donsvlinder Euproctis similis

Bij verstoring steekt de donsvlinder het oranje uiteinde van het achterlijf omhoog.
Familie
spinneruilen (EREBIDAE)
Onderfamilie
Lymantriinae / Euproctis similis
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed tot redelijk goed te determineren)
Zeldzaamheid

Zeer algemeen. Komt verspreid over het land voor. RL: gevoelig.

Rode lijst
gevoelig

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken vlinder

Voorvleugellengte: ♂ 16-22 mm, ♀ 17-23 mm. Lijkt veel op de bastaardsatijnvlinder (E. chrysorrhoea), maar de voorrand van de voorvleugel is iets meer afgerond. Het mannetje heeft een opvallende, met witte aders doorsneden donkergrijze of zwartachtige vlek in de binnenrandhoek van de voorvleugel; soms ook een kleinere vlek bij de vleugelpunt en in het wortelveld. Het vrouwtje is groter en heeft hooguit enkele vage donkere vlekjes in de binnenrandhoek. Het achterlijf is grotendeels wit met een goudgeel of oranjebruin uiteinde dat bij het vrouwtje groter is dan bij het mannetje. De vlinder steekt bij verstoring het uiteinde van het achterlijf omhoog. Het mannetje heeft geveerde antennen, het vrouwtje ongeveerde. Exemplaren van een eventuele tweede generatie zijn opvallend klein.

Kenmerken rups

Tot 40 mm; lichaam zwart, bedekt met borstels van zwarte en grijze haren, die op kleine wratjes staan ingeplant; over de rug een dubbele, helder oranjerode middenstreep en op de flanken borsteltjes van korte witte haren; onder de spiracula een vuil rode lengtestreep; kop zwart met een witachtige V.

Gelijkende soorten vlinder

De satijnvlinder (Leucoma salicis) heeft zwart met wit geringde poten en een geheel wit achterlijf. Zie ook de bastaardsatijnvlinder (E. chrysorrhoea), de moerasspinner (Laelia coenosa) en de zwarte-l-vlinder (Arctornis l-nigrum).

satijnvlinder
Leucoma salicis
EREBIDAE: Lymantriinae

zwarte-l-vlinder
Arctornis l-nigrum
EREBIDAE: Lymantriinae

bastaardsatijnvlinder
Euproctis chrysorrhoea
EREBIDAE: Lymantriinae

moerasspinner
Laelia coenosa
EREBIDAE: Lymantriinae

Vliegtijd en gedrag

Begin juni-eind september in één generatie; soms een kleine partiële tweede generatie tot half oktober. De vlinders komen op licht en kunnen overdag rustend tussen de bladeren van de waardplant worden gevonden of van de lagere takken worden geklopt.

Levenscyclus

Rups: augustus-juni. De rups zit overdag vaak open en bloot op de bladeren van de waardplant en verpopt zich in een cocon op of onder de waardplant. De soort overwintert als jonge rups in een los spinsel achter losgeraakte schors of tussen dode bladeren.

Waardplanten

Diverse loofbomen en struiken, waaronder sleedoorn, meidoorn en berk.

Habitat

Bossen, struwelen, parken en tuinen.

Zeldzaamheid

Zeer algemeen. Komt verspreid over het land voor. RL: gevoelig.

België

Vrij algemeen in het hele land.

Mondiaal

Van het noorden van het Iberisch schiereiland via West- en Midden-Europa, inclusief de Britse eilanden, oostwaarts tot Oost-Azië. Naar het zuiden tot het noordelijke Middellandse Zeegebied, inclusief Sicilië, tot voorbij West-Azië. Naar het noorden tot in Zuid-Scandinavië.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in de Nationale Databank Flora en Fauna.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Engelse naam
Yellow-tail
Duitse naam
Schwan
Franse naam
le Cul doré , la Queue d'or
Synoniemen
Porthesia similis, Sphrageidus similis, Porthesia auriflua, Liparis auriflua
Toelichting Nederlandse naam

Donsvlinder is een al lang bestaande naam die al gebruikt wordt door Ter Haar in 'Onze vlinders'.
Dons heeft betrekking op het uiterlijk van deze soort: lijkt een donsveertje.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Euproctis: eu = goed en proktos = de anus, de achterkant, naar de sterk ontwikkelde anale pluim.
similis: similis = zoals, lijkend op; similis lijkt veel op chrysorrhoea, vooral als de beschrijving van Linnaeus erbij wordt gehaald.

Auteursnaam en jaartal
(Fuessly, 1775)

Actualiteiten

Ontdek meer

Blijf op de hoogte

Ontvang vlindernieuws

Soorten uit dezelfde familie spinneruilen (EREBIDAE)

grijs weeskind
Minucia lunaris

wit weeskind
Catephia alchymista

wilgenweeskind
Catocala electa

nonvlinder
Lymantria monacha

plat beertje
Eilema lurideola

bruine prachtuil
Dysgonia algira

alle soorten uit deze familie