bruine grasuil Rhyacia simulans

Familie
uilen (NOCTUIDAE)
Onderfamilie
Noctuinae / Rhyacia simulans
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed op gelijkende soorten letten)
Zeldzaamheid

Vrij zeldzaam. Komt lokaal en verspreid over het land voor. RL: kwetsbaar.

Rode lijst
kwetsbaar

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken vlinder

Voorvleugellengte: 17-21 mm. Heeft op de lange grijs- of soms geelachtig bruine voorvleugel doorgaans een opvallende dubbele, onregelmatig gegolfde binnenste dwarslijn. De buitenste dwarslijn bestaat uit een dubbele rij vlekjes waarvan de buitenste getand zijn. De meer of minder donker gerande ringvlek is doorgaans iets lichter dan de grondkleur. Van de niervlek is het uiteinde van de binnenste lob doorgaans donker gevuld. Tussen de ringvlek en de niervlek is vaak een donker vlakje aanwezig. De achtervleugel is grijsachtig bruin met een donker lijntje langs de achterrand en lichte franje.

Gelijkende soorten vlinder

De donkere aarduil (Spaelotis ravida) is egaler bruinachtig grijs, mist de stippen in het zoomveld en heeft bovendien meestal een zwarte streep in het wortelveld. De zeer zeldzame grote bruine grasuil (R. lucipeta) vertoont ook gelijkenis.

grote bruine grasuil
Rhyacia lucipeta
NOCTUIDAE: Noctuinae

donkere aarduil
Spaelotis ravida
NOCTUIDAE: Noctuinae

Gelijkende soorten rups

Huismoeder (Noctua pronuba), zwartpuntvolgeling (Noctua orbona), variabele breedvleugeluil (Diarsia mendica) en vierkantvlekuil (Xestia xanthographa).
N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).

variabele breedvleugeluil
Diarsia mendica
NOCTUIDAE: Noctuinae

huismoeder
Noctua pronuba
NOCTUIDAE: Noctuinae

zwartpuntvolgeling
Noctua orbona
NOCTUIDAE: Noctuinae

vierkantvlekuil
Xestia xanthographa
NOCTUIDAE: Noctuinae

Levenscyclus

Rups: september-april. De soort overwintert als rups en verpopt zich in het voorjaar onder de grond.

Waardplanten

Diverse kruidachtige planten en grassen.

Habitat

Ruige graslanden, wilde tuinen, struwelen en open bossen.

Vliegtijd en gedrag

Begin juni-half oktober in één generatie. De vlinders komen uit, vliegen een korte periode en zoeken dan een plek om te overzomeren (aestivatie) in bijvoorbeeld een schuur, tunnel, grot of groeve. Ze bezoeken bloemen van onder andere spoorbloem en vlinderstruik en komen zowel op licht als op smeer; ze worden ook wel binnenshuis aangetroffen.

Belgiƫ

Zeer zeldzaam. Vroeger waargenomen in alle provincies, jarenlang verdwenen, maar recent weer gesignaleerd in West-en Oost-Vlaanderen.

Mondiaal

Noordwest-Afrika, grote delen van Europa, Voor- en Midden-Azië. Naar het noorden tot de Orkney- en de Shetland-eilanden en Zuid-Scandinavië. In Midden- en Zuid-Europa een verspreiding met hiaten. Turkije, Kaukasus, Siberië. Van de verbreiding in Azië is nog te weinig bekend i.v.m. de begrenzing van de tegenwoordig zelfstandige soort R. arenacea (Hampson, 1907).

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in de Nationale Databank Flora en Fauna.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Dotted Rustic
Duitse naam
Simulans-Bodeneule
Franse naam
la Noctulelle pyrophile
Synoniemen
Agrotis simulans, Spaelotis pyrophila, Spaelotis pyrophyla
Toelichting Nederlandse naam

Alle grasuilen hebben een relatie met grassen.
De grondkleur van deze grasuil is altijd een bruintint.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Rhyacia: rhuax = een stroom, een beek, naar de getande lijnen op de voorvleugel die Hübner aan stromend water deed denken, een thema dat hij frequent gebruikte bij de spanners.
simulans: simulans = voorgeven, doen alsof; mogelijk heeft dit betrekking op het gedrag van de vlinder tijdens de overzomering in augustus: hij doet dan alsof hij dood is. Hufnagel kan dit verschijnsel best hebben opgemerkt.

Auteursnaam en jaartal
(Hufnagel, 1766)

Actualiteiten

Ontdek meer

Blijf op de hoogte

Ontvang vlindernieuws

Soorten uit dezelfde familie uilen (NOCTUIDAE)

grote piramidevlinder
Amphipyra perflua

iepengouduil
Xanthia gilvago

gevlekte pijluil
Pachetra sagittigera

astermonnik
Cucullia asteris

okergele grasuil
Apamea sublustris

alle soorten uit deze familie