plat beertje Eilema lurideola

De gele streep op de loodgrijze voorvleugels wordt bij het plat beertje smaller in de richting van de vleugelpunt.
Familie
spinneruilen (EREBIDAE)
Onderfamilie
Arctiinae / Eilema lurideola
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(moeilijk tot zeer moeilijk te determineren)
Zeldzaamheid

Algemeen. Doordat met deze soort veel determinatiefouten worden gemaakt (vooral verwarring met het streepkokerbeertje (E. complana) en vrouwtjes van het naaldboombeertje (E. depressa)) is de verspreiding niet goed bekend en geeft het kaartje hiernaast waarschijnlijk niet helemaal het juiste beeld. Waarschijnlijk is het plat beertje een niet zo algemene soort, die verspreid over het land voorkomt, vooral op de zandgronden. RL: gevoelig.

Rode lijst
gevoelig

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 14-17 mm. Langs de voorrand van de loodgrijze voorvleugel ligt een duidelijke contrasterende gele streep, die in de richting van de vleugelpunt steeds smaller wordt of zelfs verdwijnt voordat deze bereikt is. De achterpoten zijn grotendeels geel. De achtervleugel is lichtgeel en heeft soms een grijze veeg langs de voorrand. De vlinder houdt in rust de vleugels plat boven het lichaam.

Uiterlijk Carter: Tot 22 mm; lichaam fluweelzwart aan de bovenzijde en bruinachtig grijs aan de onderzijde, overdekt met korte zwarte en grijze haarborsteltjes, die op kleine, verheven wratjes staan ingeplant; over de flanken een oranje lengtestreep, die op de eerste drie segmenten ontbreekt; kop glimmend zwart.

Gelijkende soorten vlinder

Het glad beertje (E. griseola) heeft opvallend brede vleugels met een sterk gebogen voorrand waarlangs geen contrasterende, scherp afgetekende gele streep loopt. Het naaldboombeertje (E. depressa) heeft ook een bredere voorvleugel, mist de afgetekende gele kraag en heeft zwarte achterpoten. Zie ook het streepkokerbeertje (E. complana) en het vaal kokerbeertje (E. caniola).

Gelijkende soorten vlinder

streepkokerbeertje
Eilema complana

vaal kokerbeertje
Eilema caniola

glad beertje
Eilema griseola

naaldboombeertje
Eilema depressa

Levenscyclus

Rups: augustus-mei. In het voorjaar worden rupsen overdag soms zonnend aangetroffen op boomstammen, muren of paaltjes. De soort overwintert als jonge rups en verpopt zich in een cocon in een bastspleet of tussen stenen.

Waardplanten

Korstmossen en algen op bomen, stenen en paaltjes; soms bladeren van onder andere meidoorn, sleedoorn, braam en bosrank.

Habitat

Habitat: Allerlei bosachtige gebieden.

Vliegtijd en gedrag

Half juni-half september in één generatie. De vlinders komen zowel op licht als op smeer en bezoeken bloemen van onder andere distels en koninginnenkruid.

België

Zeldzaam in Vlaanderen, maar toegenomen en wijdverbreid in alle provincies. In West-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant lokaal algemeen. In Wallonië wijdverbreid en algemeen.

Mondiaal

Van het Iberisch schiereiland via West-Europa, inclusief het zuiden van Engeland, en via de gematigde zone tot Oost-Azië. Naar het zuiden tot het noordelijke Middellandse Zeegebied via Midden-Italië en de Balkan tot Klein-Azië en naar het noorden tot Midden-Scandinavië.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Common Footman
Duitse naam
Grauleib-Flechtenbärchen
Franse naam
la Lithosie complanule , la Lithosie plombée
Oud Nederlandse naam
beukenmosbeer, blauwgrijze korstmosspinner, korstmosvlinder
Synoniemen
Lithosia lurideola, Lithosia plumbeola
Toelichting Nederlandse naam

De aanduiding beertje heeft deze soort gemeen met de kleinere soorten uit de familie van de beervlinders (Arctiidae). De naam beervlinders heeft deze familie te danken aan het uiterlijk van de rupsen die dicht behaard zijn en daardoor aan een beer doen denken.
In tegenstelling tot de kokerbeertjes (Eilema pymaeola en Eilema complana) houdt dit beertje de vleugels plat boven het lichaam, een kenmerkend onderscheid met de andere beertjes.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Eilema: eilema = een sluier, een voile; een aantal soorten in dit genus houdt in rust de vleugels helemaal rond het lijf gerold alsof ze zich afzonderen onder een sluier. Zie ook bij E. complana. Spiris heeft dezelfde strekking.
lurideola: luridus = bleek geel, naar de kleur van de streep langs de costa van voor- en achtervleugel.

Auteursnaam en jaartal
(Zincken, 1817)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie spinneruilen (EREBIDAE)

schaduwsnuituil
Herminia tarsicrinalis

klein kokerbeertje
Eilema pygmaeola

roodbandbeer
Diacrisia sannio

donkerbruine snuituil
Idia calvaria

bruine snuituil
Hypena proboscidalis

nonvlinder
Lymantria monacha

alle soorten uit deze familie