berkenbrandvlerkvlinder Pheosia gnoma

De berkenbrandvlerkvlinder heeft witte voorvleugels met langs de randen donkere vlekken.
Familie
tandvlinders (NOTODONTIDAE)
Onderfamilie
Notodontinae / Pheosia gnoma
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed op gelijkende soorten letten)
Zeldzaamheid

Algemeen. Komt verspreid over het hele land voor, maar wordt in de westelijke helft van het land duidelijk minder waargenomen dan in de oostelijke helft van het land. RL: niet bedreigd.

Rode lijst
niet bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken vlinder

Voorvleugellengte: 20-26 mm. De zilverachtig witte voorvleugel is smal en loopt spits toe; langs de randen liggen donkerbruine of zwarte vlekken. Een belangrijk kenmerk is de helderwitte wig in de binnenrandhoek, die duidelijk afsteekt tegen het zwart en altijd eindigt vóór het midden van de voorvleugel. Er is weinig variatie. De antennen van het mannetje zijn licht geveerd.

Kenmerken rups

Tot 40 mm; lichaam zeer glanzend als gevernist; kleur grijs tot purperachtig bruin met over de rug een brede zwartachtige middenband en op de flanken een brede, heldergele lengteband; segment elf met een zwarte, puntige bult; kop witachtig met een netwerk van zwartachtige lijntjes.

Gelijkende soorten vlinder

De brandvlerkvlinder (P. tremula) heeft een smallere en langere witachtige wig die doorloopt tot voorbij het midden van de vleugel en minder sterk opvalt dan bij de berkenbrandvlinder; bovendien is de franje aan de achtervleugel veel lichter, bijna wit van kleur.

brandvlerkvlinder
Pheosia tremula
NOTODONTIDAE: Notodontinae

Gelijkende soorten rups

Brandvlerkvlinder (Pheosia tremula).
N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).

brandvlerkvlinder
Pheosia tremula
NOTODONTIDAE: Notodontinae

Levenscyclus

Rups: juni-september. De soort overwintert als pop in een stevige cocon in de grond.

Waardplanten

Berk.

Habitat

Bossen, heiden, parken en tuinen.

Vliegtijd en gedrag

Half april-eind september in twee generaties. De vlinders komen op licht.

België

Vrij algemeen in het hele land, behalve in West-Vlaanderen waar de soort lokaal voorkomt.

Mondiaal

Van het noorden van het Iberisch schiereiland (Pyreneeën) via West- en Midden-Europa, inclusief de Britse eilanden en ook van heel Noord-Europa (Scandinavië) via de gematigde zone tot Kamtsjatka en het Amoergebied. Naar het zuiden tot het noorden van de Middellandse Zee en de noordkant van de Zwarte Zee.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in de Nationale Databank Flora en Fauna.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Lesser Swallow Prominent
Duitse naam
Birken-Zahnspinner
Franse naam
le Bombyx dyctéoïde . la Faïence
Oud Nederlandse naam
brandvlerkvlinder, kleine brandvlerkvlinder
Synoniemen
Pheosia dictaeoides, Notodonta dictaeoides
Toelichting Nederlandse naam

Vlerk is een oude term voor vleugel. Jan Christian Sepp (circa 1770) schrijft dat de toevoeging 'brand' volgens de entomoloog Müller (waarschijnlijk de Deen Otto Friedrich Müller, 1730-1784) mogelijk te maken heeft met 'de kleur van hout, het geen door vryving byna begint te branden'.  De toevoeging 'berken' heeft te maken met de waardplant van deze nachtvlinder. Meer over Nederlandse namen

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Pheosia: pheos = een stekelige plant, een doorn; naar de tapse witte vlek aan de achterrand van de vleugel. Deze vlekken zijn kenmerkend voor de enige twee soorten die Hübner in de genus onderbracht.
gnoma: gnoma = een merkteken, verwijzend naar de witte tapse vlek.

Auteursnaam en jaartal
(Fabricius, 1776)

Actualiteiten

Ontdek meer

Blijf op de hoogte

Ontvang vlindernieuws

Soorten uit dezelfde familie tandvlinders (NOTODONTIDAE)

eikentandvlinder
Peridea anceps

maantandvlinder
Drymonia ruficornis

wilgentandvlinder
Notodonta tritophus

bruine wapendrager
Clostera curtula

gestreepte tandvlinder
Drymonia dodonaea

tweekleurige tandvlinder
Leucodonta bicoloria

alle soorten uit deze familie