brandvlerkvlinder Pheosia tremula

De brandvlerkvlinder komt onder andere voor in bossen en populierenaanplanten.
Familie
tandvlinders (NOTODONTIDAE)
Onderfamilie
Notodontinae / Pheosia tremula
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed op gelijkende soorten letten)
Zeldzaamheid

Zeer algemeen. Komt verspreid over het hele land voor. RL: niet bedreigd.

Rode lijst
niet bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken vlinder

Voorvleugellengte: 22-28 mm. Lijkt sterk op de berkenbrandvlerkvlinder (P. gnoma), maar is meestal iets groter. Vanuit de binnenrandhoek van de voorvleugel loopt een smalle lange grijsachtig witte wig tot voorbij het midden van de vleugel. Langs de rand van de achtervleugel loopt een fijne witte lijn die vooral goed zichtbaar is in de donkere vlek bij de binnenrandhoek. De intensiteit van de bruinachtige tint op de vleugels kan enigszins variëren.

Kenmerken rups

Tot 40 mm; lichaam zeer glanzend als gevernist; kleur óf lichtgroen óf lichtbruin; de groene vormen hebben over de rug een brede witachtige middenband en op de flanken een gele lengtestreep, waaronder het lichaam een purperen zweem heeft; de bruine vormen zijn vaak roze-achtig tussen de segmenten en hebben soms een aantal donkergrijze dwarsbanden; segment elf heeft een klein bultje met een schuine zwarte streep; kop witachtig met een netwerk van fijne, grijsachtige of groenachtige strepen.

Gelijkende soorten vlinder

Zie de berkenbrandvlerkvlinder (P. gnoma).

berkenbrandvlerkvlinder
Pheosia gnoma
NOTODONTIDAE: Notodontinae

Gelijkende soorten rups

Berkenbrandvlerkvlinder (Pheosia gnoma).
N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).

berkenbrandvlerkvlinder
Pheosia gnoma
NOTODONTIDAE: Notodontinae

Vliegtijd en gedrag

Half april-begin september in twee generaties. De vlinders komen op licht.

Levenscyclus

Rups: juni-september. De soort overwintert als pop in de grond.

Waardplanten

(Ratel)populier, wilg en berk.

Habitat

Bossen, populierenaanplanten en windsingels, struwelen, parken en tuinen.

Zeldzaamheid

Zeer algemeen. Komt verspreid over het hele land voor. RL: niet bedreigd.

België

Algemeen in het hele land.

Mondiaal

Van het Iberisch schiereiland via bijna heel Europa tot aan de Wolga en West-Siberië. Naar het zuiden tot de noordkant van het Middellandse Zeegebied, inclusief Italië en de Balkan en via Noord-Turkije en de Zwarte Zee tot de Kaukasus. Naar het noorden via Zuid-Scandinavië tot de poolcirkel.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in de Nationale Databank Flora en Fauna.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Engelse naam
Swallow Prominent
Duitse naam
Pappel-Zahnspinner
Franse naam
la Porcelaine
Oud Nederlandse naam
brandvlerk-beervlinder, peppelbrandvlerkvlinder, populierenbrandvlerkvlinder, porseleinvlinder
Synoniemen
Notodonta tremula, Notodonta dictaea
Toelichting Nederlandse naam

Vlerk is een oude term voor vleugel. Jan Christian Sepp (circa 1770) schrijft dat de toevoeging 'brand' volgens de entomoloog Müller (waarschijnlijk de Deen Otto Friedrich Müller, 1730-1784) mogelijk te maken heeft met 'de kleur van hout, het geen door vryving byna begint te branden'.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Pheosia: pheos = een stekelige plant, een doorn; naar de tapse witte vlek aan de achterrand van de vleugel. Deze vlekken zijn kenmerkend voor de enige twee soorten die Hübner in de genus onderbracht.
tremula: tremula = bibberen, beven: waarschijnlijk naar de bevende bewegingen van rups en vlinder en wellicht met een woordspeling ook verwijzend naar Populus tremula, ratelpopulier; de voedselplant volgens Linnaeus. Als de naam uitsluitend was gebaseerd op deze voedselplant zou Clerck 'tremulae' hebben geschreven.

Auteursnaam en jaartal
(Clerck, 1759)

Nieuws

Blijf op de hoogte

Ontvang vlindernieuws

Soorten uit dezelfde familie tandvlinders (NOTODONTIDAE)

eekhoorn
Stauropus fagi

wilgentandvlinder
Notodonta tritophus

gestreepte tandvlinder
Drymonia dodonaea

kameeltje
Notodonta ziczac

donkere wapendrager
Clostera pigra

esdoorntandvlinder
Ptilodon cucullina

alle soorten uit deze familie