grijze herfstuil Eugnorisma glareosa

Familie
uilen (NOCTUIDAE)
Onderfamilie
Noctuinae / Eugnorisma glareosa
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed tot redelijk goed te determineren)
Zeldzaamheid

Vrij algemeen. Komt voor in het midden, zuiden en zuidwesten van het land. RL: niet bedreigd.

Rode lijst
niet bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 15-16 mm. De grondkleur van de smalle, tamelijk hoekige voorvleugel is doorgaans roodachtig asgrijs. Kenmerkend is het zwartachtige veld in de vorm van een aambeeld tussen de ringvlek en de niervlek. In het wortel- en middenveld liggen meerdere zwarte vlekjes die vanaf de voorrand tot halverwege de vleugel twee onderbroken zwarte dwarsbandjes lijken te vormen. De tekening varieert weinig. De achtervleugel van het mannetje is wit, die van het vrouwtje grijs bestoven.

Gelijkende soorten vlinder

Geen resultaten.

Levenscyclus

Rups: oktober-mei. De rups foerageert ´s nachts en verbergt zich overdag in de strooisellaag. De verpopping vindt plaats in een losse cocon in de grond. De soort overwintert als jonge rups in de strooisellaag.

Waardplanten

Diverse grassen en kruidachtige planten, waaronder weegbree, zuring, havikskruid, struikhei, walstro en wilde hyacint; in het voorjaar ook berk en wilg.

Habitat

Habitat: Heiden, ruige graslanden en andere open grazige plaatsen; ook moerasachtige gebieden en open bossen.

Vliegtijd en gedrag

Begin augustus-half oktober in één generatie. De vlinders komen op licht en soms op smeer; ook bezoeken ze bloemen van struikhei.

België

Zeldzaam maar wijdverbreid in de Kempen; lokaal algemeen. Bekend van één locatie in Oost-Vlaanderen. In Wallonië vrij zeldzaam, maar wijdverbreid ten zuiden van Samber en Maas.

Mondiaal

West- en Midden-Europa, Marokko. Naar het oosten, waar de verspreiding steeds verbrokkelder wordt, de Alpenzuidrand (Noord-Italië), Slowakije en Polen. Naar het noorden West- en Zuid-Noorwegen, Zuid-Zweden, Estland en Zuid-Finland.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Autumnal Rustic
Duitse naam
Graue Spätsommer-Bodeneule
Franse naam
la Noctulelle à L double
Synoniemen
Paradiarsia glareosa, Agrotis glareosa, Amathes glareosa, Rhyacia glareosa, Orthosia hebraica
Toelichting Nederlandse naam

De herfstuilen vliegen in het najaar.
De grondkleur van deze soort is veelal egaal grijs.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

glareosa: glareosus = grind, hetgeen waarschijnlijk wijst op een habitat als steenrijk zand of strand met grind.

Auteursnaam en jaartal
(Esper, 1788)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie uilen (NOCTUIDAE)

tweestreepvoorjaarsuil
Orthosia cerasi

bruine witvleugeluil
Aporophyla lutulenta

veelhoekaarduil
Opigena polygona

grote koperuil
Diachrysia chryson

volgeling
Noctua comes

alle soorten uit deze familie