gelijnde grasuil Tholera decimalis

Familie
uilen (NOCTUIDAE)
Onderfamilie
Hadeninae / Tholera decimalis
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed tot redelijk goed te determineren)
Zeldzaamheid

Algemeen. Komt verspreid over het land voor, vooral in de duinen en op de zandgronden in het binnenland; nooit talrijk. RL: kwetsbaar.

Rode lijst
kwetsbaar

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken vlinder

Voorvleugellengte: 16-22 mm. Opvallend zijn de geelachtig witte aders op de voorvleugel en de zwarte pijlvlekken aan de binnenzijde van de licht gekleurde golflijn. De dwarslijnen zijn donker en onopvallend. Het mannetje is stevig gebouwd, heeft een brede voorvleugel met een rechte voorrand en sterk geveerde antennen. Het vrouwtje heeft een nog bredere voorvleugel waarvan de voorrand recht of enigszins gebogen is.

Gelijkende soorten vlinder

De gelijnde silene-uil (Sideridis reticulata) heeft opvallende, lichte dwarslijnen en het mannetje heeft ongeveerde antennen. Bij donkere vormen van de maansikkeluil (Agrochola lunosa) kan de lichte adering opvallen, maar die soort is kleiner en heeft een zwart vlekje tegen de voorrand nabij de vleugelpunt. Zie ook de splinterstreep (Naenia typica).

splinterstreep
Naenia typica
NOCTUIDAE: Hadeninae

gelijnde silene-uil
Sideridis reticulata
NOCTUIDAE: Hadeninae

maansikkeluil
Agrochola lunosa
NOCTUIDAE: Hadeninae

Gelijkende soorten rups

Pijpenstro-uil (Apamea aquila), variabale grasuil (Apamea crenata), grauwe grasuil (Apamea remissa), rietgrasuil (Apamea unanimus), veldgrasuil (Apamea anceps), kweekgrasuil (Apamea sordens), bonte grasuil (Cerapteryx graminis) en donkere grasuil (Tholera cespitis).
N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).

veldgrasuil
Apamea anceps
NOCTUIDAE: Hadeninae

bonte grasuil
Cerapteryx graminis
NOCTUIDAE: Hadeninae

donkere grasuil
Tholera cespitis
NOCTUIDAE: Hadeninae

kweekgrasuil
Apamea sordens
NOCTUIDAE: Hadeninae

grauwe grasuil
Apamea remissa
NOCTUIDAE: Hadeninae

rietgrasuil
Apamea unanimis
NOCTUIDAE: Hadeninae

pijpenstro-uil
Apamea aquila
NOCTUIDAE: Hadeninae

variabele grasuil
Apamea crenata
NOCTUIDAE: Hadeninae

Levenscyclus

Rups: maart-juli. De rups foerageert vooral ´s nachts, eerst op de bladeren van de waardplant, later onder aan de stengel en in de wortels. De eieren worden in vlucht uitgestrooid in het gras en overwinteren.

Waardplanten

Diverse harde grassen, waaronder borstelgras.

Habitat

Ruige graslanden, bosranden, bospaden en parken; soms tuinen.

Vliegtijd en gedrag

Begin augustus-eind september in één generatie. De vlinders komen op licht en op smeer.

Belgiƫ

In Vlaanderen zeldzaam in Oost- en West-Vlaanderen, maar wijdverbreid ten oosten van de lijn Antwerpen-Brussel; lokaal algemeen. In Wallonië wijdverbreid, maar vooral in de kalkstreek, de Gaume en de Hoge Ardennen.

Mondiaal

Van het Iberisch schiereiland via heel Europa en de gematigde zone tot Siberië. In het noorden loopt de areaalgrens via Midden-Scandinavië en in het zuiden via het Middellandse Zeegebied, Klein- en Midden-Azië.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in de Nationale Databank Flora en Fauna.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Feathered Gothic
Duitse naam
Weissgerippte Lolcheule
Franse naam
la Nasse , la Noctuelle de l'ivraie
Oud Nederlandse naam
het geaderde uiltje
Synoniemen
Tholera popularis, Epineuronia popularis, Neuronia popularis, Heliophobus popularis
Toelichting Nederlandse naam

Alle grasuilen hebben een relatie met grassen.
De lichte lengtelijnen op de voorvleugel zijn kermerkend.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Tholera: tholeros = modderig, naar de kleur van de voorvleugels.
decimalis: decimus = de tiende. Waarschijnlijk was dit simpelweg de tiende soort die Poda beschreef. De sterk geveerde antennen van het mannetje weerhield Poda ervan om deze soort bij de Noctua in te delen en dat bracht hem kennelijk in verwarring. Hij beschreef deze soort in Phalaena (een spannergenus) en dus had hij hem de uitgang -aria moeten geven, hij maakte daar echter -alis van dat bij de Pyraliden hoort. Hij heeft een slag om de arm willen houden.

Auteursnaam en jaartal
(Poda, 1761)

Actualiteiten

Ontdek meer

Blijf op de hoogte

Ontvang vlindernieuws

Soorten uit dezelfde familie uilen (NOCTUIDAE)

zuidelijke kamperfoelie-uil
Calliergis ramosa

witvlekworteluil
Euxoa lidia

schilddrager
Subacronicta megacephala

dubbelpijl-uil
Graphiphora augur

bruine grasuil
Rhyacia simulans

oranjegeel halmuiltje
Oligia fasciuncula

alle soorten uit deze familie