krakeling Diloba caeruleocephala

In het middenveld van de voorvleugel heeft de krakeling een kenmerkende tekening in de vorm van een krakeling.
Familie
uilen (NOCTUIDAE)
Onderfamilie
Dilobinae / Diloba caeruleocephala
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed tot redelijk goed te determineren)
Zeldzaamheid

Vrij zeldzaam. Komt verspreid voor op de zandgronden in het binnenland en in de duinen. RL: bedreigd.

Rode lijst
bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken vlinder

Voorvleugellengte: 15-19 mm. De voorvleugel van deze uil is grijs met een lila en bruine tint. In het middenveld bevindt zich een kenmerkende geelachtig witte tekening in de vorm van een krakeling, die bestaat uit vier donker gekernde vlekken die met elkaar zijn versmolten. De binnenste twee vlekken vormen samen het cijfer acht; de twee meer naar buiten gelegen vlekken variëren nogal in vorm. Het mannetje heeft geveerde antennen.

Kenmerken rups

Tot 40 mm; lichaam varieert in kleur van licht blauwachtig grijs tot leigrijs met verheven zwarte vlekken; over de rug een gebroken, diepgele middenstreep en een identieke streep over de spiracula; kop grijsachtig wit met zwarte vlekken.

Gelijkende soorten vlinder

De peppel-orvlinder (Tethea ocularis) en de orvlinder (Tethea or) hebben kleinere vlekken die een soort '80' vormen. Bovendien vliegen deze soorten eerder in het jaar, hebben ze een bredere voorvleugel en zijn de antennen niet geveerd.

peppel-orvlinder
Tethea ocularis
NOCTUIDAE: Dilobinae

orvlinder
Tethea or
NOCTUIDAE: Dilobinae

Vliegtijd en gedrag

Eind augustus-half november in één generatie. De vlinders komen op licht.

Levenscyclus

Rups: eind april-juli. De rups wordt vooral waargenomen op open zonnige plaatsen. De verpopping vindt plaats in een cocon in de grond of in de strooisellaag. De eieren, afgezet in kleine groepjes op een tak van de waardplant, vormen het overwinteringstadium.

Waardplanten

Diverse loofbomen en struiken, met een voorkeur voor meidoorn, sleedoorn en lijsterbes.

Habitat

Vooral meidoorn- en sleedoornstruwelen.

Zeldzaamheid

Vrij zeldzaam. Komt verspreid voor op de zandgronden in het binnenland en in de duinen. RL: bedreigd.

België

Zeldzaam in Vlaanderen en achteruitgegaan. Wijdverbreid ten westen van de lijn Antwerpen-Brussel, verdwenen in het oosten. In Wallonië wijdverbreid en vrij algemeen.

Mondiaal

Heel Europa met uitzondering van Noord-Scandinavië en IJsland, oostwaarts tot de Oeral en de Kaspische Zee. Zuidelijk via Turkije en Armenië tot Iran, Syrië, Libanon, Jordanië en Israël.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in de Nationale Databank Flora en Fauna.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Engelse naam
Figure of Eight
Duitse naam
Blaukopf
Franse naam
le Double oméga , la Tête bleue
Synoniemen
Episema caeruleocephala
Toelichting Nederlandse naam

Krakeling is een al lang bestaande naam die al gebruikt wordt door Ter Haar in 'Onze vlinders' (begin vorige eeuw).
Krakeling wijst op de witte tekening op de voorvleugels van deze soort.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Diloba: di- = twee en lobos = een lob, vooral die aan het oor; naar de krakeling op de voorvleugel.
caeruleocephala: caeruleus = hemelsblauw, zeeblauw en kephale = de kop; naar de rups zoals door Linnaeus omschreven. Attentie voor de dubbele afkomst: Latijn en Grieks.

Auteursnaam en jaartal
(Linnaeus, 1758)

Actualiteiten

Ontdek meer

Blijf op de hoogte

Ontvang vlindernieuws

Soorten uit dezelfde familie uilen (NOCTUIDAE)

vroege eikenuil
Xanthia ruticilla

goudgele boorder
Gortyna flavago

herfst-rietboorder
Rhizedra lutosa

zwarte-c-uil
Xestia c-nigrum

zwartgevlekte herfstuil
Agrochola litura

vierkantvlekuil
Xestia xanthographa

alle soorten uit deze familie