groot visstaartje Meganola albula

Familie
visstaartjes (NOLIDAE)
Onderfamilie
Nolinae / Meganola albula
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed op gelijkende soorten letten)
Zeldzaamheid

Vrij algemeen. Komt verspreid voor op de zandgronden in het binnenland en in de duinen; ook elders af en toe een waarneming. RL: kwetsbaar.

Rode lijst
kwetsbaar

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken vlinder

Voorvleugellengte: 10-11 mm. De voorvleugel is doorgaans wit met vaag begrensde geelbruine of grijsachtig bruine dwarsbanden waardoor de vlinder doet denken aan een gepolijst vuursteentje. De hoeveelheid bruin op de witte ondergrond is variabel. Sommige exemplaren hebben een relatief smalle bruine middenband en een bruine tekening in het zoomveld. Bij andere exemplaren zijn het middenveld en het zoomveld lichtbruin tot soms zeer donker bruinachtig grijs. Vooral in het laatste geval steekt de smalle sneeuwwitte zone aan de buitenzijde van het donkere middenveld daar sterk tegen af. In het middenveld bevindt zich doorgaans een onregelmatig gevormde zwartachtige middelste dwarslijn of middenschaduw.

Gelijkende soorten vlinder

Het licht visstaartje (Nola aerugula) is kleiner en heeft fijnere dwarslijnen, die vaak afgezet zijn met een donkerder rand.

Voor een overzicht met de verschillen tussen de zeven visstaartjes (Nolinae), klik hier.

licht visstaartje
Nola aerugula
NOLIDAE: Nolinae

Levenscyclus

Rups: augustus-juni. De soort overwintert als jonge rups en verpopt zich in een cocon op een verticale stengel.

Waardplanten

Gewone braam, framboos, bosaardbei en bosbes.

Habitat

Heiden, open plekken in het bos, graslanden, duinen, schorren, kwelders en slikken.

Vliegtijd en gedrag

Half juni-half augustus in één generatie, soms een partiële tweede generatie van september-oktober. De vlinders rusten overdag aan de onderzijde van bladeren en worden soms opgejaagd. Ze komen op licht.

België

Vrij algemeen in het hele land. Komt wijdverbreid voor in lage aantallen, maar lokaal gewoon (o.a. in de kuststreek).

Mondiaal

Europa noordelijk van Zuid-Engeland en Zuid-Scandinavië en dwars door Azië tot Japan. In het noorden van Midden-Europa heeft de soort zich uitgebreid: Engeland sinds 1859, Borkum voor 1938, Denemarken sinds 1938, Schonen sinds 1945, Sleeswijk-Holstein sinds 1945 en Gotland sinds 1949 (Warnecke,1961).

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in de Nationale Databank Flora en Fauna.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Kent Black Arches
Duitse naam
Weissliches Graueulchen
Franse naam
la Nole blanche
Oud Nederlandse naam
muntbeertje
Synoniemen
Nola albula, Roeselia albula, Nola albulalis
Toelichting Nederlandse naam

Het groot visstaartje is de grootste van de groep. Visstaartje is een al lang bestaande naam. In 'Onze vlinders' van Ter Haar wordt ze al gebruikt. De naschuivers van sommige rupsen uit deze familie hebben wel wat weg van een vissenstaart.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Meganola: megas = groot. Heeft veel overeenkomst met het genus Nola, maar de soorten die ertoe behoren zijn gemiddeld iets groter.
albula: albulus = wit, naar de grondkleur van de vlinder.

Auteursnaam en jaartal
(Denis & Schiffermüller, 1775)

Actualiteiten

Ontdek meer

Blijf op de hoogte

Ontvang vlindernieuws

Soorten uit dezelfde familie visstaartjes (NOLIDAE)

kleine groenuil
Earias clorana

katoengroenuil
Earias insulana

donker visstaartje
Meganola strigula

grote groenuil
Bena bicolorana

groot visstaartje
Meganola albula

zwartlijnvisstaartje
Meganola togatulalis

alle soorten uit deze familie