naam
Willowherb Hawk-moth
Duitse naam
Nachtkerzenschwärmer
Franse naam
le Sphinx de l'épilobe , le Sphinx de l'oenothère
Synoniemen
Proserpinus oenotherae, Pterogon oenotherae, Pterogon proserpina
Toelichting Nederlandse naam

Pijlstaart verwijst naar het bijzondere 'staartje' of 'pijl' op het laatste segment van de rups.
Teunisbloem is een belangrijke waardplant voor deze soort.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Proserpinus: Proserpina of Persephone is de dochter van Jupiter en Ceres (Zeus en Demeter). Pluto maakte haar tot koningin van de onderwereld maar door tussenkomst van Jupiter werd haar toegestaan eens per jaar naar de aarde terug te keren. Deze mythe symboliseert de terugkeer van het voorjaar en het opkomen van het graan dat in de aarde ligt begraven.
proserpina: zie hier boven.

Auteursnaam en jaartal
(Pallas, 1772)
Ondersoorten

Proserpinus oenotherae (Denis & Schiffermüller, 1775); Pterogon oenotherae (Denis & Schiffermüller, 1775)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie pijlstaarten (SPHINGIDAE)

dennenpijlstaart
Sphinx pinastri

glasvleugelpijlstaart
Hemaris fuciformis

windepijlstaart
Agrius convolvuli

oleanderpijlstaart
Daphnis nerii

wolfsmelkpijlstaart
Hyles euphorbiae

gestreepte pijlstaart
Hyles livornica

alle soorten uit deze familie