prachtbeer Utetheisa pulchella

De prachtbeer is een zeldzame trekvlinder uit Zuid-Europa.
Familie
spinneruilen (EREBIDAE)
Onderfamilie
Arctiinae / Utetheisa pulchella
Groep
Nachtvlinder die zowel dagactief als nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed tot redelijk goed te determineren)
Zeldzaamheid

Zeer zeldzaam. Een trekvlinder waarvan slechts enkele waarnemingen bekend zijn. In het gunstige trekvlinderjaar 2006 werden in ons land negen exemplaren waargenomen, een verdubbeling van de tot dan toe bekende waarnemingen.

Rode lijst
trekvlinder

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 15-22 mm. De voorvleugel is crèmekleurig met een variabel patroon van talrijke hoekige rode vlekken en iets kleinere zwarte vlekjes. Soms zijn de rode vlekken samengesmolten tot dwarsbanden of zijn de zwarte vlekken heel klein. De achtervleugel is wit met een onregelmatige zwarte zoom en vaak een kleine donkere middenvlek.

Uiterlijk Carter: Tot 30 mm; lichaam grijsachtig met over rug en flanken brede, geelachtig witte lengtestrepen; over de rugzijde van elk segment een aantal zwarte en oranjerode dwarsbanden; lange, grijze en zwarte haren op kleine, verheven wratjes; kop helder roodachtig bruin met een witachtige Y-vormige tekening.

Gelijkende soorten vlinder

Geen resultaten.

Levenscyclus

Rups: juli-mei. De soort overwintert in Zuid-Europa als rups.

Waardplanten

Diverse kruidachtige planten, vooral ruwbladigen.

Habitat

Habitat: Droge open plaatsen.

Vliegtijd en gedrag

Maart-oktober in meerdere generaties. De vlinders kunnen overdag gemakkelijk worden verstoord. Ze vliegen zowel overdag als ´s nachts en komen op licht.

België

Zeer zeldzaam. Een trekvlinder die maar af en toe wordt waargenomen. 5 waarnemingen in de periode 2011-2013.

Mondiaal

Van Afrika tot het noordelijke Middellandse Zeegebied en naar het oosten tot Midden- en Zuid-Azië. In Oost-Pakistan leeft deze soort samen met een zeer nauwe verwant U. lotrix (Cramer, 1775) aldus Ebert 1973. De verbreiding van beide soorten in subtropisch en tropisch Azië behoeft nog nader onderzoek. U. pulchella ontwikkelt in gunstige jaren in Noord-Afrika zeer hoge dichtheden. De vlinders trekken via Gibraltar tot Midden-Europa, waar zij in wisselende aantallen worden geregistreerd. Ook reeds vastgesteld in Engeland, Schotland en Ierland (Freina & de Witt 1987)

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Crimson Speckled
Franse naam
la Gentille , l'Écaille du myosotis
Oud Nederlandse naam
puntbeer
Synoniemen
Diopeia pulchella, Deiopeia pulchella, Euchelia pulchra
Toelichting Nederlandse naam

De aanduiding beer heeft deze soort gemeen met de grotere soorten uit de familie van de beervlinders (Arctiidae). De naam beervlinders heeft deze familie te danken aan het uiterlijk van de rupsen die dicht behaard zijn en daardoor aan een beer doen denken.
Het pulcher (= mooi) in de wetenschappelijke soortnaam werd in de Nederlandse naam pracht- en inderdaad: deze beervlinder heeft een prachtig patroon van rode en zwarte vlekjes op een witte ondergrond. Meer over Nederlandse namen

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Utetheisa: outao, oute = verwonden en theios = goddelijk, godsdienstig, naar de bloedrode, maar toch mooie, stippen op de voorvleugels. Hübner is waarschijnlijk beïnvloed door het woord sanguineus = bloederig, dat Linnaeus gebruikt in zijn soortbeschrijving.
pulchella: pulcher = mooi en -ella is de uitgang die Linnaeus gebruikte voor zijn soorten in Tinea. Linnaeus schrijft: 'de vleugels wit en de voorvleugel bezet met zwarte en bloedrode stippen'. Dit woordgebruik kan Hübner tot de naam van het genus hebben geïnspireerd.

Auteursnaam en jaartal
(Linnaeus, 1758)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie spinneruilen (EREBIDAE)

bruine snuituil
Hypena proboscidalis

stro-uiltje
Rivula sericealis

purperuiltje
Phytometra viridaria

stippelsnuituil
Macrochilo cribrumalis

prachtpurperuiltje
Eublemma purpurina

zwart beertje
Atolmis rubricollis

alle soorten uit deze familie