kleine hageheld Lasiocampa trifolii

De kleine hageheld heeft roodbruine voorvleugels met een helderwitte stip.
Familie
spinners (LASIOCAMPIDAE)
Onderfamilie
Lasiocampinae / Lasiocampa trifolii
Groep
Nachtvlinder die zowel dagactief als nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed op gelijkende soorten letten)
Zeldzaamheid

Vrij zeldzaam. Komt op de Veluwe en in de duinen voor; ook elders op de zandgronden wordt deze soort geregeld waargenomen. RL: kwetsbaar.

Rode lijst
kwetsbaar

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: ♂ 21-24 mm, ♀ 25-30 mm. Een goed herkenbare warm roodachtig bruine spinner, met een gebogen, donkere (niet altijd zichtbare) buitenste dwarslijn met een smalle lichte afzetting op de voorvleugel en een helder witte middenvlek. Soms is ook een vage lichte vlek in het wortelveld zichtbaar. De afstand van de buitenste dwarslijn tot de achterrand van de vleugel is bij de vleugelpunt kleiner dan bij de binnenrandhoek.

Uiterlijk Carter: Tot 60 mm; lichaam zwart, overdekt met roodachtig bruine haren op de rug en grijsachtig witte haren op de flanken; over de rug drie rijen kleine, blauwachtig witte vlekjes; nek- en anaalschild op resp. segment een en dertien oranje met zwarte tekening; kop zwart met roodachtig bruine tekening.

Gelijkende soorten vlinder

Met name donkere exemplaren van het relatief kleine mannetje zouden verward kunnen worden met de wolspinner (Eriogaster lanestris) die echter kleiner is en altijd een duidelijke lichte vlek in het wortelveld heeft.
Bij de hageheld (L. quercus) is de afstand van de buitenste dwarslijn tot de achterrand bij de vleugelpunt groter dan bij de binnenrandhoek. Verder is bij deze soort, met name bij het mannetje, sprake van een brede lichte afzetting van de (doorgaans niet zichtbare) buitenste dwarslijn, en zet deze zich bovendien voort op de achtervleugel. Zie ook de kersenspinner (Odonestis pruni) en de herfstspinner (Lemonia dumi).

Gelijkende soorten vlinder

wolspinner
Eriogaster lanestris

herfstspinner
Lemonia dumi

kersenspinner
Odonestis pruni

hageheld
Lasiocampa quercus

Gelijkende soorten rups

Hageheld (Lasiocampa quercus).
N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).

hageheld
Lasiocampa quercus

Levenscyclus

Rups: eind maart-juni. De rups foerageert vooral ´s nachts, maar is ook overdag etend en zonnend te vinden. De rups verpopt zich op de grond in een stevige bruine cocon, die gewoonlijk wordt vastgemaakt aan de vegetatie. De soort overwintert als ei, los tussen korte vegetatie.

Waardplanten

In de duinen vooral kruipwilg en in het binnenland vooral struikhei; ook diverse kruidachtige planten.

Habitat

Habitat: Licht begroeide duinen, heiden en kapvlakten.

Vliegtijd en gedrag

Half juni-begin september in één generatie. De mannetjes vliegen aan het eind van de middag en ´s avonds, de vrouwtjes vooral ´s avonds; beide komen ook op licht en zijn op die manier het gemakkelijkst waar te nemen.

België

In Vlaanderen zeldzaam maar wijdverbreid in de Kempen; lokaal vrij algemeen. Zeer zeldzaam en sterk achteruitgegaan aan de kust. In Wallonië zeer zeldzaam en grotendeels ontbrekend; geen recente waarnemingen.

Mondiaal

Van het Iberisch schiereiland via West-Europa (inclusief zuidoost-Engeland) en Midden-Europa oostwaarts tot Zuid-Rusland en Voor-Azië. In het noorden loopt de grens over Zuid-Scandinavië en in het zuiden tot de kustlanden van Noord-Afrika.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Grass Eggar
Duitse naam
Kleespinner
Franse naam
le Petit minime à bande , le Bombyx du trèfle
Oud Nederlandse naam
heispinner, spartelrups, veelvraat
Synoniemen
Bombyx trifolii, Pachygastria trifolii
Toelichting Nederlandse naam

Hageheld is een al lang bestaande naam die al gebruikt wordt door Ter Haar in 'Onze vlinders'.
De betekenis van hageheld blijft duister.
De kleine hageheld is een kleinere uitgave van de hageheld (L. quercus).Meer over Nederlandse namen

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Lasiocampa: lasios = harig en kampa = rups. Deze naam had vroeger de status van een familie met ongeveer dezelfde samenstelling als nu de Lasiocampidae.
trifolii: Trifolii is het plantengeslacht klaver. De rups is polyfaag op lage kruiden en veelvuldig worden klaversoorten uitgekozen.

Auteursnaam en jaartal
(Denis & Schiffermüller, 1775)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie spinners (LASIOCAMPIDAE)

espenblad
Phyllodesma tremulifolia

wolspinner
Eriogaster lanestris

zwarte herfstspinner
Poecilocampa populi

kleine hageheld
Lasiocampa trifolii

hageheld
Lasiocampa quercus

eikenblad
Gastropacha quercifolia

alle soorten uit deze familie