witstipgrasuil Mythimna albipuncta

De witstipgrasuil is een trekvlinder, waarvan geen rupsenvondsten bekend zijn in Nederland.
Familie
uilen (NOCTUIDAE)
Onderfamilie
Hadeninae / Mythimna albipuncta
Groep
Nachtvlinder die zowel dagactief als nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed op gelijkende soorten letten)
Zeldzaamheid

Algemeen. Een trekvlinder die verspreid over het land kan worden waargenomen; de meeste waarnemingen komen uit het zuiden van het land. RL: niet bedreigd.

Rode lijst
niet bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 14-17 mm. De voorvleugel heeft meestal een warm oranjebruine grondkleur, die echter dezelfde variatie kan vertonen als de gekraagde grasuil (M. ferrago). Het meest opvallend is de scherp afstekende ronde witte vlek die deel uitmaakt van de overigens niet of nauwelijks zichtbare niervlek. De achtervleugel is rookgrijs. Het mannetje heeft een zwarte band aan de basis van de onderzijde van het achterlijf.

Gelijkende soorten vlinder

Zie de gekraagde grasuil (M. ferrago).

Gelijkende soorten vlinder

gekraagde grasuil
Mythimna ferrago

Gelijkende soorten rups

Eenstreepgrasuil (Mythimna conigera), gekraagde grasuil (Mythimna ferrago), grijze grasuil (Mythimna pudorina), helmgrasuil (Mythimna litoralis), witte-l-uil (Mythimna l-album), zesstreepuil (Xestia sexstrigata) en vierkantvlekuil (Xestia xanthographa).
N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).

zesstreepuil
Xestia sexstrigata

gekraagde grasuil
Mythimna ferrago

helmgrasuil
Mythimna litoralis

eenstreepgrasuil
Mythimna conigera

witte-l-uil
Mythimna l-album

vierkantvlekuil
Xestia xanthographa

grijze grasuil
Mythimna pudorina

Levenscyclus

Rups: waarschijnlijk mei-maart; uit Nederland zijn geen rupsenvondsten bekend. De soort overwintert als rups en foerageert vooral ´s nachts.

Waardplanten

Diverse grassen.

Habitat

Habitat: Allerlei grazige plaatsen en moerasachtige gebieden.

Vliegtijd en gedrag

Half april-begin november in twee, soms drie generaties. De vlinders komen op licht en op smeer; ´s nachts kunnen ze rustend boven in het gras worden aangetroffen.

België

Algemeen in het hele land; is toegenomen.

Mondiaal

Noordwest-Afrika, Zuid- en Midden-Europa, Voor- en Midden-Azië tot Altaj. In Europa fluctueert de noordelijke areaalgrens: als zwerver/trekker in Zuid-Engeland, Zuid-Ierland, Denemarken, Zuid-Zweden en Zuid-Finland (één vangst). Delen van Noord-Duitsland zijn pas in de 20e eeuw bezet geraakt.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
White Point
Duitse naam
Weisspunkt-Graseule
Franse naam
le Point blanc
Synoniemen
Leucania albipuncta, Aletia albipuncta, Hyphilare albipuncta
Toelichting Nederlandse naam

Alle grasuilen hebben een relatie met grassen.
De heldere witte stip in met midden van de voorvleugel is kenmerkend. In alle naamgevingen (Latijn, Frans, Duits en Engels) wordt op deze stip gewezen.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Mythimna: mithimna is een stad op het eiland Lesbos. Deze uitleg komt van Treitschke die 'Die Schmetterlinge von Europa' afmaakte na de dood van Ochsenheimer. Sodoffsky (1837) verbeterde de spelling naar Mithimna.
albipuncta: albus = wit en punctum = een vlek. Wijzend op de witte vlek binnen de niervlek.

Auteursnaam en jaartal
(Denis & Schiffermüller, 1775)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie uilen (NOCTUIDAE)

glanzende marmeruil
Pseudeustrotia candidula

donker halmuiltje
Oligia latruncula

geelbruine houtuil
Lithophane socia

maagdenuil
Eucarta virgo

houtkleurigeVlinder
Xylena vetusta

zeggeboorder
Denticucullus pygmina

alle soorten uit deze familie