hermelijnvlinder Cerura vinula

De pop van de hermelijnvlinder overwintert in een zeer harde met houtdeeltjes verstevigde cocon.
Familie
tandvlinders (NOTODONTIDAE)
Onderfamilie
Stauropinae / Cerura vinula
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed tot redelijk goed te determineren)
Zeldzaamheid

Vrij zeldzaam. Wordt vooral waargenomen in de kustprovincies; komt elders in het land verspreid voor. RL: kwetsbaar.

Rode lijst
kwetsbaar

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 29-38 mm. Een grote behaarde grijsachtig witte tandvlinder met een aantal zwarte stippen op het borststuk en in het wortelveld van de voorvleugel. Langs de achterrand ligt een brede baan met meerdere onduidelijke, diep getande grijze dwarslijnen. Opvallend zijn de geelachtige aders in de voorvleugel. Het vrouwtje is over het algemeen groter dan het mannetje en heeft bovendien een grijze in plaats van een witachtige achtervleugel. Bij verstoring houden de vlinders zich dood.

Uiterlijk Carter: Tot 65 mm; zeer dik, versmald naar het achtereind, dat in twee lange staarten uitloopt; lichaam helder groen met een wit gezoomde, purperachtig zwarte, zadelvormige band over de rug, sterk versmald bij segment drie, dat een klein puntig bultje draagt; kop bruin met zwarte tekening. De jonge rupsen zijn zwartachtig bruin en hebben een paar opvallende oorachtige uitwassen achter de kop.

Gelijkende soorten vlinder

De witte hermelijnvlinder (C. erminea) is witter, mist de gele aders en heeft een opvallend zwart achterlijf. Tegen de voorrand nabij de vleugelwortel bevindt zich een zwart omrande, halve cirkel. De tekening van de gestippelde houtvlinder (Zeuzera pyrina) bevat uitsluitend stippels en geen dwarslijnen.

Gelijkende soorten vlinder
Gelijkende soorten rups

Witte hermelijnvlinder (Cerura erminea), berkenhermelijnvlinder (Furcula bicuspis), kleine hermelijnvlinder (Furcula furcula) en wilgenhermelijnvlinder (Furcula bifida).
N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).

kleine hermelijnvlinder
Furcula furcula

berkenhermelijnvlinder
Furcula bicuspis

witte hermelijnvlinder
Cerura erminea

Levenscyclus

Rups: juni-september. De rups eet de bladstengels vaak helemaal kaal. De soort overwintert als pop in een zeer harde cocon die is verstevigd met door de rups fijngekauwde houtdeeltjes en die wordt vastgesponnen aan een boomstam of paaltje. De eieren worden afzonderlijk of met twee of drie tegelijk afgezet op de bovenkant van bladeren.

Waardplanten

Wilg en (ratel)populier.

Habitat

Habitat: Open bossen, struwelen, heiden en duinen; soms ook tuinen.

Vliegtijd en gedrag

Begin april-half augustus in één generatie. De vlinders komen op licht en gaan vaak zitten in de vegetatie naast de lichtval.

België

In Vlaanderen zeldzaam en sterk achteruitgegaan. Recent beperkt tot de westelijke helft van Vlaanderen. In Wallonië wijdverbreid in alle provincies, maar ook zeldzaam (geworden).

Mondiaal

Van Zuid-Frankrijk (Pyreneeën) via heel Europa, inclusief de Britse eilanden oostwaarts tot voorbij Siberië (Baikelmeer). In het zuiden via het noorden van het hele Middellandse Zeegebied tot inTurkije en de Kaukasus. In het noorden via Scandinavië tot voorbij de poolcirkel.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Puss Moth
Duitse naam
Grosser Gabelschwanz
Franse naam
la Grande queue fourchue
Oud Nederlandse naam
grote hermelijnvlinder
Synoniemen
Dicranura vinula, Harpyia vinula, Cerura minax
Toelichting Nederlandse naam

Hermelijnvlinder is al een oude naam die ook al gebruikt wordt in 'Onze vlinders' van Ter Haar.
Voor een toelichting op de relatie met het zoogdiertje hermelijn zie Cerura erminea.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Cerura: keras = een hoorn en oura = een staart; naar de naschuivers van de rups die de vorm hebben van een staart. De hoorn slaat óf op de tweevoudige uitvoering van de staart óf op de chitine-bouwstof, of op beide.
vinula: vinula is een verkleinvorm van vinum = wijn. Dit heeft relatie met de kleur van het 'zadel' van de rups. Linnaeus nam deze naam over van Mouffet (zie ook bij D. porcellus).

Auteursnaam en jaartal
(Linnaeus, 1758)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie tandvlinders (NOTODONTIDAE)

zuidelijke tandvlinder
Drymonia velitaris

geelbruine tandvlinder
Notodonta torva

kleine hermelijnvlinder
Furcula furcula

witte hermelijnvlinder
Cerura erminea

tweekleurige tandvlinder
Leucodonta bicoloria

eekhoorn
Stauropus fagi

alle soorten uit deze familie