meriansborstel Calliteara pudibunda

Van de meriansborstel komt een melanistische vorm voor met effen donkere voor- en achtervleugels.
Familie
spinneruilen (EREBIDAE)
Onderfamilie
Lymantriinae / Calliteara pudibunda
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed tot redelijk goed te determineren)
Zeldzaamheid

Zeer algemeen. Komt verspreid over het land voor, vooral op de zandgronden en in de duinen. RL: niet bedreigd.

Rode lijst
niet bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken vlinder

Voorvleugellengte: ♂ 21-22 mm, ♀ 27-31 mm. Deze soort heeft dezelfde karakteristieke rusthouding als de grauwe borstel (Dicallomera fascelina). De voorvleugel is witachtig grijs met een donkere bestuiving. Bij het mannetje bevindt zich aan de buitenzijde van de binnenste dwarslijn een donkere schaduw, die in breedte varieert; deze schaduw ontbreekt meestal bij het veel grotere vrouwtje. De antennen zijn oranjebruin geveerd. Er komt een melanistische vorm voor met een effen zwartachtige voorvleugel en een donkergrijze achtervleugel.

Kenmerken rups

Tot 40 mm; lichaam groen, geel of licht oranjebruin, overdekt met borsteltjes van fijne grijze haren, die op kleine wratjes staan ingeplant; de segmenten vier tot zeven elk met dichte geelachtig of zwartachtig grijze haarborstel op het midden van de rug, gevolgd door een brede, fluweelzwarte dwarsband; segment elf met een puntig uitlopende borstel van lange zwarte of rode haren; kop groen of lichtbruin.

Gelijkende soorten vlinder

Zie de grauwe borstel (Dicallomera fascelina) en de eekhoorn (Stauropus fagi).

eekhoorn
Stauropus fagi
EREBIDAE: Lymantriinae

grauwe borstel
Dicallomera fascelina
EREBIDAE: Lymantriinae

Levenscyclus

Rups: juli-oktober. De rups groeit langzaam. De soort overwintert als pop in een dunne zijdeachtige cocon die gevormd wordt op de waardplant of in de strooisellaag.

Waardplanten

Vooral sleedoorn, meidoorn, eik, berk en gecultiveerde fruitbomen.

Habitat

Bossen, struwelen, parken en tuinen.

Vliegtijd en gedrag

Half april-half juni in één generatie. De mannetjes komen soms talrijk op licht, de vrouwtjes in kleinere aantallen. Parende vlinders worden overdag soms waargenomen op de stam van een geïsoleerde waardplant; door hun schutkleur vallen ze echter nauwelijks op.

België

Algemeen in het hele land.

Mondiaal

Van het Iberisch schiereiland via West- en Midden-Europa, inclusief de Britse eilanden, naar het oosten tot Oost-Azië (Amoergebied, Japan). Naar het zuiden tot het noordelijke Middellandse Zeegebied, inclusief Italë en de Balkan, naar het oosten via Turkije en Iran tot Afganistan (ssp. paktia Ebert). Naar het noorden tot Zuid-Scandinavië.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in de Nationale Databank Flora en Fauna.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Pale Tussock
Duitse naam
Buchen-Streckfuss
Franse naam
la Patte étendue , la Pudibonde
Oud Nederlandse naam
borstelspinner, merians borstelrups, roodstaartrups
Synoniemen
Dasychira pudibunda, Orgyia pudibunda
Toelichting Nederlandse naam

Meriansborstel is een al lang bestaande naam en wordt al gebruikt door Ter Haar in 'Onze vlinders'.
De naam meriansborstel verwijst vermoedelijk naar Anna Maria Sibylla Merian, 1647-1717, entomologe en kunstenares, die met haar penselen (de borstels van de rups) de metamorfose van rups naar vlinder vastlegde.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Calliteara: de oorsprong van calliteara is onduidelijk. Mogelijk kallos = schoonheid, t is dan een verbindende medeklinker en ear = het voorjaar; dus: het genus van de mooie soorten in het relatief vroege voorjaar (mei).
pudibunda: pudibundus = zedig, eerbaar, ingetogen. Linnaeus geeft geen aanknopingspunt voor de keuze van deze naam. Het kan verwijzen naar het anale pluimpje dat de genitaliën van het mannetje discreet verbergt of naar dat van het vrouwtje dat haar eierenvoorraad afschermt. Pudibundus kan ook betekenen: onzedig, schandalig, iets waarvoor men zich moet schamen; geen enkele welopgevoede dame zou zo met haar benen pronken als deze vlinder doet.

Auteursnaam en jaartal
(Linnaeus, 1758)

Soorten uit dezelfde familie spinneruilen (EREBIDAE)

wit weeskind
Catephia alchymista

gepluimde snuituil
Pechipogo plumigeralis

hoekstipvlinder
Orgyia recens

lijnsnuituil
Herminia tarsipennalis

grasbeertje
Coscinia cribraria

booglijnuil
Colobochyla salicalis

alle soorten uit deze familie