tandjesuil Sideridis turbida

Familie
uilen (NOCTUIDAE)
Onderfamilie
Hadeninae / Sideridis turbida
Groep
Nachtvlinder die zowel dagactief als nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed op gelijkende soorten letten)
Zeldzaamheid

Vrij zeldzaam. Komt vooral voor in de duinen en verspreid en lokaal op de zandgronden in het binnenland. RL: bedreigd.

Rode lijst
bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 17-22 mm. Op de ruw bespikkelde bruine voorvleugel valt de witte komma of dubbele punt aan de buitenzijde van de binnenste lob van de niervlek goed op. Hiermee kan deze soort worden onderscheiden van vrijwel alle andere soortgelijke bruine uilen; alleen bij afgevlogen exemplaren is dit kenmerk niet altijd goed te zien. De golflijn bestaat uit zeer kleine lichte pijlvormige vlekjes.

Gelijkende soorten vlinder

Bij de kooluil (Mamestra brassicae) en de grauwe grasuil (Apamea remissa) is de lichte golflijn in het midden W-vormig getand. De zeeuwse grasworteluil (Apamea oblonga) heeft een zacht zijdeachtig uiterlijk. Zie ook de spurrie-uil (Anarta trifolii).

Gelijkende soorten vlinder

zeeuwse grasworteluil
Apamea oblonga

grauwe grasuil
Apamea remissa

spurrie-uil
Anarta trifolii

kooluil
Mamestra brassicae

Gelijkende soorten rups

Orvlinder (Tethea or), peppel-orvlinder (Tethea ocularis) en gele uil (Enargia paleacea).
N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).

gele uil
Enargia paleacea

orvlinder
Tethea or

peppel-orvlinder
Tethea ocularis

Levenscyclus

Rups: juni-eind juli en van de eventuele tweede generatie eind augustus-september. De rups foerageert ´s nachts en verbergt zich overdag in de grond vlak bij de waardplant. De soort overwintert als pop in een los spinsel in de grond.

Waardplanten

Zeeraket, zeepostelein, rode schijnspurrie en smalle weegbree.

Habitat

Habitat: Vooral duinen en heiden.

Vliegtijd en gedrag

Begin mei-half augustus in één generatie; soms aansluitend een partiële tweede generatie tot in september. De vlinders bezoeken zowel ´s nachts als overdag bloemen van onder andere slangenkruid. Ze komen op licht en op smeer.

België

Zeer zeldzaam en achteruitgegaan. Nagenoeg beperkt tot de Kempen en de Westkust. In Wallonië zeer zeldzaam; recent enkel gemeld uit Luxemburg.

Mondiaal

Het Iberisch schiereiland, West- en Midden-Europa en via de gematigde zone tot Oost-Azië. In het westen en noorden tot de Britse eilanden en zuidelijk Scandinavië. In het noorden verder via de Baltische staten tot voorbij Rusland. In het zuiden tot de noordkant van de Middellandse Zee en via de Balkan verder tot de Zwarte Zee.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
White Colon
Duitse naam
Kohleulenähnliche Wieseneule
Franse naam
le Tréma blanc
Oud Nederlandse naam
valse kooluil
Synoniemen
Sideridis albicolon, Mamestra albicolon, Heliophobus albicolon, Hadena albicolon, Trichoclea albicolon, Luperina albicolon
Toelichting Nederlandse naam

Twee kleine witte vlekjes middenop de voorvleugels vormen de tandjes van deze soort. Zie onder kenmerken voor een goede omschrijving.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Sideridis: sideros = ijzeren en eidos = (verschijnings-)vorm, naar de roestbruine kleur van de soorten die toen deel uitmaakten van dit genus. Albicolon hoorde daar toen nog niet bij. De naam is een vrije Griekse vertaling van ferruginea, een junior-synoniem van A. circellaris, een van de soorten die Hübner wel in dit genus onder bracht.

Auteursnaam en jaartal
(Esper, 1790)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie uilen (NOCTUIDAE)

schaapje
Acronicta leporina

witvlek-silene-uil
Hadena albimacula

geelvleugeluil
Thalpophila matura

lindegouduil
Tiliacea citrago

geelbruine rietboorder
Archanara dissoluta

alle soorten uit deze familie