sierlijke voorjaarsuil Orthosia gracilis

Familie
uilen (NOCTUIDAE)
Onderfamilie
Hadeninae / Orthosia gracilis
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed op gelijkende soorten letten)
Zeldzaamheid

Vrij algemeen. Komt verspreid over het land voor; meestal niet talrijk. RL: kwetsbaar.

Rode lijst
kwetsbaar

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 15-19 mm. Deze Orthosia-soort is te herkennen aan de zachte pastelkleurige voorvleugel met de zeer fijne zwartachtige spikkeling en de relatief scherpe vleugelpunt. De meest opvallende kenmerken zijn de licht omrande ringvlek en de niervlek waarvan de binnenste lob donker gevuld is. De buitenste dwarslijn heeft de vorm van een gebogen rij fijne zwarte stippen en de vrij regelmatige lichte golflijn is aan de binnenzijde meestal donker afgezet. De grondkleur is buitengewoon variabel en varieert van zandkleurig wit via zandkleurig grijs, helder oranjebruin, roodachtig bruin, warm grijsachtig donkerbruin met een roze of paarsblauwe tint tot zwartachtig.

Uiterlijk Carter: Tot 45 mm; lichaam boven de spiracula roodachtig bruin of grijsachtig groen, onder de spiracula groen, geelachtig groen of groenachtig bruin; over de lijn van de spiracula een bleekgroene of bruine lengteband met langs de bovenrand een zwarte zoom; kop bruin.

Gelijkende soorten vlinder

Zie de tweestreepvoorjaarsuil (O. cerasi) en de variabele voorjaarsuil (O. incerta).

Gelijkende soorten vlinder

tweestreepvoorjaarsuil
Orthosia cerasi

variabele voorjaarsuil
Orthosia incerta

Gelijkende soorten rups

Variabele voorjaarsuil (Orthosia incerta), tweestreepvoorjaarsuil (Orthosia cerasi), nunvlinder (Orthosia gothica), katwilguiltje (Brachylomia viminalis), bruine essenuil (Lithophane semibrunnea), gageluil (Lithophane lamda), eikenuiltje (Dryobotodes eremita), hyena (Cosmia trapezina), roestuil (Mniotype satura), gele granietuil (Polymixis flavicincta) en maanuiltje (Cosmia pyralina).
N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).

gele granietuil
Polymixis flavicincta

tweestreepvoorjaarsuil
Orthosia cerasi

roestuil
Mniotype satura

bruine essenuil
Lithophane semibrunnea

gageluil
Lithophane lamda

maanuiltje
Cosmia pyralina

nunvlinder
Orthosia gothica

eikenuiltje
Dryobotodes eremita

hyena
Cosmia trapezina

katwilguiltje
Brachylomia viminalis

variabele voorjaarsuil
Orthosia incerta

Levenscyclus

Rups: mei-juli. De rupsen leven eerst in een spinsel tussen de jonge uitlopers van de waardplant; grotere rupsen verbergen zich overdag dicht bij de grond. De soort overwintert als pop in een cocon in de grond.

Waardplanten

Diverse kruidachtige planten, struiken en loofbomen, waaronder wilg, populier, sleedoorn, wilde gagel en moerasspirea.

Habitat

Habitat: Vooral moerasachtige gebieden; ook vochtige bossen, graslanden en tuinen.

Vliegtijd en gedrag

Half maart-eind mei in één generatie. De vlinders komen zowel op licht als op smeer; ze bezoeken bloemen van sleedoorn en wilgenkatjes.

België

Zeldzaam in Vlaanderen. Vooral in de oostelijke provincies wijdverbreid; slechts een beperkt aantal vindplaatsen in Oost- en West-Vlaanderen. In Wallonië vrij zeldzaam en wijdverbreid; lokaal vrij algemeen.

Mondiaal

Het Iberisch schiereiland en heel Europa (behalve Griekenland) tot Oost-Azië. In het noorden van Midden-Scandinavië oostwaarts. In het zuiden loopt de grens over Italië en de Balkan.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Powdered Quaker
Duitse naam
Spitzflügel-Kätzcheneule
Franse naam
la Téniocampe grêle , l'Orthosie gracile
Oud Nederlandse naam
bleke vlinder
Synoniemen
Taeniocampa gracilis, Monima gracilis
Toelichting Nederlandse naam

Voorjaarsuilen vliegen vroeg in het jaar. De meeste zijn Orthosia-soorten.
De Latijnse soortnaam gracilis is foutief vertaald door gracieus, sierlijk. Het tegendeel blijkt bij 'toelichting wetenschappelijke naam'.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Orthosia: orthosis = recht maken. De aandacht wordt erop gevestigd dat dit genus anders is dan b.v. dat van Lacanobia, dit genus heeft een rechte subterminale lijn. Orthosia was ook een aanroepnaam van Artemis en waarschijnlijk had Ochsenheimer beide mogelijkheden in gedachten.
gracilis: gracilis = dun, karig, schraal, niet aantrekkelijk. Naar de bleke voorvleugel met nauwelijks interessante vlekken. Dit betrof uiteraard het exemplaar dat D & S beschreven.

Auteursnaam en jaartal
(Denis & Schiffermüller, 1775)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie uilen (NOCTUIDAE)

moerasgoudvenstertje
Plusia putnami

bonte daguil
Protoschinia scutosa

hoogveenvlekuil
Amphipoea lucens

panteruiltje
Acontia trabealis

bruine granietuil
Crypsedra gemmea

geveerde witvleugeluil
Aporophyla australis

alle soorten uit deze familie